“filosofie” → etymologie: liefde voor de wijsheid, verlangen om te weten
definieren van een concept = afbakenen tov andere concepten
- Extensionele definitie: alle elementen die betrekking hebben op de verzameling
- Intensionele definitie: geven van betekenis van een verzameling
Kenmerken / eigenschappen geven die gelden voor / te vinden zijn bij alle elementen van die
verzameling + uitsluitend voor die verzameling
DOEL: intensionele definitie vinden voor filosofie
1 Drie aspecten van filosofie: attitude, methodologie, domein
Attitudes
- Verwondering: Whitehead
- Vertwijfeling: Schopenhauer – Kierkegaard
Vertwijfeling hoeft geen aanleiding te geven tot filosofie
- Twijfel = kritisch denken: Descartes
Kritisch denken als het niet zomaar aanvaarden van autoriteiten
Ook gezichtsvermogen bedriegt ons (optishce illusies)
Zou vaker gebeuren
Vb: Müller-Lyer illusie
Als zintuigen ons bedriegen, is onze kennis dan ontbetrouwbaar? Ja volgens Descartes
Op verkeerde been gezet door kwaadaardige genieën (malin génie)
!! geen van de 3 is volledig: je vindt ze ook buiten de filosofie
DUS niet voldoende
kritiek is niet altijd het einddoel van filosofie
René
Descartes
17e eeuw
Franse
filosoof
Richard Feynman (Amerikaanse fysicus):
“Wat is wetenschap? Een van de kwaliteiten van de wetenschap is dat ze ons de waarde van rationeel
denken bijbrengt, en het belang van vrijheid van ons denken; ze leert ons dat het loont om te twijfelen
aan de waarheid van wat ons wordt verteld.”
3 methodologische instrumenten
- Intuitie
- Conceptuele analyse
- Gedachte experimenten
- Aard van vragen en problemen waar ze zich mee bezighouden
Wat onderscheidt filosofie van aangrenzende (kennis)domeinen?
Belangrijk: voldoende en noodzakelijkheid
Verschillende methoden die niet uniek lijken te zijn voor filosofie
Intuïties verschillende betekenissen
1
, Verschillende betekenissen
Intuïtie = opvatting / denkbeeld waarvan onmiddellijk duidelijk is dat die correct is
Overtuiging is geen kennis, maar een intuïtie
- 17de en 18de eeuwse filosofen: om te verwijzen naar kennis die op onmiddellijke manier
verkregen wordt
des idées claires et distinctes → Descartes: ‘Je pense donc je suis’
- 20ste eeuw à nieuwe - eerder negatieve betekenis:
spontane overtuiging die we in onze eigen geest aantreffen wnr we over bepaald onderwerp
beginnen te denken
engels: common sense - het gezond verstand overtuigingen = moeilijk op te geven of te
veranderen
intuite vs empirisch onderzoek
intuïties = erg variabel: tss culturele groepen en tss personen,
ook binnen eenzelfde persoon v. tijdstip tot tijdstip en v. context tot context
DUS geen uitsluitend filosofische methode
Conceptuele analyse
= begripsanalyse: het ontrafelen en verbeteren v. concepten die we in het dagelijks leven mss soms te
achteloos gebruiken
Voorbeeld: tijd, liefde, geluk,... ontleden in meer eenvoudige begrippen
DOEL = belangrijke begrippen beter begrijpen en gebruiken
Probleem: niet alle filosofen gebruiken – niet enkel in filosofie
Conceptueel werk zit in de kern van alle wetenschappen & niet enkel filosofie
Gedachte-experiment
= een instrument van de verbeelding, dat gebruikt wordt om nieuwe informatie over een thema te
verkrijgen zonder gebruik te maken van nieuwe empirische data
→ brain in a vat: brein kan niet nagaan of zijn gedachten echt zijn
Robert Nozick: ervaringsmachine
Experimenten kunnen niet in het echt uitgevoerd worden
- Ethische kwestie
- Technologische beperkingen
Gedachte-experimenten in wetenschap: wetenschap is geen louter empirische activiteit
Experimentele filosofie: crossculturele verschillen in intuïtie onderzoeken
Voordelen:
verheldert een probleem door het te visualiseren
leveren gegevens op die voor of tegen bepaalde theorie kunnen worden gebruikt
=> financiële, technologische en morele problemen mee omzeilen
De aard van filosofische vragen en problemen
2
,verschil van filosofie met andere domeinen = aard van de vragen en problemen
Feynman: analogie met een gedicht
‘A centipede was happy - quite!
Until a toad in fun
Said, ‘Pray, which leg moves after
which?’
This raised her doubts to such a
pitch,
She fell exhausted in the ditch
Not knowing how to run.
de pad = de attitude van filosofen, die met een gerichte vraag de stelligheden van hun
gesprekspartner doorprikken
onbeantwoordbare vragen als die het voorrecht zijn van filosofen dan: zie ook dia 16-17
- filosofie zou dan eerder op kunst lijken dan op wetenschap
- ‘geen vooruitgang in de filosofie’ (revoluties)
MAAR 1. vooruitgang binnen de wetenschap is niet altijd evident (denk aan Kuhn)
2. er is wel sprake van vooruitgang in de filosofie : sommige vragen werden wel
beantwoord
3. negatieve vooruitgang: niet zeker van de antwoorden op fundamentele vragen
Wat is filosofie?
een attitude → kritisch zijn
een methode → conceptuele analyse, gedachte-experiment
een domein → onbeantwoordbare vragen en fundamentele problemen
paradigma = samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen de werkelijkheid
beschreven wordt
2 vier deeldomeinen
Poging om filosofie te definieren = componenten waaruit filosofie bestaat definieren
tot op zekere hoogte: extensionele definitie
MAAR oplossing: onderdelen apart intensioneel definieren
metafysica Studie van wat bestaat en van de aard van wat bestaat
Wat is tijd? Bestaat vrije wil? Bestaan getalen?
logica Studie van geldigheid van redeneringen en argumenten
+ waarom geldig/ongeldig
Geldigheid = behouden van de waarheid
Geldige redenering als premissen waar zijn en dus ook de
conclusie waar is
Logica: formaliseren van redeneringen
Zie vb PWP: niet geldige redeneringen dia 22
- modus ponens: geldige redenering
- modus tollens: ongeldige redenering
epistemolo = kennisleer
gie Studie van aard en mogelijkheid van kennis
achterhalen hoe we weten wat we denken te weten
Vb: is kennis mogelijk? hyperfundamentele vraag
3
, Vb: brain in a vat (gedachte-experiment)
ethiek = moraalfilosofie
Studie van principes die betrekking hebben op goed en kwaad
Vb: Trolley problem dia 26
Wetenschapsfilosofie
algemene wetenschapsfilosofie toegepaste wetenschapsfilosofie
intrinsieke interesse Instrumentele interesse
→ fundamentele filosofische kwesties die verband → filosofische vragen m.b.t. specifieke
houden met wetenschap wetenschappen
wetenschapsfilosofie betrekking op:
- metafysica
- logica
- epistemologie: is wetenschappelijke kennis mogelijk
- moraalfilosofische ethische vragen
3 een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Ontstaan: oude Griekenland , 6e eeuw v.C.
‘Allereerste filosofen’ → Thales, Anaximander, Anaximenes
→ natuurfilosofen
→ naturalisten , kosmos
Plato & Aristoteles (grieks)
in de antieke Westerse filosofie
→ homines universales
Aristoteles = een naturalist
Middeleeuwse filosofen
aandacht voor band tss filosofie en Christelijk geloof
313 anno Domini
w vaak gebruikt als het begin v/d middeleeuwen
het jaar waarin het christendom werd toegelaten als religie in het Romeinse Rijk
Augustinus , Thomas van Aquino
Sleutelfiguren uit de wetenschappelijke revolutie
René Descartes, Isaac Newton
→ zowel aan wetenschap als aan filosofie
→ veelzijdigheid
Einde van de middeleeuwen: de moderne wetenschap
Richard Feynman: De filosofie eindigt waar de wetenschap begint.
voorbeeld van sciëntisme: De overtuiging dat de methoden v/d natuurwetenschappen de enige bron
zijn van echte kennis over eender welk onderwerp.
! elke nieuwe wetenschap roept onvermijdelijk nieuwe filosofische vragen op!
4