DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET BELGISCHE
STAATSRECHT
BEGRIP & SITUERING VAN HET STAATSRECHT
Voorbeeldvraag van deel 1
De stichters van België vonden de verdeling van de (staats)macht in de nieuwe
Belgische staat van groot belang.
a) Waarom?
b) Het principe van de verdeling van de staatsmacht vormt één van de
belangrijkste kenmerken van de Belgische staat. Hoe noemen we dit kenmerk?
c) Is dit kenmerk bepaald in de Belgische Grondwet? Zo ja, in welk(e) artikelen?
d) Leg met een schema uit hoe dit principe (in grote lijnen) in België wordt
gerealiseerd.
‘Recht’: definitie - Wat is recht?
o Een geheel van door de overheid uitgevaardigde, algemene en juridisch
afdwingbare regels (‘rechtsregels’), die het menselijk handelen in de
samenleving ordenen
o Structuren de maatschappij
o Er is een sanctie aan verbonden (= juridisch afdwingbaar)
Onderscheid met andere ‘regels’ in onze samenleving
o Bv. morele regels, religieuze regels, sociale omgangsregels (bv. elkaar
begroeten), beleefdheidsregels (bv. iemand bedanken), (conventionele)
gedragsregels
niet juridisch afdwingbaar (tenzij ze ook (tegelijk) een rechtsregel zijn)
‘Recht’: kenmerken
o Wat? Geheel van algemeen geldende regels: van toepassing op iedereen in
de bedoelde situatie
o Wie? Opgelegd door de overheid
Recht is dynamisch: gewijzigde samenleving vraagt gewijzigde
rechtsregels
Maatschappij verandert (bv. abortus, homohuwelijk)
Regering verandert
Overtreding/ niet-naleving heeft (juridische) gevolgen: rechtsregels zijn
afdwingbaar via een wettelijk systeem van sancties
o Waarom? Doel = maatschappij ordenen ( chaos !)
M.a.w. duidelijk stellen wie wat (niet) mag doen
1
,‘Recht’: definitie & kenmerken
o Recht is overal in onze samenleving aanwezig!
o Recht is van belang voor alle burgers want…
“Iedereen wordt geacht de wet te kennen!”
Elke wet wordt gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad
INLEIDING: WAT IS ‘STAATRECHT’?
‘Staatsrecht’: begrip & functie
Begrip
o Een ‘tak’ (onderdeel) van het (ruimere) recht (= rechtstak)
o Met de regels over de organisatie & werking van staten
o In het bijzonder de Belgische staat
Structuur & bevoegdheid overheidsorganen (parlementen, regeringen,
rechtscolleges)
Relatie tussen die organen
Relatie tussen de staat en de burgers
Functie (doel)
o Instellen (oprichten) van overheidsorganen
o Toekennen van bevoegdheden aan deze organen
o Bescherming burgers tegen (machtsmisbruik door) de staat, onder andere
door toekenning ‘grondrechten’
‘Staatsrecht’: situering in het (ruimere) recht
o De (vele) rechtsregels worden onderverdeeld in rechtstakken of
rechtsdomeinen
Elke ‘tak’ of ‘domein’ regelt een ander aspect van de maatschappij
Doel: enorme hoeveelheid regels overzichtelijk maken
o Indeling van het recht (in rechtstakken of rechtsdomeinen):
2
,1.I. BELGIË IS EEN STAAT. WAT IS EEN STAAT?
België is een ‘staat’
o Een staat is…
Een rechtssubject (publiekrechtelijke rechtspersoon)
= Entiteit of persoon die drager is van subjectieve rechten en
plichten binnen het recht
Waarvoor 4 constitutieve elementen zijn vereist:
= voorwaarden om als staat juridisch te bestaan (België = OK)
Afgebakend grondgebied
Permanente bevolking
Overheid met effectief gezag over de bevolking op het
grondgebied
Onafhankelijkheid
En 1 politieke voorwaarde
= voorwaarde om feitelijk als staat te kunnen functioneren
Internationale erkenning (door andere staat) als afzonderlijke
onafhankelijke staat
1.I. BELGIË IS EEN STAAT. ONTSTAAN VAN BELGIË ALS STAAT.
Ontstaan van België als staat
o 1815: Val van Napoleon – Congres van Wenen
Plan voor Europese vrede: creatie van Verenigd koninkrijk der
Nederlanden als bufferstaat in het centrum van Europa om de
Franse macht onder controle te houden
Zuidelijke Nederlanden (= huidige Belgische grondgebied) dat
voordien deel uitmaakte van Frankrijk wordt toegevoegd aan de
Noordelijke Nederlanden (= huidige Nederlandse grondgebied)
3
, o 1815 – 1830: verenigd koninkrijk der Nederlanden
Staatshoofd = koning Willem I
Zuidelijke provincies (= huidige België) snel ontevreden
Autoritaire koning: Duldde weinig inmenging = alles werd door
hem beslist
Politieke ondervertegenwoordiging
Beknotting persvrijheid (‘censuur’) (art. 25 Gw.)
Overheidsinmenging in onderwijs (art. 24 Gw.)
Taalconflict (Nederlands – Frans) Willem = Nederlands
Socio-culturele tegenstellingen
o 1830 – 1831: oprichting van België
‘Monsterverbond’ = alle mogelijke lagen van de bevolking, alle
strekkingen hebben zich samengespannen in een opstand tegen
Willem I
Opstand in Brussel na opera ‘De Stomme van Portici’ (25 augustus
1830)
Verzet tegen Nederlands leger
Uitroepen van Belgische onafhankelijkheid: 4 oktober 1830
Verkiezing Nationaal Congres (~ parlement) = zodat er een
vertegenwoordiging kwam van de burgers (10 november 1830)
Afkondiging Belgische Grondwet: 7 februari 1831
Eedaflegging Leopold I: 21 juli 1831 (21 juli = Nationale feestdag)
Art. 105 – 106 Gw.
De Grondwet: basis Belgische staatsrecht
Definitie
o Juridische basis Belgische staat(srecht)
o Basisovereenkomst tussen overheid en burger
o Meest fundamentele rechtsregel – ‘hoogste wet’ van het land
Maar: internationaal recht met ‘directe werking’
Inhoudelijk
o Organisatie & werking staatsorganen = hoofdlijnen
staatsstructuur, hoe de staat over de burgers macht uitoefent (Titel I ,
Ibis, III en VIII)
o Te respecteren grondrechten = grenzen aan de uitoefening van de
staatsmacht, hoe de burgers worden beschermd tegen (machtsmisbruik
door) de staat (Titel II)
Twee functies
o Juridisch: rechtsregels, die verder worden uitgewerkt in allerlei wetten
en uitvoeringsbesluiten
o Symbolisch: Bv. art. 193 Gw. “Eendracht maakt macht”
4