Strafuitvoeringsbeleid:
Hoofdstuk 1: Strafrecht
1. Inleiding
Functies strafrecht:
- Maakt straffen beheersbaar en voorkomt dat het ontspoort in een spiraal van geweld
vb. conflict tussen 2 jongeren waarbij een jongere de fiets van de andere beschadigd
heeft uit frustratie zonder duidelijk systeem zouden anderen snel geneigd zijn om zelf
in te grijpen wat kan leiden tot nieuwe conflicten strafrecht: beroep doen op een
officiële en neutrale instantie die onderzoek doet naar verantwoordelijkheid en welke
reactie proportioneel is
- Gedragsbeheersing: legt normen vast in de samenleving en maakt duidelijk welk
gedrag aanvaardbaar is en welk gedrag de grenzen overschrijdt – door bepaalde
straffen op te leggen wordt een signaal uitgestuurd gedrag is ongewenst en heeft
gevolgen = voorspelbaarheid en houvast
vb. verkeersregels
Strafrecht manier waarop samenleving omgaat met grensoverschrijdend gedrag door het
te kanaliseren, controleren en kaderen – helpt spanningen te verminderen en creëert
structuur
Strafrecht: geheel van rechtsregels die bepalen
- Welke handelingen of onthoudingen misdrijven uitmaken – wat mensen (niet) doen.
Strafbare handeling: iemand doet actief iets wat verboden is
vb. diefstal (bewuste keuze om iets te gaan toe-eigenen), strafbare onthouding
(moreel en juridisch geacht worden in actie te komen, maar dit niet doen)
- Met welke sancties of maatregelen daarop gereageerd kan worden.
Straffen: gevangenisstraf, geldboete, bijkomende straffen (verbod op uitvoering
bepaald beroep) …
Maatregelen: beveiliging en begeleiding of behandeling vb. plaatsing in
jeugdinstelling (gedrag begrenzen en jongere beschermen), internering (niet in
gewone gevangenis, maar forensische setting waar zorg en beveiliging worden
gecombineerd)
- In welke omstandigheden (plaats, tijd … )
Zelfde fysieke handeling kan in de ene context een misdrijf zijn en in de andere
niet
vb. bewust slaan om iemand pijn te doen <-> slaan als wettelijke zelfverdediging
Tijd: niemand mag gestraft worden op basis van een strafwet die pas na de
feiten in werking is getreden (geen terugwerkende kracht) – mensen moeten
weten waar ze aan te toe zijn op het moment dat ze handelen
- Ten aanzien van welke personen deze misdrijven bestraft kunnen worden met de
voorziene sanctie
Niet iedereen wordt op dezelfde manier aangesproken door het strafrecht –
voorrechten, immuniteiten …
vb. Koning kan geen misdrijf plegen in strafrechtelijke zin; politieke en
constitutionele verantwoordelijkheid ligt bij regering
vb. minderjarigen aparte regeling die steunt op pedagogische en beschermende
logica
Gestructureerd systeem dat heel nauwkeurig afbakent wanneer gedrag de grens van het
toelaatbare overschrijdt.
1
,Strafrecht = Materieel strafrecht + Formeel strafrecht:
Materieel strafrecht: geheel van rechtsregels waardoor menselijke gedragingen strafbaar
worden gesteld en gesanctioneerd – inhoud van het recht
Wanneer wordt bepaald gedrag als een misdrijf gezien?
Welke strafrechtelijke sancties kunnen volgen? – regels terug te vinden in strafwetboek*
Formeel strafrecht: geheel van de procedurele spelregels volgens welke het materieel
strafrecht moet worden toegepast – vorm waarin het materieel strafrecht moet worden
toegepast (handleiding vanaf het moment dat een mogelijk misdrijf wordt gesignaleerd tot en
met uitvoering van straf)
Bepaald de manier waarop onderzoek gedaan wordt naar misdrijft.
Bepaald het verloop van de strafrechtelijke procedure.
Bepaald hoe een straf moet worden uitgevoerd.
Regels terug te vinden in het wetboek van strafvordering
*Strafwetboek: beschrijft wat verboden is en welke straffen of maatregelen daaraan kunnen
worden gekoppeld
Kenmerken van het strafrecht:
- Publiek recht: strafrecht vertrekt altijd vanuit het algemeen belang – beslissing
vervolging ligt bij het openbaar ministerie* en niet bij het slachtoffer zelf
Misdrijf = rechten individu schenden + regels die samenleving mogelijk maken
schenden
Bestraffen overtreding + strafuitvoering (bescherming openbare veiligheid +
behouden rechtsgelijkheid) = zaken van de overheid.
- Openbare orde: strafrecht is van fundamenteel belang voor de samenleving en
niemand mag daarvan afwijken – strafrecht beschermt de essentie van wat een
samenleving nodig heeft om op een veilige en ordelijke manier te kunnen functioneren
vb. wanneer slachtoffer toestemming geeft om te slaan, verdwijnt het strafbaar
karakter van die gedraging niet – dader kan zich nooit beroepen op toestemming van
het slachtoffer om een strafbare handeling te rechtvaardigen
- Legaal recht: alleen wetgever kan gedragingen strafbaar stellen; gewoontes of
gebruiken kunnen nooit de basis vormen om iemand te straffen
Strafrechter kan gedrag niet moreel afkeuren of bestraffen wanneer dat gedrag niet
uitdrukkelijk in de wet staat beschreven als een misdrijf en niet door de wet is
gekoppeld aan een straf.
Doel: burgers beschermen tegen willekeur en situaties waarbij rechters of overheden
zomaar iemand zouden kunnen vervolgen omdat ze iets onethisch of ongepast vinden
Bepaald heel strikt dat strafrechtelijke aansprakelijkheid alleen kan ontstaan
wanneer de wet dat vooraf heel duidelijk heeft vastgelegd.
- Sanctierecht: strafwet werkt niet alleen door het opleggen van sancties, maar ook door
de dreiging van een straf
Preventieve functie: dreiging moet ervoor zorgen dat mensen al voor het misdrijf
ervan af kunnen zien om de wet te overtreden
Repressieve functie: dader wordt gesanctioneerd en straf wordt uitgevoerd
*Openbaar ministerie: overheidsorgaan dat optreedt namens de gehele samenleving
Vroeger: straf = vorm van vergelding – opgelegde pijn/beperking was bedoeld om het
toegebrachte leed terug te betalen
Nu: strafrecht meer nadruk op reclassering en begeleiding – straf maakt deel uit van het
traject dat de dader moet helpen om opnieuw veilig en conform te functioneren in de
samenleving
2
, Praktijk: veel aandacht naar zinvolle detentiemaatregelen – betere voorbereiding op leven
na detentie
vb. toegang tot onderwijsprogramma’s, opleiding tot werk, herstelgerichte programma’s
(bemiddeling tussen slachtoffer en dader)
Voorbeeld SM-rechter: magistraat die gehuwd was met een ongelukkige vrouw (had verlangen
naar pijn en onderdrukking die niet vervuld werd – verlangen naar SM) besliste na lang
twijfelen om hierin mee te gaan. Gingen naar SM-clubs waar na verloop van tijd zware vormen
van lichamelijk geweld plaatsvonden die volgens hen deel uitmaakten van het seksueel
rollenspel. Vrouw gaf expliciet toestemming (soms zelfs schriftelijk) voor bepaalde fysieke
handelingen. Voor de magistraat voelde dit als een privé-afspraak tussen 2 volwassenen
waarbij niemand slachtoffer was. SM-praktijken kwamen bekend bij het gerecht waardoor de
magistraat veroordeeld is geworden wegens het toebrengen van slagen en verwondingen aan
zijn vrouw.
Kenmerk openbare orde: strafrecht zegt zelfs wanneer een slachtoffer toestemming geeft,
blijft een strafbaar feit een strafbaar feit – toestemming heeft geen juridisch gewicht wanneer
het gaat om gedragingen die door de wet als misdrijven worden bestempeld
Reden: strafwetgeving beschermt niet alleen individuele belangen, maar ook de
maatschappelijke orde – bewaakt grenzen die essentieel zijn voor een veilige
samenleving
2. De strafwet
2.1 Historiek
1804: Code Napoleon – voor het eerst op systematische wijze het civiele en later ook het
strafrecht proberen ordenen
Revolutionair voor zijn tijd:
- Enorm goed gestructureerd.
- Geschreven in begrijpbare taal voor juristen en burgers.
- Stelde duidelijke en uniforme regels voor heel Frankrijk.
Rechtssysteem dat zich snel verspreidde in Europa.
1830 (Belgische onafhankelijkheid): Code Pénal
1867: Belgisch Strafwetboek – verving Franse strafwetgeving, maar nam veel elementen over
vb. manier waarop misdrijven werden ingedeeld: overtredingen, wanbedrijven en misdaden –
structuur die rechtstreeks teruggaat op het Franse systeem, maar door België werd verfijnd
vb. basisgedachte over schuld, aansprakelijkheid, strafdoelen werd sterk door Napoleon
beïnvloedt
Veel hervormingen: nieuwe misdrijven toevoegen, verouderde bepalingen schrappen …
vb. evolutie seksuele misdrijven, strafbaar stellen informaticacriminaliteit, invoering
alternatieve straffen
2026: Nieuw strafwetboek – alles opnieuw structureren en herformuleren
Belangrijke veranderingen:
- Taal werd moderner en toegankelijker.
- Manier waarop misdrijven worden ingedeeld: oude onderscheiding (overtredingen,
wanbedrijven en misdaden) 8 graden die gekoppeld worden aan een strafmaat =
meer duidelijkheid over ernst van de feiten en mogelijke sancties
- Veel verspreide strafbepalingen samenbrengen in het wetboek.
Behouden: opdeling in algemeen en bijzonder deel – helpt structuur te geven
Algemeen strafrecht: ruggengraat strafrechtsysteem – bepaalt hoe je alles moet lezen en
hoe je het geheel moet begrijpen
Basisregels toepasbaar op alle misdrijven ongeacht hoe ernstig ze zijn of onder welke
categorie ze vallen.
3
, vb. regels over wanneer bepaald gedrag strafbaar wordt, welke vormen van schuld er
bestaan, hoe een rechter moet bepalen of iemand met opzet handelde of eerder
onachtzaamheid
Boek I
Bijzonder strafrecht: vult algemeen kader in concrete misdrijven
Beschrijft welk gedrag precies strafbaar is.
Elk misdrijf krijgt een graad toegewezen waardoor direct duidelijk wordt binnen welke
strafmaat het valt.
Volledig herschikt in thematische onderdelen die beter aansluiten bij hoe misdrijven in de
praktijk voorkomen.
Boek II
2.2 Het legaliteitsbeginsel
Legaliteitsbeginsel = basisregel die overal doorheen loopt
Wetgever moet eerst duidelijk op papier zetten wat verboden is en welke straf daarop
staat, voordat iemand daarvoor gestraft kan worden.
1. Nullum crimen sine lege = geen misdrijf zonder wet
2. Nulla poena sine lege = geen straf zonder wet – enkel straf opleggen die de wet
uitdrukkelijk voorziet; geen straf zelf bedenken
Centrale rol van het parlement aan de hand van wetten.
Art. 12 Grondwet: “De vrijheid van de persoon is gewaarborgd. Niemand kan worden vervolgd
dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft. Behalve bij
ontdekking op heterdaad kan niemand worden aangehouden dan krachtens een met redenen
omkleed bevel van de rechter, dat moet worden betekend bij de aanhouding of uiterlijk
binnen vierentwintig uur.”
Art. 14 Grondwet: “Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet.”
Art. 7 EVRM: “Niemand kan worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten dat geen
strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde dat het handelen of
nalaten geschiede.”
Gevolgen:
- Elke handeling die een mens stelt en die op het ogenblik van de uitvoering niet door
een wet als misdrijf werd omschreven, zal nooit strafrechtelijk kunnen vervolgd worden
– werkt niet terug in de tijd.
- Wetgever moet heldere en duidelijke strafwetten maken die zekerheid scheppen over
grens tussen strafbaar en niet-strafbaar gedrag – dwingt wetgever om precies te zijn.
- Strafwet moet strikt geïnterpreteerd worden; in geval van twijfel over de strafbaarheid
van een bepaalde gedraging, moet de werkelijke zin en draagwijdte vastgesteld worden
– wetgevers mogen niet creatief uitbreiden.
2.3 Interpretatie van de strafwet
Soorten interpretatie van de strafwet: niet invullen wat niet in de wet staat, maar binnen
de lijnen van de wet kijken hoe een bestaande wet moet worden toegepast in concrete
situaties
Letterlijke of grammaticale interpretatie: rechter bekijkt hoe de zin is opgebouwd, welk
woord er precies gebruikt wordt en hoe dat woord normaal begrepen wordt in ons Nederlands
– analyse van de tekst zelf om te vermijden dat de rechter te veel eigen invulling heeft
vb. in de wet staat dat er sprake moet zijn van vernielen, dan gaat de rechter eerst kijken wat
dat woord letterlijk betekent. Gaat dit over volledig kapotmaken of kan een ernstige
beschadiging ook al voldoende zijn?
4
Hoofdstuk 1: Strafrecht
1. Inleiding
Functies strafrecht:
- Maakt straffen beheersbaar en voorkomt dat het ontspoort in een spiraal van geweld
vb. conflict tussen 2 jongeren waarbij een jongere de fiets van de andere beschadigd
heeft uit frustratie zonder duidelijk systeem zouden anderen snel geneigd zijn om zelf
in te grijpen wat kan leiden tot nieuwe conflicten strafrecht: beroep doen op een
officiële en neutrale instantie die onderzoek doet naar verantwoordelijkheid en welke
reactie proportioneel is
- Gedragsbeheersing: legt normen vast in de samenleving en maakt duidelijk welk
gedrag aanvaardbaar is en welk gedrag de grenzen overschrijdt – door bepaalde
straffen op te leggen wordt een signaal uitgestuurd gedrag is ongewenst en heeft
gevolgen = voorspelbaarheid en houvast
vb. verkeersregels
Strafrecht manier waarop samenleving omgaat met grensoverschrijdend gedrag door het
te kanaliseren, controleren en kaderen – helpt spanningen te verminderen en creëert
structuur
Strafrecht: geheel van rechtsregels die bepalen
- Welke handelingen of onthoudingen misdrijven uitmaken – wat mensen (niet) doen.
Strafbare handeling: iemand doet actief iets wat verboden is
vb. diefstal (bewuste keuze om iets te gaan toe-eigenen), strafbare onthouding
(moreel en juridisch geacht worden in actie te komen, maar dit niet doen)
- Met welke sancties of maatregelen daarop gereageerd kan worden.
Straffen: gevangenisstraf, geldboete, bijkomende straffen (verbod op uitvoering
bepaald beroep) …
Maatregelen: beveiliging en begeleiding of behandeling vb. plaatsing in
jeugdinstelling (gedrag begrenzen en jongere beschermen), internering (niet in
gewone gevangenis, maar forensische setting waar zorg en beveiliging worden
gecombineerd)
- In welke omstandigheden (plaats, tijd … )
Zelfde fysieke handeling kan in de ene context een misdrijf zijn en in de andere
niet
vb. bewust slaan om iemand pijn te doen <-> slaan als wettelijke zelfverdediging
Tijd: niemand mag gestraft worden op basis van een strafwet die pas na de
feiten in werking is getreden (geen terugwerkende kracht) – mensen moeten
weten waar ze aan te toe zijn op het moment dat ze handelen
- Ten aanzien van welke personen deze misdrijven bestraft kunnen worden met de
voorziene sanctie
Niet iedereen wordt op dezelfde manier aangesproken door het strafrecht –
voorrechten, immuniteiten …
vb. Koning kan geen misdrijf plegen in strafrechtelijke zin; politieke en
constitutionele verantwoordelijkheid ligt bij regering
vb. minderjarigen aparte regeling die steunt op pedagogische en beschermende
logica
Gestructureerd systeem dat heel nauwkeurig afbakent wanneer gedrag de grens van het
toelaatbare overschrijdt.
1
,Strafrecht = Materieel strafrecht + Formeel strafrecht:
Materieel strafrecht: geheel van rechtsregels waardoor menselijke gedragingen strafbaar
worden gesteld en gesanctioneerd – inhoud van het recht
Wanneer wordt bepaald gedrag als een misdrijf gezien?
Welke strafrechtelijke sancties kunnen volgen? – regels terug te vinden in strafwetboek*
Formeel strafrecht: geheel van de procedurele spelregels volgens welke het materieel
strafrecht moet worden toegepast – vorm waarin het materieel strafrecht moet worden
toegepast (handleiding vanaf het moment dat een mogelijk misdrijf wordt gesignaleerd tot en
met uitvoering van straf)
Bepaald de manier waarop onderzoek gedaan wordt naar misdrijft.
Bepaald het verloop van de strafrechtelijke procedure.
Bepaald hoe een straf moet worden uitgevoerd.
Regels terug te vinden in het wetboek van strafvordering
*Strafwetboek: beschrijft wat verboden is en welke straffen of maatregelen daaraan kunnen
worden gekoppeld
Kenmerken van het strafrecht:
- Publiek recht: strafrecht vertrekt altijd vanuit het algemeen belang – beslissing
vervolging ligt bij het openbaar ministerie* en niet bij het slachtoffer zelf
Misdrijf = rechten individu schenden + regels die samenleving mogelijk maken
schenden
Bestraffen overtreding + strafuitvoering (bescherming openbare veiligheid +
behouden rechtsgelijkheid) = zaken van de overheid.
- Openbare orde: strafrecht is van fundamenteel belang voor de samenleving en
niemand mag daarvan afwijken – strafrecht beschermt de essentie van wat een
samenleving nodig heeft om op een veilige en ordelijke manier te kunnen functioneren
vb. wanneer slachtoffer toestemming geeft om te slaan, verdwijnt het strafbaar
karakter van die gedraging niet – dader kan zich nooit beroepen op toestemming van
het slachtoffer om een strafbare handeling te rechtvaardigen
- Legaal recht: alleen wetgever kan gedragingen strafbaar stellen; gewoontes of
gebruiken kunnen nooit de basis vormen om iemand te straffen
Strafrechter kan gedrag niet moreel afkeuren of bestraffen wanneer dat gedrag niet
uitdrukkelijk in de wet staat beschreven als een misdrijf en niet door de wet is
gekoppeld aan een straf.
Doel: burgers beschermen tegen willekeur en situaties waarbij rechters of overheden
zomaar iemand zouden kunnen vervolgen omdat ze iets onethisch of ongepast vinden
Bepaald heel strikt dat strafrechtelijke aansprakelijkheid alleen kan ontstaan
wanneer de wet dat vooraf heel duidelijk heeft vastgelegd.
- Sanctierecht: strafwet werkt niet alleen door het opleggen van sancties, maar ook door
de dreiging van een straf
Preventieve functie: dreiging moet ervoor zorgen dat mensen al voor het misdrijf
ervan af kunnen zien om de wet te overtreden
Repressieve functie: dader wordt gesanctioneerd en straf wordt uitgevoerd
*Openbaar ministerie: overheidsorgaan dat optreedt namens de gehele samenleving
Vroeger: straf = vorm van vergelding – opgelegde pijn/beperking was bedoeld om het
toegebrachte leed terug te betalen
Nu: strafrecht meer nadruk op reclassering en begeleiding – straf maakt deel uit van het
traject dat de dader moet helpen om opnieuw veilig en conform te functioneren in de
samenleving
2
, Praktijk: veel aandacht naar zinvolle detentiemaatregelen – betere voorbereiding op leven
na detentie
vb. toegang tot onderwijsprogramma’s, opleiding tot werk, herstelgerichte programma’s
(bemiddeling tussen slachtoffer en dader)
Voorbeeld SM-rechter: magistraat die gehuwd was met een ongelukkige vrouw (had verlangen
naar pijn en onderdrukking die niet vervuld werd – verlangen naar SM) besliste na lang
twijfelen om hierin mee te gaan. Gingen naar SM-clubs waar na verloop van tijd zware vormen
van lichamelijk geweld plaatsvonden die volgens hen deel uitmaakten van het seksueel
rollenspel. Vrouw gaf expliciet toestemming (soms zelfs schriftelijk) voor bepaalde fysieke
handelingen. Voor de magistraat voelde dit als een privé-afspraak tussen 2 volwassenen
waarbij niemand slachtoffer was. SM-praktijken kwamen bekend bij het gerecht waardoor de
magistraat veroordeeld is geworden wegens het toebrengen van slagen en verwondingen aan
zijn vrouw.
Kenmerk openbare orde: strafrecht zegt zelfs wanneer een slachtoffer toestemming geeft,
blijft een strafbaar feit een strafbaar feit – toestemming heeft geen juridisch gewicht wanneer
het gaat om gedragingen die door de wet als misdrijven worden bestempeld
Reden: strafwetgeving beschermt niet alleen individuele belangen, maar ook de
maatschappelijke orde – bewaakt grenzen die essentieel zijn voor een veilige
samenleving
2. De strafwet
2.1 Historiek
1804: Code Napoleon – voor het eerst op systematische wijze het civiele en later ook het
strafrecht proberen ordenen
Revolutionair voor zijn tijd:
- Enorm goed gestructureerd.
- Geschreven in begrijpbare taal voor juristen en burgers.
- Stelde duidelijke en uniforme regels voor heel Frankrijk.
Rechtssysteem dat zich snel verspreidde in Europa.
1830 (Belgische onafhankelijkheid): Code Pénal
1867: Belgisch Strafwetboek – verving Franse strafwetgeving, maar nam veel elementen over
vb. manier waarop misdrijven werden ingedeeld: overtredingen, wanbedrijven en misdaden –
structuur die rechtstreeks teruggaat op het Franse systeem, maar door België werd verfijnd
vb. basisgedachte over schuld, aansprakelijkheid, strafdoelen werd sterk door Napoleon
beïnvloedt
Veel hervormingen: nieuwe misdrijven toevoegen, verouderde bepalingen schrappen …
vb. evolutie seksuele misdrijven, strafbaar stellen informaticacriminaliteit, invoering
alternatieve straffen
2026: Nieuw strafwetboek – alles opnieuw structureren en herformuleren
Belangrijke veranderingen:
- Taal werd moderner en toegankelijker.
- Manier waarop misdrijven worden ingedeeld: oude onderscheiding (overtredingen,
wanbedrijven en misdaden) 8 graden die gekoppeld worden aan een strafmaat =
meer duidelijkheid over ernst van de feiten en mogelijke sancties
- Veel verspreide strafbepalingen samenbrengen in het wetboek.
Behouden: opdeling in algemeen en bijzonder deel – helpt structuur te geven
Algemeen strafrecht: ruggengraat strafrechtsysteem – bepaalt hoe je alles moet lezen en
hoe je het geheel moet begrijpen
Basisregels toepasbaar op alle misdrijven ongeacht hoe ernstig ze zijn of onder welke
categorie ze vallen.
3
, vb. regels over wanneer bepaald gedrag strafbaar wordt, welke vormen van schuld er
bestaan, hoe een rechter moet bepalen of iemand met opzet handelde of eerder
onachtzaamheid
Boek I
Bijzonder strafrecht: vult algemeen kader in concrete misdrijven
Beschrijft welk gedrag precies strafbaar is.
Elk misdrijf krijgt een graad toegewezen waardoor direct duidelijk wordt binnen welke
strafmaat het valt.
Volledig herschikt in thematische onderdelen die beter aansluiten bij hoe misdrijven in de
praktijk voorkomen.
Boek II
2.2 Het legaliteitsbeginsel
Legaliteitsbeginsel = basisregel die overal doorheen loopt
Wetgever moet eerst duidelijk op papier zetten wat verboden is en welke straf daarop
staat, voordat iemand daarvoor gestraft kan worden.
1. Nullum crimen sine lege = geen misdrijf zonder wet
2. Nulla poena sine lege = geen straf zonder wet – enkel straf opleggen die de wet
uitdrukkelijk voorziet; geen straf zelf bedenken
Centrale rol van het parlement aan de hand van wetten.
Art. 12 Grondwet: “De vrijheid van de persoon is gewaarborgd. Niemand kan worden vervolgd
dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft. Behalve bij
ontdekking op heterdaad kan niemand worden aangehouden dan krachtens een met redenen
omkleed bevel van de rechter, dat moet worden betekend bij de aanhouding of uiterlijk
binnen vierentwintig uur.”
Art. 14 Grondwet: “Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet.”
Art. 7 EVRM: “Niemand kan worden veroordeeld wegens een handelen of nalaten dat geen
strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakte ten tijde dat het handelen of
nalaten geschiede.”
Gevolgen:
- Elke handeling die een mens stelt en die op het ogenblik van de uitvoering niet door
een wet als misdrijf werd omschreven, zal nooit strafrechtelijk kunnen vervolgd worden
– werkt niet terug in de tijd.
- Wetgever moet heldere en duidelijke strafwetten maken die zekerheid scheppen over
grens tussen strafbaar en niet-strafbaar gedrag – dwingt wetgever om precies te zijn.
- Strafwet moet strikt geïnterpreteerd worden; in geval van twijfel over de strafbaarheid
van een bepaalde gedraging, moet de werkelijke zin en draagwijdte vastgesteld worden
– wetgevers mogen niet creatief uitbreiden.
2.3 Interpretatie van de strafwet
Soorten interpretatie van de strafwet: niet invullen wat niet in de wet staat, maar binnen
de lijnen van de wet kijken hoe een bestaande wet moet worden toegepast in concrete
situaties
Letterlijke of grammaticale interpretatie: rechter bekijkt hoe de zin is opgebouwd, welk
woord er precies gebruikt wordt en hoe dat woord normaal begrepen wordt in ons Nederlands
– analyse van de tekst zelf om te vermijden dat de rechter te veel eigen invulling heeft
vb. in de wet staat dat er sprake moet zijn van vernielen, dan gaat de rechter eerst kijken wat
dat woord letterlijk betekent. Gaat dit over volledig kapotmaken of kan een ernstige
beschadiging ook al voldoende zijn?
4