Inhoud
HF1: Pedagogiek en opvoeden...............................................................................................2
1.1 Pedagogiek: wetenschappelijk kennisdomein over opvoeden.......................................2
1.2 Omschrijvingen van opvoeden en algemeen pedagogisch handelen............................2
1.3.Pedagogische basisbegrippen.......................................................................................2
1.4 Pedagogische verantwoordelijkheid...............................................................................6
1.5 Perspectieven ten aanzien van opvoeden.....................................................................6
1.6 Opvoedingscontexten....................................................................................................8
HF2: Pedagogische visies....................................................................................................11
2.1.2 Opvoeden is een intentionele ontmoeting (Langeveld).............................................12
2.2 Zelfdeterminatietheorie in de opvoeding = ZDT...........................................................12
2.2.2 Bouwstenen van een behoefteondersteunende opvoeding:......................................13
2.2.3 Straffen en belonen vanuit de zelf-determinatietheorie:............................................15
2.3 Nieuwe autoriteit..........................................................................................................17
HF3: De historische dimensie van opvoeden........................................................................19
HF4: Modellen voor analyse van opvoedingscontexten........................................................22
4.2 Een gezinspedagogisch kader.....................................................................................22
4.3 Opvoedingskompas van Vansteenskiste en Soenens..................................................25
4.4 Ecologisch systeemmodel van Bronfenbrenner...........................................................28
4.5 Balansmodel................................................................................................................ 30
4.6 Sociaal competentiemodel...........................................................................................31
4.7 Sociale steuntheorie....................................................................................................32
4.8 Het model van Kousemaker.........................................................................................33
HF5: Van pedagogiek naar orthopedagogiek........................................................................34
1
, Samenvatting pedagogiek
HF1: Pedagogiek en opvoeden
1.1 Pedagogiek: wetenschappelijk kennisdomein over opvoeden
Pedagogiek De wetenschap over opvoeding. Geen
exacte wetenschap. Feiten, kennis en
wetmatigheden krijgen pas betekenis door
er normatief naar te kijken.
Pedagogie De handelingspraktijk van het opvoeden of
het opvoedend bezig zijn in een context of
situatie.
Normatieve norm bepaalt hoe we iets interpreteren.
Vb. Als het kind vroeger niet luisterde, gaf men hen een tik. Nu mag er geen geweld zijn.
Pedagogie(k) is nauw verbonden met…
… Levenslooppsychologie Kinderen en jongeren ontwikkelen zich
doorheen de ontwikkelingsfasen
… Sociologie Opvoeden kan niet los gezien worden van
de opvoedingscontext
1.2 Omschrijvingen van opvoeden en algemeen pedagogisch handelen
Opvoeden Is een bepaalde vorm van omgang tussen
volwassenen en jeugdigen die erop gericht
is steun en richting te geven aan het proces
van volwassenwording.
Algemeen pedagogisch handelen Is gericht op het bevorderen van het welzijn
en de ontwikkeling van kinderen, zodat zij
opgroeien tot individuen die zelfstandig
kunnen functioneren in de samenleving.
(Andere manier dan de ouders)
1.3.Pedagogische basisbegrippen
Opvoedingscontext Plek waar het opvoeden plaats vindt.
Opvoedingsrelatie De relatie tussen de opvoeder en het kind.
Pedagogisch leefklimaat Veilige plek met duidelijke regels en
structuren.
Opvoedingsmiddelen Middelen die de opvoeder bewust hanteert
maar niet al te nadrukelijk.
Vb. belonen
Opvoedingsdoelen Al die activiteiten die tot doel hebben de
opvoedingssituatie van kinderen te
verbeteren.
Complementair en circulair proces Er wordt ingespeeld op elkaar. Als je een
kind opvoedt worden beide partijen
beïnvloedt door elkaar.
Pedagogische verantwoordelijkheid Neemt af naarmate het kind ouder wordt.
Pedagogisch aanbod Aanbod van de opvoeder.
Pedagogische vraag Vraag van het kind.
Normatief Het opleggen van jouw mening of norm aan
iemand anders.
2
, Pedagogische sensitiviteit Je moet opmerkzaam zijn voor de
gevoelens van een kind en daar op de juiste
manier op reageren.
Opvoedingsdoelen hebben te maken met de mate waarin opvoeding bewust verloopt.
Bewust iets willen bereiken met opvoeden = het intentioneel karakter van opvoeden
Ook al zegt de opvoeder dat hij niet actief wil ingrijpen en geen duidelijk doel heeft,
heeft hij het doel om het kind tot vrijheid en onafhankelijkheid op te voeden
vb. ouders die niet gestudeerd hebben willen dat hun kind gaat studeren, ouders die wel
gestudeerd hebben willen dat hun kind iets doet dat ze zelf willen.
Hoofdgroepen van doelen:
- Zich leren handhaven in de maatschappij en het dragen van verantwoordelijkheid
voor eigen doen en laten
- Zichzelf ontplooien
- Mogelijkheden en kwaliteiten ontwikkelen
- Ontwikkelen van een eigen identiteit
Cultuur Kan gedefinieerd worden als een patroon
van gedrag, kennis en attitudes die van
generatie op generatie worden
doorgegeven, en dat de ene groep van de
andere onderscheidt of ten minste als
onderscheidend wordt ervaren
Culturele context waarin een kind opgroeit De materiële en sociale kenmerken
bestaat uit: van de omgeving
De ideeën die ouders hebben over
de opvoeding en ontwikkeling
Het gedrag van de ouders als
opvoeder
Regio’s Focus Opvoedingsdoel Opvoedingsstijl
Collectivistisch Niet-westers, Groep Bevorderen Proximale
en platteland sociale relaties interacties
Relatiegericht gehoorzaamheid (langdurig in
respect directe omgeving)
vb. Kind in
draagzak
Individualistisch Westers, Individu Psychologische Distale interacties
en autonoom stedelijk onafhankelijkheid (tegenover elkaar)
en individuele vb. kind op de mat
prestaties en opvoeder
ernaast
Autonoom en Verstedelijkte Groep/ Vermenging en
relatiegericht of individu culturele
(mix van beide) gemigreerde waarden
populaties
verschuift op deze moment in de wereld, vooral in de autonoom en relatiegericht waardoor
er in vele gezinnen een mengvorm is van collectivistisch en individualistisch
3
, Opvoedingsstijl Opvoedingsstijlen betreffen gedragingen
van opvoeders of ouders en hun cognities.
Patroon in opvoedingsgedrag van de ouder
Niet enkel afhankelijk van
opvoedingsdoelen
vb. ouder straft kind omdat kind in bed plast
= gedrag
Ouder denkt dat het kind het doet om hem
te pesten = cognitie
Opvoedingsgedrag Wordt niet alleen bepaald door de doelen
maar ook door de context.
vb. Als de ouder veel stress heeft regeert hij
anders; conflict tussen 2 kids na een lange
dag werken ga de ouders anders oplossen
dan op een rustige zaterdag.
Diana Baumrind op dit werk zijn de meeste werken gebaseerd
Twee dimensies:
- Autoriteit: ouderlijke controle
- Affectie: ouderlijke sensitiviteit
Opvoeden is een balans tussen beide
Kritisch naar dit werk kijken omdat de theorie verrder staat
P9 DIA29 CONTROL
E
Autoritaire opvoedingsstijl Autoritatieve of democratische
opvoedingsstijl
AFWIJZING WARMTE
Verwaarlozende
opvoedingsstijl Toegeeflijke opvoedingsstijl
AUTONOMIE
Pedagogisch klimaat: vormgeven:
- Gezin
- Kinderopvang
- Onderwijs
- Hulpverlening
Residentiele hulpverlening: pedagogisch klimaat versus behandelingen
heel lang enkel aandacht voor behandelingen van psycholoog, psychiater, …
- Begint nu te kantelen want kinderen brengen veel meer tijd door in het pedagogisch
klimaat.
Strategieën van Kok: het scheppen en verbeteren van het leef- en leerklimaat, het
methodisch groepswerk en individuele aanpassingen en therapie.
Specifiek: bijsturingen specifiek per persoon
Leefklimaat = altijd belangrijk
4