Organisme moet zich cte verdedigen tgn pathogenen in omgeving
Aangeboren immuniteit
Kenmerken
Voor enige blootstelling
o Reageren zelfs als 1e keer contact
Vanaf geboorte
o Eerste verdedigingslinie
Aspecifiek
o Niet specifiek op één iets gericht
Externe verdediging
Intacte huid
Mucosa (slijmerige weefsellaag die bnnkant van holle organen & lichaamsholtes bekleedt)
o Ciliae/trilharen op epitheelcellen
o Opwaartse beweging mucus & pathogenen nr buiten
Mucus (slijmerige vloeistof geproduceerd dr lichaam)
Fysische barrière
Vijandige omgeving
o pH huid 3 – 5
o Lysosyme
o Speeksel
o Maag pH 1,3 – 3,5
Interne verdediging
Granulocyten
Fagocytose deel van aangeboren immsys
Neutrofielen = fagocyten
o Binden pathogenen via opp-receptoren
o Internaliseren pathogenen
o Vormen vacuole die fusioneert met lysosomen
Antigen presenterende cellen
Macrofagen
o Migreren dr lichaam
o Resideren in organen of lymfatisch systeem
Dendritische cellen
o Vnl in T-cel gebieden van lymfoïde organen (lymfeklieren, darmwand)
, o Bv. gaan dr wand van darm in darmlumen
opzoek naar antigenen om op te nemen & te presenteren aan immsys
als antigen (dat er niet thuis hoort) ooit dr darmwand zou breken: aanvallen
Fagocytose
Vormen link naar verworven immrespons
Natural Killer Cellen
Vallen virus-geïnfecteerde & kankercellen aan
o Herkenbaar want veranderen van opp: andere EW geëxprimeerd
Veroorzaken apoptose van aangevallen cel
Cte omgeving aan het betasten (ook eigen cellen)
MHC complex: krijgt alleen via inhiberende receptor
signaal dat normale cel is
o Binding – check – terug loslaten
o Laat los: niet geactiveerd -> cel overleefd
NKC maakt geen contact met MHC complex maar met
ander ligand voelt dat iets niet klopt
Ligand dat ze niet vertrouwen: signaal geven om zichzelf te
vernietigen
Activatie aangeboren immuunrespons
Belangrijke rol inflammatie
Ontsteking gaat NKCs extra doen aanvoeren extra controles ter plaatse
Verworven immuniteit
Kenmerken
Na blootstelling aan pathogeen
o Pas actief als we al eerste contact met pathogeen gehad hbb
o Presentatie aan T helper cellen = grens tss humorale & cellulaire
o B lymfocyt tonen omvormen tot plasmacel
Specifieke respons
o Humorale
o Cellulaire
Tragere respons
Immunologisch geheugen
, Lymfocyten
Uit stamcellen in beenmerg
Circuleren in bloedbaan
Dr chemokines nr plaats delict gelokt OF resideren in lymfoïde organen
wachten tot geactiveerd & lichaam in gestuurd
Evolutie naar B- of T-cellen afhankelijk van plaats waar ze
verder matureren
B-cellen
o Geen passage nodig via thymus
o Rechtstreeks gevormd in beenmerg
T-cellen
o Eerst naar thymus
o Heel belangrijke passage!
Diversiteit lymfocyten
o Dr oa somatische gen-recombinatie
Vroeg in ontwikkeling
Gen-herschikking op random manier allemaal versch receptoren
(1 receptor soort per cel)
Antigen receptoren (epitopen)
Antigen = elk molecule dat herkend w dr lymfocyten & respons uitlokt
Reactie niet tgn volledige antigen tgn kleine bindingsplaatsen
o = epitopen
o 1 antigen kan er verschillende hbb
o Epitoop gericht
Plasmamembraan B- & T-cellen exprimeren +- 100 000 antigen receptoren op opp
reageren tgn zelfde epitoop
super specifiek MAAR knn dan enkel tgn dat epitoop reageren
Testen & verwijderen