4.1 Inleiding
De hond is het oudste gedomesticeerde huisdier zo’n 10.000 jaar v.C, leefde rond de mens,
was een aaseter en onbewust ook een waarschuwer.
4.2 Uitwendige beoordeling van de hond
Uitwendige beoordeling gebeurt in principe niet vanuit een economisch standpunt,
behalve in die gevallen wanneer het gaat over ‘fit for purpose’ evaluatie voor werkhonden.
Voor showhonden gaat het over de beoordeling van de mate waarin het dier voldoet aan de
rasstandaard
Er worden regelmatig (internationale) hondententoonstellingen (inclusief
schoonheidswedstrijden) georganiseerd: één van de grootste is ‘Crufts’ waar 10.000 honden
te zien zijn.
Een rasstandaard = een officieel aanvaarde beschrijving van de morfologische kenmerken
die kynologen hebben opgesteld waaraan dieren van elk ras moeten voldoen…. De
rasstandaarden worden bevestigd/aanvaard door de FCI (fédération cynologique
internationale)
Op vlak van dynamica:
Honden zijn meer afgestemd op lengtesprongen dan op hoogtesprongen (net zoals
paarden).
Bij stap komt de beenzetting overeen met die van het paard
Bij draf onderscheidt men enkele varianten:
- gewone hondendraf (diagonale draf) = er wordt ingetreden ←→ beetje anders dan
de ‘gewone draf’ bij het paard.. de hond heeft hier vrij gestrekte benen
- geworpen draf = meer verheven beenbewegingen die zeer goed lijken op de draf
van het paard
- langlijnige dieren ontwikkelen een rendraf = hierbij wordt overgetreden
- telgang = sommige rassen verplaatsen zich ook in telgang (laterale draf)
1
, Hond
Bij galop onderscheidt men:
- gewone galop (net zoals bij paard)
- sprong galop (rengalop bij het paard)
Het signalement GRHOKAD
het ‘standaard’ signalement kan ook bij de hond worden gehanteerd (zoals we dat bij het
paard deden)
Daarnaast bestaan er ook andere manieren om honden te identificeren; één daarvan is de
microchip (bij ons verplicht sinds 1998)
geslacht en ras
Reu/teef
ouderdom
Het uiterlijk geeft een goede indruk van de leeftijd (grofweg).
Een belangrijk element is ook de ‘blik’ en de ‘helderheid’ van de ooglens
- jonge dieren hebben een levendige blik met glanzende ogen
- oudere honden hebben een doffere blik
- vanaf de leeftijd van 7-8 jaar kan de ooglens beginnen vertroebelen (oogstaar) wat
uiteindelijk tot blindheid kan leiden
Ook kunnen er belangrijke veranderingen optreden in de vachtkleur zoals het verschijnen
van grijze haren (bij honden die niet wit of grijs zijn)
- voor de leeftijd van 6 jaar komen er weinig grijze haren voor
- nadien verschijnen grijze haren aan lippen en oogleden
- rond 13-15 jaar kunnen de grijze haren overheersen
2