D) Het individu...............................................................................................1
1. De juridische persoon.................................................................................................. 1
1.1 Begrippen............................................................................................................... 1
1.2 De fysieke of natuurlijke persoon...........................................................................1
1.3 De rechtspersoon................................................................................................... 8
2. De juridische identiteit................................................................................................ 9
2.1 Identificatiegegevens........................................................................................... 10
2.2 Gebeurtenissen en handelingen...........................................................................13
2.3 Akten van de burgerlijke stand.............................................................................13
3. Bekwaamheid van de persoon...................................................................................14
3.1 Begrippen............................................................................................................. 14
3.2 Minderjarigen........................................................................................................ 15
3.3 Meerderjarigen..................................................................................................... 20
3.4 De relatieve nietigheid van de handeling.............................................................25
4. Gedwongen hulpverlening......................................................................................... 26
4.1 Meerderjarigen..................................................................................................... 27
4.2 Minderjarigen........................................................................................................ 29
5. Procedure bij strafbare feiten....................................................................................31
5.1 Meerderjarigen..................................................................................................... 31
5.2 Minderjarigen........................................................................................................ 34
E) In relatie tot anderen...............................................................................36
1. Aansprakelijkheid...................................................................................................... 36
1.1 Begrippen............................................................................................................. 36
1.2 Strafrechtelijke aansprakelijkheid.........................................................................37
1.3 Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad............................................................37
1.4 Contractuele aansprakelijkheid............................................................................40
1.5 Beroepsgeheim..................................................................................................... 52
2. Het ouderschap......................................................................................................... 55
2.1 Ouderlijke plichten................................................................................................ 55
2.2 Ouderlijke rechten................................................................................................ 57
2.3 Bijzondere vordering............................................................................................ 60
2.4 Vaststelling van het ouderschap (afstamming).....................................................61
2.5 Adoptie................................................................................................................. 64
3. Het partnerschap....................................................................................................... 66
3.1 Feitelijke samenwoning........................................................................................66
3.2 Wettelijke samenwoning/geregistreerd partnerschap...........................................67
3.3 Het huwelijk.......................................................................................................... 69
3.4 Echtscheiding....................................................................................................... 73
F) Vermogensrecht.......................................................................................76
1. Begrippen.................................................................................................................. 76
1.1 Het vermogen....................................................................................................... 76
1.2 Soorten goederen................................................................................................. 76
,2. Zakelijke rechten....................................................................................................... 77
2.1 Het eigendomsrecht............................................................................................. 77
2.2 Het vruchtgebruik................................................................................................. 79
3. Het huwelijksvermogensrecht...................................................................................80
3.1 Het wettelijk stelsel.............................................................................................. 80
3.2 De huwelijksovereenkomst...................................................................................81
3.3 Verdeling van schulden........................................................................................82
3.4 Het beheer van de vermogens.............................................................................82
3.5 Einde van het huwelijk.......................................................................................... 82
4. Het erfrecht............................................................................................................... 83
4.1 Het wettelijk stelsel.............................................................................................. 84
4.2 Het testament...................................................................................................... 86
4.3 Erfovereenkomst.................................................................................................. 89
4.4 Erfbelasting.......................................................................................................... 90
,D) HET INDIVIDU
1. DE JURIDISCHE PERSOON
1.1 BEGRIPPEN
juridische personen/rechtssubject:
- iets of iemand die drager is van rechten/plichten
- kan deelnemen aan rechtsverkeer heeft juridische persoonlijkheid
2 categorieën:
- natuurlijke/fysieke persoon:
o alle menselijke wezens/elke levende mens
- rechtspersoon:
o verenigingen/vennootschappen met juridische structuur
o vb. vzw’s, besloten vennootschap (bv), naamloze vennootschap (nv),
coöperatieve vennootschap (cv), stichting, publiekrechtelijke rechtspersoon
1.2 DE FYSIEKE OF NATUURLIJKE PERSOON
elk levende mens = juridisch persoon:
- alle mensen: baby, jong kind, demente bejaarde, geesteszieke, …
- elke mens is drager van rechten/plichten, ongeacht of je die uitoefent
anders doorheen geschiedenis:
- door slavernij juridische persoonlijkheid verliezen
- burgerlijke dood:
o straf was voorzien in Burgerlijk Wetboek 1804
o ontnam burgerlijke rechten van veroordeelde
o persoon was ‘rechteloos’/’vogelvrij verklaard’
o zo’n erge straf bij oprichting België expliciet opgenomen in Grondwet dat
burgerlijke dood is afgeschaft + niet opnieuw ingevoerd kan worden
enkel de levende mens als juridische persoon:
- niet andere levende wezens (dieren/planten) of levenloze voorwerpen
zijn geen juridische personen + hebben geen juridische persoonlijkheid
- = rechtsobjecten
- kunnen voorwerp zijn van recht, maar hebben zelf geen rechten
anders doorheen geschiedenis (middeleeuwen):
- dieren kregen soms juridische persoonlijkheid
- konden voor rechtbank gebracht worden + verantwoordelijk gesteld worden
- voor vb. ongelukken, bijtincidenten, verspreiden van ziekten
- werden vervloekt, verbannen, opgehangen, levend begraven, verbrand,
verdronken, onthoofd, …
dierenwetgeving in huidige samenleving:
- rond dierenwelzijn/dierenbescherming
- wetgeving komt tot stand in eigenbelang + welzijn van mens:
o mens hecht emotionele waarde
o mens toont respect voor levende wezens
1
, o dieren krijgen geen rechten mens legt zichzelf
beperkingen/verplichtingen op tegenover dieren (ook specifieke
planten/natuur)
- sinds 2021: onderscheid tussen personen, dieren, voorwerpen in Belgisch recht
juridisch erkend dat dieren gevoelsvermogen + biologische noden hebben
natuurlijke/fysieke persoon:
- wordt bepaald door biologische gegevens
- als juridische persoon is verbonden aan menselijk leven (1.2.1)
- als juridische persoon is verbonden aan menselijk lichaam (1.2.2)
dit biologische gegeven bepaalt de duur van de juridische persoonlijkheid
1.2.1 HET LEVEN
juridische persoon:
- enkel bij leven kan men drager zijn van rechten/plichten
- begint bij leven + levensvatbaar geboren worden
- eindigt bij overlijden:
o persoon houdt op met persoon te zijn
o krijgt juridisch statuut van lijk
het begin:
- om juridisch te ‘leven’: 3 voorwaarden
o geboren worden: afscheiding van kind van moeder door doorsnijden
navelstreng
o levend geboren worden: baby heeft geademd
o levensvatbaar zijn: noodzakelijke organen moeten
functioneren/gefunctioneerd hebben, zodat zelfstandig leven kan/kon
- aan voorwaarden voldaan? inschrijven in geboorteregister + krijgt status van
juridisch persoon
enkel registratie in overlijdensregister kan einde maken aan status juridisch
persoon
- embryo/foetus: geen persoon in juridische betekenis van het woord:
o geen rechten/plichten
o uitzonderlijk ‘voorwaardelijke’ rechten toekennen
- na gaan in welke periode kind is verwekt:
o recht hanteert het vermoeden dat verwekking heeft plaatsgevonden in
periode van 180 tot 300 dagen (6-10 maanden) voor geboorte
wettelijk tijdperk van bevruchting
o recht wacht geboorte af, telt dan terug om periode van verwekking te
berekenen
o vermoeden van periode is weerlegbaar: als je medisch kan aantonen dat
de verwekking buiten die periode heeft plaatsgevonden, kan embryo/foetus
dezelfde rechten krijgen als wanneer verwekking binnen die periode was
gebeurd
- embryo/foetus heeft dus geen rechten/plichten ook bij:
o verlies van kindje tijdens zwangerschap
o doodgeboorte
o neonatale sterfte (overlijden van kind binnen eerste 28 dagen na geboorte)
onder invloed van tijdsgeest: wetgeving breidt rechten van ouders uit
om rouwproces te faciliteren
2
, - QR-CODE 1+2
einde:
- om juridisch ‘dood’ te worden verklaard: 2 voorwaarden:
o overlijden is officieel vastgelegd: door arts (heeft lijk nodig)
o overlijden is officieel ingeschreven in overlijdensregister: door ambtenaar
van burgerlijke stand van gemeente (ABSG)
- QR-CODE 3 bijzondere bescherming van het lijk:
o lijkbezorging:
iedereen heeft persoonlijkheidsrecht op lijkbezorging
niet onbeperkt in belang van volksgezondheid
persoon mag tijdens zijn leven kiezen of stoffelijk overschot
begraven / gecremeerd wordt + met welke ceremonie dit gepaard
moet gaan
doet hij uitdrukkelijk of stilzwijgend
geen keuze? naaste familieleden maken beslissing
o lijkopening:
stoffelijk overschot geniet veel respect in samenleving
toch niet in dezelfde mate onschendbaar als menselijk lichaam
men onderscheidt:
wetenschappelijke autopsie
politionele autopsie
gerechtelijke autopsie
o lijkafstand:
kan tijdens leven beslissen lijk af te staan aan academisch
ziekenhuis
voor wetenschappelijk onderzoek / onderricht voor studenten
geneeskunde
o orgaandonatie en donatie van (ander) menselijk lichaamsmateriaal:
in principe: iedereen die overlijdt is orgaandonor (tenzij verzet
aangetekend)
in praktijk: nabestaanden bieden vaak weerstand tegen wegnemen
van organen nog steeds grote schaarste
sinds 2020: men is nog steeds donor, maar kan nu verzet
aantekenen tegen:
orgaandonatie. voor transplantatie
donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor transplantatie
donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor vervaarding
van geneesmiddelen
donatie van menselijk lichaamsmateriaal voor onderzoek
(niet hetzelfde als lijkafstand, waar lichaam in zijn geheel
wordt afgestaan)
- QR-CODE 4
1.2.2 BESCHERMING VAN HET LICHAAM
natuurlijke persoon = verbonden met lichaam:
- bijzonder waardevol in samenleving
- geniet extra bescherming
- heeft bijzonder juridisch statuut
- wordt beschermd:
3