ORGANISATIE VAN EEN SAMENLEVING DOOR
ARCHITECTUUR
1. INLEIDING: GRIEKENLAND <-> ROME
Onderscheid Griekenland & Rome
--> gelijkenissen & verschillen
Belangrijkste verschil
= spanningsveld pure esthetiek & ingenieurskunst (wil om te vernieuwen)
2 ARCHITECTEN: WINCKELMANN & PIRANESI
Winckelmann:
= Duits architect / archeoloog 18e eeuw
= Griekse blik
--> nadruk op culturele verfijning/precisie
--> harmonie met de natuur
--> arcadisch eenvoud
= dachten niet vanuit eindpunt
MAAR vanuit diagonaal = voor- en zijkant zichtbaar
= dynamischer
! Nadruk op esthetische !
Piranesi:
= Romeins architect / archeoloog 18e eeuw
= Romeinse blik
--> toont constructieve logica
--> wetten van zwaartekracht + gewicht van balkwerk
--> toont architecturaal verband
= door mens gemaakt om natuur te domineren
MAAR wanneer niet onderhouden --> natuur neemt terug over
1
, = strijd natuur & architectuur
Antieke Griekse architectuur Antieke Romeinse architectuur
realisme Fantasie & verbeelding
Perfectionisme & eenvoud Megalomane technische vernieuwing
Zuil & architraafbouw gewelfbouw
Inplanting: diagonaal Frontale - gedwongen benadering
= hoekbenadering Van het gebouw
Homogene, zuivere architectuurstijl Mix van stijlen
Harmonie & proportie Horror vaccui
Integratie in landschap Domineert het landschap
(aanpassing, creatie)
=> kenmerken pas te begrijpen
ALS we inzoomen op smlv die architectuur heeft geproduceerd
2. VERENIGD IN DE DIVERSITEIT: DE POLIS
Antiek Griekenland = ruim territorium
= geografische versnippering (vasteland, eilanden, nederzettingen)
--> uitgestrekt grondgebied
MAAR veel kleiner dan Romeinse imperium in hoogdagen Romeinse keizerrijk
Romeinse imperium
= centraal bestuurd vanuit Rome (1 duidelijk centrum/bestuur)
Griekse Rijk
= geografisch & cultureel omschreven MAAR =/= centraal politieke kern
--> diverse stadsstaten met elk eigen bestuurlijke eenheid
= grenzen zijn natuurlijk bepaald
--> alle deeltjes maken deel uit van groter cultureel geheel
2
,Eenheidsfactoren
= taal (hellenisten (= Griekssprekende) vs Barbaroi (=/= Grieks sprekende))
= godsdienst ( 1 gedeelde godsdienst = De Goden van de Olympos)
= architectuur (pan-Helleense plaatsen = tempelsites)
Pan-Helleense plaatsen
= alle Grieken ongeacht afkomst, samen geloof uit te oefenen
--> neutrale plaatsen, plaatsen van vrede
--> afkomst + taal =/= van belang = voor alle Grieken
= puur voor uitoefenen godsdienst
--> jaarlijkse Pan Helleense spelen (voorloper olympische spelen)
3 stijlfases
=/= inzetten op vernieuwen
MAAR eerder op perfectioneren van basis Proto-Griekse culturen
1. archaïsche fase
2. klassieke fase
3. hellenistische fase
3. DE PROTO-GRIEKSE ERFENIS
2 belangrijke Proto-Griekse culturen
1. Myceense beschaving --> nu Griekse vasteland
2. Minoïsche beschaving --> nu Kreta
MINOÏSCHE BESCHAVING:
vroege 20ste eeuw ontdekt door Arthur John Evans
--> kunnen ontdekken door tekstuele bron
= mythologie van Homeros, de Minotaurus en de architect Daedalus
1. belang stier
2. architecturale opdracht: doolhof (minotaurus in verstopt)
--> realisme & harmonie met de natuur
3
, --> polychromie
Opgravingen: architecturale restanten = link met mythe Homeros
--> polychromie: veel kleur
antiek Griekse (en ook Romeinse) sites= nu vaak wit marmer
MAAR hielden van veel kleur in architectuur
--> alle elementen gekleurd, vaak felle kleuren
Minoïsche beschaving = zette in op het natuurlijke
(dia 13, 14: elementen die Evans vond tijdens archeologische opgravingen)
Megaron grondplan
--> rechthoekig grondplan
Typisch = in 3 vertrekken opgedeeld
+ zuilen spelen belangrijke rol in opdeling van vertrekken
Griekse tempel grondplan = beschreven a.d.h.v. zuilen
• Zuilen in antis (= 2 zuilen vooraan)
• Peristyle (=zuilen rondom rond)
• Dipteraal (= 2 zuilen rondom)
• Pro-style
Zuilen in antis = dragen balk waarop driehoekig fronton staat
= basisopstand antiek Griekse tempelbouw
Bv. Dia 18 & 19
Proto-Griekse erfenis
= laatste der megalithische culturen
• Megaronplan
• Zuil-architraaf constructie
• Tempelfronton
• Polychromie
• Realisme
4