Voorbij de laatste stad
Aan het roer dien avond stond het hart A mannelijk
en scheepte maan en bossen bij zich in B mannelijk
en zeilend over spiegeling B glijdend
van al wat het geleden had A mannelijk
voer het met wind en schemering B glijdend
om boeg en tuig voorbij de laatste stad. A mannelijk
Alliteratie = dezelfde begin letters.
Assonantie = dat de midden klanken rijmen
Het hart is één persoon wordt bedoeld die aan het nadenken is, het hart laat zich leiden
doordat het aan het roer staat. In het gedicht staat dat het avond was toen die persoon met
een bootje over de spiegeling voer en van alles bij zich in scheepte en daarna voorbij de
laatste stad voer.
Met wind en schemering, hij staat aan de avond van zijn leven.
Wanneer je wat verder denkt kom je erachter dat het bootje een persoon is die zich door
zijn hart liet leiden door het voorbij gevlogen leven.
Hij (die persoon) komt dan allemaal leuke en minder leuke herinneringen tegen en denkt
daar nog een keer over na en als hij dan alles overdacht heeft komt hij weer bij het heden en
overlijdt hij.
Thema = het sterven de dichter
Christelijk aspect = het bootje vaart door naar het hiernamaals, en slaat niet om.
Metafoor = Voorbij de laatste stad varen is een metafoor want er wordt hier bedoeld dat de
man overlijdt.
Beeldspraakvormen = boot, boeg en tuig ; daar bedoelt de dichter die persoon mee die
terug denkt aan zijn leven en aan wat hij ervan heeft terechtgebracht.
Traditioneel gedicht = eindrijm, de zinnen zijn ongeveer even lang en er zijn leestekens
weggelaten. Het gaat om de inhoud, niet om de vorm (zoals bij moderne gedichten).
Omarmend rijm
, Het schilderij
Een oud en donker schilderij A mannelijk
boven mijn ledikant. B mannelijk
Bij nachten blijft het licht opzij A mannelijk
tot aan den rand. B mannelijk
Van de figuur is niets te zien; C mannelijk
het is nu donker in dat land. B mannelijk
O schilderij o schilderij A mannelijk
boven mijn ledikant. B mannelijk
‘k Herinner mij nog uit vandaag: D mannelijk
het zijn twee mensen, hand in hand B mannelijk
liggende op een bloemenwei; A mannelijk
het is voorbij het is voorbij A mannelijk
het is een donker schilderij A mannelijk
gehangen aan den wand. B mannelijk
Assonantie
Thema = de voorbijgegane liefde.
Metafoor = het schilderij is het leven.
Vorm gedicht = sonnet (4,4,3,3)
Traditioneel gedicht = eindrijm, de zinnen zijn ongeveer even lang en er zijn leestekens
weggelaten. Het gaat om de inhoud, niet om de vorm (zoals bij moderne gedichten).
Gebroken rijm
Bij nachten blijft het licht opzij, als je er licht op schijnt dan komt er door de opstaande rand
schaduw over het schilderij. Schaduw laat het verdriet zien.
Samenvatting = Het schilderij laat gelukkige leven zien met zijn geliefde. De geliefde is
overleden. Dus er is een schaduw geworpen over het schilderij. Hij kan het vroegere leven
niet meer zien alleen maar herrinneren.