NEFROLOGIE – THEORETISCHE COLLEGES
Inhoud:
1. HC 1 De normale nier
2. HC 2 Nefrologische syndromen
3. HC 3 Acuut nierlijden
4. HC 4 Chronisch nierlijden
5. HC 5 Erfelijke nierziekten
6. HC 6 Idiopathische glomerulonefritis
7. HC 7 Glomerulonefritis bij systeemziekten
8. HC 8 Glomerulonefritis bij vasculitis & nieraandoeningen bij vaatpathologie
9. HC 9 Nieraandoeningen bij plasmaceldyscrasieën & amyloïdose
10. HC 10 Tubulo-interstitiële nefritis
11. HC 11 Diabetische nefropathie (boek, want les komt maar niet online?)
1 HC De normale nier
Macroscopisch & microscopisch uitzicht
LIGGING:
➔ Boonvormig, bindweefselkapsel
➔ Grootte: 11 x 5 x 2,5 cm
➔ Gewicht: 120-170 g
➔ Retroperitoneaal
➔ Subdiafragmatisch
➔ Re lager dan li nier
VAATSTELSEL:
➔ Als kinderen te vroeg geboren worden, mis je delingen en dus ook glomeruli. 800 000
glomeruli is een gemiddelde!
➔ Anamnese: laag geboortegewicht? Vroeggeboorte?
HET NEFRON:
➔ Kleinste morfologische functionele eenheid
➔ 1 milj. nefronen per nier
➔ Ligging: schors
➔ Bestanddelen:
,Samenvatting nefrologie – theoretische colleges 1ste master geneeskunde KU Leuven
o 1 Glomerulus
o 2 Tubulus
o 3 Juxtamedullair apparaat
1 DE GLOMERULUS:
➔ Bestanddelen:
o Capillair kluwen (waarin de vorming van het ultrafiltraat (UF) plaatsvindt)
o Mesangium: ‘skelet’ (hieraan hangt het glomerulaire apparaat vast)
o Kapsel van Bowman (met Bowman ruimte)
➢ Kluwen bloedvaten
➢ Semipermeabel membraan met poriën: filtraat komt
in de Bowmanruimte → proximale tubulus
➢ De proximale tubulus is de belangrijkste, deze is nl.
heel energieafhankelijk (veel ATP verbruik), ze
resorberen veel (veel glucose eten = meer glucose in
de urine = meer opname in PT)
o Ischemie van nier bij septische shock: PT-
cellen gaan het eerst stilvallen.
➢ Afferente arteriool:
o Endotheline: constrictie (druk daalt, want
aanvoer bloed daalt)
o Prostaglandine: dilatatie (druk stijgt, want
meer bloedaanvoer)
➢ Efferente arteriool:
o Angiotensine II: constrictie (druk stijgt, want
bloed kan niet weg)
▪ ACE-i gaat de aanmaak van AT-II
remmen → dilatatie efferente
arteriool: minder druk in de
glomerulus
▪ De druk in de capillairen willen we
kunnen verlagen zoals bij nefrotisch
syndroom. Lang bestaande
hypertensie kan ernstige nierschade
geven, als je een Ca-blokker neemt,
gaat je systemische BD dalen. Geen
effect op de P in de nieren.
▪ Dus als je geen bijkomende schade
wil op de nier bij behandeling van
,Samenvatting nefrologie – theoretische colleges 1ste master geneeskunde KU Leuven
DE GLOMERULAIRE CAPILLAIRE WAND:
Bestaat uit:
➔ Endotheel
o Zeer lek, sterk gefenestreerd
➔ Basale membraan
o Lamina rara interna/densa/externa
➔ Podocytuitlopers (viscerale epitheelcellen)
o Vele uitlopers en die zijn vervlochten met elkaar
o De poriën zitten tussen uitlopers (vertakkingen), die verschillen van grootte.
▪ Als hier ergens iets foutloopt → problemen in glomerulus.
o Poriën zorgen voor aanmaak ultrafiltraat (uitwisseling tss wat in glomerulus passeert
en terechtkomt in Bowman space gebeurt in de interdigitale uitlopers van de
podocyten, want hier zitten de poriën van verschillende diameter & lading).
▪ Filtratie gebeurt door diffusie en convectie
• Diffusie: o.b.v. concentratiegradiënt naarmate grootte en lading
• Convectie : er is ook een zekere vloeistofpassage van glomerulus
naar tubulus (solvent drag = meeslepen van stofjes).
o Naast de poriën is er nog extra controle door het slit-membraan, deze is ook geladen
(positief geladen deeltjes worden eerder aangetrokken dan negatief geladen
deeltjes)
o Als de podocyten ziek worden = podocytopathie. Filtratiemembraan gaat lekken
▪ Is er een glomerulair probleem/tubulair probleem/ met het interstitium
probleem? Of is het een vasculair probleem (bv. vasculitis zoals bij Lupus).
…. Dus zowel lading als grootte van deeltjes spelen een rol bij de filtratie (grote
moleculen en negatief geladen moleculen geraken er minder makkelijk doorheen)
, Samenvatting nefrologie – theoretische colleges 1ste master geneeskunde KU Leuven
2: DE TUBULUS
➔ Buisvormige structuur waarin modulatie van UF plaatsvindt, vnl. door absorptie en secretie
*N.B. 1: in de proximale tubulus gebeurt veel reabsorptie, kost veel energie: tekort aan
zuurstof/doorbloeding → snelste beschadiging (zoals bij ischemie).
*N.B. 2: histologie: gezonde, ronde tubuli met ronde kernen. Tubuli liggen mooi tegen elkaar zonder
ontsteking.
Diagnostiek bij de nefrologische patiënt
➔ Grondige anamnese (bv. vragen naar geboortegewicht, familiale anamnese: genetische
aandoening? Is het dominant/recessief, X-gebonden of niet?...)
➔ Klinisch onderzoek
➔ Laboratoriumonderzoek:
o Onderzoek van de urine:
▪ Erytrocyturie en/of hematurie
▪ Cylindrurie
▪ Proteïnurie
oOnderzoek van de nierfunctie:
▪ Glomerulaire functie
▪ Tubulaire functie
➔ Aanvullende diagnostische technieken
o Radiologische beeldvorming
o Nierbiopsie
▪ Echogeleiding
▪ Vaak bij parenchymateuze nierziekten
▪ Info over aard (glomerulonefritis, interstitiële nefritis) chroniciteit en graad
van irreversibele beschadiging (belang naar therapie!)
o Genetica