1. Introductie en de bevelstheorie – hoofdstuk 1 de wens van de soeverein
De bevelstheorie van Austin
1) John Austin (1790-1859), Brits rechtsfilosoof
- 1ste rechtsfilosoof die het recht op een systematische en analitische
wijze probeert te definieren
- Zijn theorie heeft veel rechtsfilosoven beïnvloed
- Hoogleerraar rechtsfilosofie aan de university college of London
- Hij probeerde rechten te definiëren zonder te verwijzen naar een
bestaand rechtssysteem en zonder de lezer voorkennis te
veronderstellen van het geldende recht
- Hij probeerde de structuur en werking van het recht te begrijpen zonder naar
jurisprudentie en wetten te kijken. Hij wilde ook geen beroep doen op morele notities
2) John Austin, aanhanger van het Rechtspositivisme en van de Bevelstheorie van
het recht
o Het Rechtspositivisme is een theorie van het recht die stelt dat het
bestaan en de inhoud van het recht afhangt van sociale feiten, en
niet van de morele waarde van het recht (zoals wordt gesteld door
de Natuurrechttheorie).
▪ Rechtspositivisme >< natuurrechttheorie
▪ Natuurrechttheorie beweert dat recht niet los kan worden gezien
van de morele inhoud daarvan (de rechtvaardigheid) terwijl het
rechtspositivisme recht definieerd los van de morele inhoud
o Austin is een aanhanger van het rechtspositivisme: “The existence of law
is one thing; its merit and demerit another.” (The Province of Jurisprudence
Determined, 1832)
→ bekende uitspraak van Austin
o Austin beperkt zich daarom tot een objectieve, neutrale beschrijving van
het positieve (= feitelijk bestaande) recht, en houdt zich bij deze
beschrijving van het recht niet bezig met een normatieve beoordeling of
een morele waardering van het recht.
▪ Rechtspositivisme houdt zich niet bezig met de vraag van de
morele waardering van het recht
o De Bevelstheorie= een theorie van het recht die stelt dat de inhoud
en het bestaan van het recht wordt bepaald door wat een (menselijke)
wet-/regelgever heeft bevolen, in de vorm van een soort bevel.
, o Austin is een aanhanger van de bevelstheorie: “Every law or rule is a
command. Or, rather, laws or rules, properly so called, are a species
of commands.” (The Province of Jurisprudence Determined, 1832)
o Volgens Austin wordt de vraag ‘wat IS recht?’ niet beantwoord door
de morele waarde van het recht, maar door de feitelijke bron van het
recht. Een wet/regel is positief recht als het afkomstig is van, of
bevolen is door, een soevereine wet-/regelgever (= ‘bevelhebber’)
3) The Province of Jurisprudence Determined, 1832
> belangrijk boek van
Austin
> hij stelde zich het doel
om een duidelijke en
neutrale definitie van
‘recht’ op te stellen. In
zo een definitie wordt
het recht niet
beschouwd als het
tegendeel van onrecht,
maar als het tegendeel
van ‘niet-recht’
o Het specifieke onderwerp van de rechtsgeleerdheid is positief recht,
oftewel ‘wetten’ of ‘regels’ in strikte zin, dit zijn wetten of regels die gesteld
of gemaakt zijn door politiek superieure mensen gericht tot politiek
ondergeschikte mensen
▪ Regels die afkomstig zijn van mensen die poltiek superieur zijn
t.a.v. ondergeschikte, deze regels zijn regels in strikte zin
o Van wetten of regels in algemene zin is sprake als deze worden gesteld ter
sturing van het gedrag van een redelijk wezen door een ander redelijk
wezen dat macht uitoefent over het eerste
(Wanneer een redelijk wezen dat macht uitoefent op een ander redelijk
wezen wetten of regels stelt om het gedrag van het ander redelijk wezen te
sturen)
▪ Gaat niet noodzakelijk om menselijke wezens, er kunnen ook
goddelijke wetten vallen onder wetten of regels van algemene zin
maar dit is dan geen positief recht want het is niet door mensen
gesteld
o Onder de termen wetten of regels in algemene zin, oftewel ‘bevelen’,
vallen daarom de volgende twee onderwerpen:
1. Goddelijke wetten (geen positief want niet door mensen gesteld recht)
2. Menselijke wetten (positief recht en positieve moraal)
, Schema hoe Austin
het domein van de
rechtsleer beperkt tot
het positieve recht
Hij vertrekt vanuit
algemene wetten of
regels. Dit valt uiteen
in goddelijke wetten,
menselijke wetten en
figuurlijke wetten (=
wetten die we wetten
noemen maar ze zijn
eigenlijk geen wetten
bv wet van de
zwaartekracht)
Wetten en regels die niet gesteld zijn en ook niet door een
superieur. Ze zijn gevestigd door de publieke opinie. Het. Zijn
regels die enkel bestaan door menselijke opvatting of
overtuiging. Hierin plaatst Austin het gewoonterecht en
internationaal recht. Rechtsbronnen die door andere
rechtstheoristen wel worden gerekend tot het positieve recht
maar niet door de bevelstheorie van Austin omdat het regels zijn
die niet door een superieur zijn gesteld en louter op grond van
een bepaalde overtuiging tot stand zijn gekomen
De menselijke wetten vallen uiteen in het positief recht (de wetten in strikte zin)
en de positieve moraal (geen recht in strikte zin maar wetten en regels gesteld
door een niet politiek superieur bv regels van een meester aan zijn slaaf → zijn
organisaties/ situaties waarin sprake is van regels maar je kan niet spreken van
positief recht omdat er geen relatie is tussen een politiek superieur en politiek
ondergeschikten)
4) Bevelstheorie van het recht
o Na het bepalen van het onderwerp van de rechtsgeleerdheid, te weten
het positieve recht, oftewel de door politiek superieure mensen aan
ondergeschikte mensen gestelde wetten of regels in strikte zin,…
… volgt een analyse van de essentiële eigenschappen van een wet of
regel: wat IS een wet of regel nu in essentie? → de vraag die Austin
probeert te beantwoorden
, o Een wet of regel is een algemeen BEVEL van een superieur, oftewel
de soeverein, welk bevel een verplichting oplegt aan zijn ondergeschikten
en is voorzien van (een dreiging van) een sanctie ingeval van niet-
nakoming.
▪ Als voldaan is aan al deze kenmerken is er sprake van positief recht
• Bevel
Essentiële
• Algemeenheid
kenmerken van
• De relatie tussen superieur en ondergeschikten
een wet of regel
• De soeverein in strikte zin/
• De verplichting het positieve
• Een sanctie recht
o 2 soorten bevel
▪ Incidenteel of bijzonder bevel
• Voorbeeld: Als u uw knecht beveelt om een bepaalde boodschap te
doen of om het huis niet te verlaten op dat en dat uur op die en die
morgen, of om op te staan op een bepaald tijdstip gedurende de
komende week of maand dan zijn het wetten of regels in strikte zin
(incidenteel of bijzonder bevel). Want de handeling of handelingen
die worden vereist of verboden worden op een speciale manier
bepaald of aangewezen.
▪ Regels en wetten
• Voorbeeld: als u uw knecht beveelt om op een bepaald tijdstip op te
staan of om altijd op dat deze stip op te staan dan wordt er een regel
vastgesteld tot richtsnoer van het gedrag van de knecht
o Onder de term bevel worden de volgende noties begrepen:
1) Een wens van een redelijk wezen X dat een ander redelijk wezen Y iets
zal doen of nalaten;
(in algemene zin dus een redelijk wezen kan ook God zijn. Als het gaat
om een bevel in strikte zin moet er een wens zijn van een mens)
2) Een kwaad dat door X wordt aangedaan aan Y, ingeval Y niet voldoet aan
de wens van X;
een wens die geen kwaad bevat of een beloning is geen bevel
3) Een uitdrukking van de wens door woorden of andere tekens. (een stille
wens of een enkele gedachte is geen bevel)
- een bevel is een wensuiting en wordt onderscheiden van andere
wensuitingen door de bijzonderheid dat de partij aan wie de wens wordt
gericht is blootgesteld en kwaad door de ander in geval dat hij de wens
niet vervult
- Een bevel is alleen maar een bevel als degene die beveelt ook de
mogelijkheid heeft om sancties bij niet-naleving op te leggen en ten uitvoer
te leggen
1) De verplichting van Y te gehoorzamen aan X ontstaat door de
blootstelling aan het kwaad bij niet-nakoming van het bevel.