THEMA I: INLEIDING: BEGRIPPEN, SOORTEN GOEDEREN &
ZAKELIJKE RECHTEN
1. SITUERING – WAT IS ‘GOEDERENRECHT’?
Voorbeeldvraag: Leg het verschil uit tussen zakelijke rechten en
vorderingsrechten en geef een voorbeeld van elk
Goederenrecht = regels over
o de rechten = zakelijke rechten
bv. eigendomsrecht
o die personen kunnen hebben = rechtssubjecten
o op goederen = rechtsobjecten/ voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-eigening
art. 3.38 BW
art. 3.39 BW
o Goederenrecht: onderdeel van het vermogensrecht = recht tot regeling van
vermogensrechten of patrimoniale rechten
In geld waardeerbare rechten, dus met een economische waarde &
vatbaar voor verhandeling
extrapatrimoniale rechten
o Soorten vermogensrechten
Zakelijke rechten absolute werking
Vorderingsrechten relatieve werking
Intellectuele rechten
Een zakelijk recht moet door iedereen geëerbiedigd worden = erga
omnes uitoefenen
1
, o Voorbeeld: onderscheid zakelijke rechten vs. vorderingsrechten
1. SITUERING – SOORTEN ZAKELIJKE RECHTEN
ZAKELIJKE HOOFDRECHTEN ZAKELIJKE ZEKERHEIDSRECHTEN
(OF: ZELFSTANDIGE ZAKELIJKE (OF: ACCESSOIRE ZAKELIJKE
RECHTEN) RECHTEN
o Betreffen het goed zelf o Betreffen geldwaarde v/h goed
o Verlenen recht (zeggenschap) over o Verlenen recht op geldwaarde v/h
goed zelf goed
o Zijn zelfstandige rechten o Zijn afhankelijk van andere
= bestaan op zichzelf, zonder band rechtsverhouding
met andere rechtsverhouding = accessorium/bijzaak v/e
schuldvordering
o Met variabele draagwijdte in functie
van soort zakelijk hoofdrecht o Waarborgen deze schuldvordering &
1. Eigendomsrecht = meest geven zo ‘zekerheid’ van nakoming
volkomen zakelijke recht ervan
(ruimste zeggenschap)
art. 3.3, tweede lid BW o Bieden voorrang op andere SEs in
‘samenloopsituaties’
2. Mede-eigendom = variant
eigendomsrecht met eigen o Met variabele draagwijdte in functie
kenmerken van soort zakelijk zekerheidsrecht
art. 3.3, tweede lid BW
1. Voorrechten
3. Zakelijke gebruiksrechten = 2. Pand
zakelijke rechten met minder 3. Hypotheek
omvangrijke zeggenschap: 4. Retentierecht
vruchtgebruik, opstalrecht, Art. 3.3, vierde lid BW
erfpacht,
erfdienstbaarheden
art. 3.3, derde lid BW
2
,Voorbeeld: zakelijke hoofdrechten vs. zakelijke zekerheidsrechten: een
woning
Eigendomsrecht woning Hypotheekrecht op woning
Het eigendomsrecht geeft aan de Het hypotheekrecht geeft aan de
eigenaar rechtstreeks het recht om hypotheeknemer (bv. bank) het recht
het goed te gebruiken, hiervan het om, bij niet- nakoming van de
genot te hebben en erover te hoofdverbintenis van de
beschikken. hypotheekgever (bv. niet-afbetaling
v/d lening), het goed te verkopen en
de opbrengst te gebruiken tot betaling
van de leningsschuld.
1. SITUERING – RECHTSBRONNEN
Een werk van lange adem…
1. SITUERING – BELANG GOEDERENRECHT
o Verband met maatschappelijke welvaart
Bepaalt omvang vermogen
Belangrijk voor eigen levenskwaliteit
Bepaalt kredietwaardigheid
Belangrijk voor economie
o Belangrijk onderdeel goederenrecht = publiciteitssysteem
Systeem waaruit blijkt wie welke zakelijke rechten heeft op welke
goederen
Nuttig in veel opzichten: voor medecontractanten, belastingen, SE’s,
investeerders, overheid…
België: onderscheid RG – OG
OG: uitgewerkt publiciteitssysteem
RG: bezit geldt als eigendomstitel vermoeden: bezit = eigendom
3
, 2. INDELINGEN VAN GOEDEREN
Algemeen
o Juridische basis: art. 3.38 – 3.39 BW
o Waarom indelen?
Elke categorie goederen heeft eigen juridisch statuut
o Soorten indelingen: goederen kunnen worden ingedeeld volgens
Toe-eigeningsmogelijkheid (bv. “verborgen goederen”)
Gebruik: verbruikbare vs. niet-verbruikbare goederen
Aard:
Lichamelijk vs. onlichamelijk
Roerend vs. onroerend
Voorbeeld: belang indeling & juridisch statuut goederen: verborgen goederen
o Belang onderscheid OG – RG
Verkrijging eigendom door verjaring
Tegenwerpelijkheid eigendom
OG: publiciteitssysteem (art. 3.30-3.34 BW)
Registratie RH/RF m.b.t. OG op Kantoor Rechtszekerheid AAPD
RG: bezit te goeder trouw (art. 3.18-3.29 BW)
Zakelijke zekerheden: hypotheek (OG) vs. pand (RG)
Bij verkoop OG: OG door incorporatie en bestemming zijn in verkoop
begrepen (art. 3.8, §2, tweede lid en 3.9, laatste lid BW)
o Voorbeeld: belang tegenwerpelijkheid eigendomsrecht: dubbele verkoop
(woning – auto)
4