K INESITHERAPEUTISCH H ANDELEN 1 – Pr of. Sabin e Ver schuer en
zittijd
Vlaamse kleuters, kinderen, jongeren en volwassen zitten 50% tot 85% van hun dag stil. De
grootste zittijd vergeleken met de laagste zorgt voor:
2 x groter risico op diabetes
90% groter risico op cardiovasculaire mortaliteit
49% groter risico op algemene sterfte
normen
doelstelling
observatie van ‘houden’ en ‘bewegen’
compensatiemechanismen
nadere oriëntatie op oorzaak van klachten: spierzwakte, spierverkortingen,
beenlengteverschil, bekkentorsie …
aandragen van elementen voor het bevestigen of ontkennen van ‘hypothesen’
,Inspectie: waarop letten we?
1. Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL)
allereerst worden de ADL geobserveerd
met speciale aandacht voor het gebruik van het aangedane lichaamsdeel
2. houding en statiek
houding wordt gedefinieerd als de stand van de lichaamsdelen ten opzichte van
elkaar
rechtopstaande houding inspecteren op:
o symmetrie-asymmetrie: links-rechts vergelijking
o lichaamstype
habitus asthenicus, - pycnicus, - athleticus
ectomorfie, endomorfie, mesomorfie
indruk vormen over: somatische en physchische toestand
pijnhouding (antalgische houding) is geen gewoontehouding
houding reeds bij binnenkomen van patiënt bekijken: Hoe staat en beweegt de p?
3. lokale vorm
vorm van het skelet
o beoordeeld via de zichtbare botcontouren
o afgeleid van de uitwendige lichaamscontouren
musculatuur
o directe inspectie door het zichtbare reliëf
o vervaging contouren – hypotonie
o verscherping contouren – hypertonie
o omvang geeft informatie over de troficiteit (hypertrofie-atrofie)
subcutane veranderingen
o zwellingen of intrekkingen
o kunnen in relatie staan tot dieper gelegen structuren
o samenhang van deze veranderingen met het bewegen
4. huid (en nagels)
kleur
o aanwijzing voor de kwaliteit van de vascularisatie
roodheid: hyperemie
bleekheid: ischemie of anemie
blauwpaarse verkleuring: hypoxemie
o aanwijzing voor inflammatie: roodheid
o hematomen
kleur, vochtigheidsgraad en trofische toestand
geven indruk over de vegetatieve toestand
defecten
littekens: operatie, traumata
afwijkingen in de beharing
5. hulpmiddelen
stok, kruk, looprek, rollator …
kwaliteit
doelmatigheid
juist gebruik
, optimale houding
De gewoontehouding leek meer op ‘slump’ zitten, met meer flexie in meeste regio’s van de
wervelkolom.
Wat precies een ‘optimale’ zithouding is, blijft in de wetenschap en literatuur ter discussie
staan, ondanks het toenemende bewijs dat er ‘geen enkele juiste houding’ bestaat. Elke
houding, met meer lordose of kyfose, kan, indien voor een langere periode aangehouden,
leiden tot ongemak en symptomen. Het is dus belangrijk om voldoende van houding te
veranderen.
houding – krachten
krachten die de neiging hebben het lichaam zwaartekracht
te doen vallen
passief: botten, kapsels, ligamenten, spieren
krachten die het lichaam oprichten (elasticiteit)
actief: spieren (contractibiliteit)
uitgangshouding patiënt
kledij uitdoen
ontspannen en reproduceerbare uitgangshouding
lichaamsgewicht gelijk verdelen over 2 voeten
10-15 cm tussen voeten
therapeut:
o 2 à 3 m van het kader
o recht achter patiënt
Eén afwijkende bevinding maakt niet de diagnose …
referentiepunten kennen anatomische variatie zonder pathologische betekenis
zoek altijd naar bevestiging of ontkenning met andere observaties
herhaal inspectie na houdingsverandering
inspectie is een eerste stap, geeft aanleiding tot hypothese-vorming, nodigt uit tot
nader onderzoek
wees kritisch:
o afwijking dorsaal afwijking ventral
o afwijking: oorzaak op ander niveau