Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 14 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Vraagjes uit de les Farmacologie - 2025

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 14 pagina's

Dit document bevat een verzameling vraagjes uit de Farmacologie lessen van de Bachelor Geneeskunde aan KU Leuven. Het vormt de meest besproken concepten uit de lessen.

Voorbeeld van de inhoud

VRAAGJES UIT DE LES

1. Fysostigmine: waarom gebruikt voor behandeling van pt met centraal
anticholinerg syndroom na gebruik van cocaïne versneden met atropine
a. Fysostigmine inhibeert ach-cholinesterase binnen en buiten CZS
2. Welk symptomen zijn meest wss voor botulisme
a. Wazig zicht, xerostomie, ptose oogleden  alle cholinerge receptoren
worden beïnvloed
3. Geen bijwerking van adrenaline
a. Hypothermie
4. Welke benadering is geschikt voor pt met onderhoudstherapie met clonidine
(alfa2 agonist) en propranolol (niet-selectieve ß-blokker) en voor wie moet
clonidine gestopt worden vanwege onaangename bijwerkingen?
a. Geleidelijk afbouwen van propranolol, daarna geleidelijk afbouwen
clonidine (anders massieve sympathomimetische reactie op geblokkeerde
ß2 receptoren  Niet gecounterde alfa stimulatie)
5. Anafylactische shock en toediening adrenaline
a. Adrenaline IM betekent groter risico wnnr de patiënt behandeld
wordt met propranolol (zelfde uitleg: meer risico op extreme
hypertensie en belasting hart)
6. Welke geneesmiddelen niet gebruiken igv hypertensieve opstoot tgv kaasreactie
a. Isopropylnoradrenaline (is ß-agonist, dus veroorzaakt totaal geen VD)
7. Veroorzaakt geen interacties tgv enzymremming
a. Rifampicine
8. Onjuist
a. Als men een generiek geneesmiddel A voor IV gebruik op de markt wil
brengen, moet men bio-equivalentie tonen met A ( IV is 100%
biologische beschikbaarheid dus GEEN bio-equivalentie aantonen)
b. Bij acuut longoedeem eerst parenteraal thiaziden ( zijn
ONDERHOUDStherapie, men moet lisdiureticum geven)
c. Buproprion verhoogt epilepsiedrempel (VERLAAGT epilepsiedrempel)
d. Aan pt met feochromocytoom ( massieve vrijzetting catecholamines)
met propranolol behandelen (moet met alfa blokkers, evt met beta
blokkers)
e. Voor het opvolgen van DOAC bepaalt men PTT ( GEEN standaard
monitoring nodig)
9. Juist
a. Adrenerge agonist met alfa en beta effect veroorzaakt minder
tachycardie dan adrenerge agonist met alleen beta effect
b. Domperidone kan galactorrhee veroorzaken (vaak off-label gebruikt om
melkproductie te stimuleren)
c. Dopamine kan nuttig zijn bij hartfalen obv D1 en ß1 effect
d. Bromocriptine kan CV pathologie veroorzaken
e. Voor het opvolgen van UH bepaalt men aPTT
f. Voor het opvolgen van VKA bepaalt men INR
10. Kind drinkt 2 flesjes nasale decongestiva, waarvan component alfa adrenerge
agonist: symptoom?
a. Mydriase en vasodilatatie
11. Nicotine receptoren zijn niet te vinden op
a. Bronchiale gladde spier
12. Nicotinereceptoren zijn wel te vinden op:

, a. Chromaffiene cellen bijniermedulla
b. OS ganglia
c. Skeletspier
d. PS ganglia
13. Botulisme door voedselvergiftiging: symptoom
a. Cycloplegie (accommodatie-paralyse)
14. Gevaarlijkste effect bij zeer jonge kinderen van belladonna-alkaloïden
a. Hyperthermie (anticholinergica: NIET bij jonge kinderen)
15. Parathion: GEEN symptoom in EERSTE fase
a. Mydriase (initieel is er bronchospasme, skeletspierfasciculaties, GI
symptomen en tranende ogen)
16. Welk geneesmiddel veroorzaakt het vertragen van de hartslag?
a. Atenolol (ß blokker)
b.  alfa blokker (VD en reflextachycardie)
17. Bijwerking van adrenerge antagonisten die het gebruik ervan beperkt, is
a. Negatief dromotroop effect door ß-blokkers (als dit te uitgesproken is,
kan je het niet gebruiken)
18. Captopril bij behandeling van hypertensie
a. Vermindert conc van Ang II in het bloed (blokkeer NIET Ang II op
competitieve wijze, dit zijn sartanen)
19. Behandeling angor
a. Bij de behandeling van variant angina (vasospastische angor) speelt de
relaxatie van de kransslagader een belangrijke rol ( atheromateuze
angor: preload en afterload speelt rol)
20. Orthostatische hypotensie: bijwerking van…
a. Nitroglycine (ook evt bij ACE-inhibitoren als men die niet correct gebruikt
of als men in hypovolemie is)
21. Verapamil: GEEN effect
a. Hyperglycemie
22. Welke is krachtige inductor van CYP-isoenzymen
a. Carbamezapine
23. Atropine: GEEN bijwerking
a. Zweten (juist minder secretie)
24.Propranolol (niet-selectieve ß-blokker en wordt gemetaboliseerd door CYP2D6)
heeft groot first-pass effect: in welke van volgende gevallen moet de dosis
verlaagd worden?
a. Patiênt met levercirrose: start low go slow
25.Interacties: welke van de volgende stoffen/geneesmiddelen is enzyme inhibitor?
a. Allopurinol: xanthine oxidase inhibitor
b. Aspirine: niet-selectieve irreversiebele COX 1 en CO2 remmer
c. Celecoxib: COX2 remmer
d. Fluconazol: anti-mycoticum: CYP2C9 en CYP3A4 remmer
26. Glucocorticoïden: welke bijwerkingen is NIET typisch
a. Gynaecomastie (wel bij spironolactone)
b. Welke wel:
i. Insomnia: want GC spiegel is ’s morgens hoger
ii. Perifeer oedeem
iii. Glucose intolerantie
iv. Osteoporose
27.Casus: frequent plassen en mictalgie, start van ciprofloxacine (quinolone waardoor
risico QT-verlenging), neemt ijzer, calcium en magnesium —> pyelonefritis
a. Quinolones binden ijzer, calcium en magnesium waardoor neerslaan

Documentinformatie

Geüpload op
19 juli 2026
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
bloempie
3,0
(1)
Verkocht
48
Volgers
0
Items
94
Laatst verkocht
1 dag geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen