PSYCHODIAGNOSTIEK 1
WC1: DIAGNOSTISCH PROCES
WAT IS PSYCHODIAGNOSTIEK?
Hoofdstuk 1 van boek
PSYCHODIAGNOSTISCH PROCES
EMPIRISCHE CYCLUS
Empirische cyclus: procedure om op wetenschappelijke wijze kennis te vergaren
→ bestaat uit 5 stappen
- Observatie: fase van gegevensverzameling
- Inductie: fase van theorie formulering obv gegevens
→ van specifiek (gegevens) naar algemeen (theorie)
- Deductie: fase van toetsbare voorspellingen/ hypothesen afleiden uit theorie
→ van algemeen (theorie) naar specifiek (hypothesen)
- Toetsing: fase van hypothesetoetsing obv nieuwe gegevens
- Evaluatie: fase van uitkomsten evaluering
→ vormt basis voor psychodiagnostiek
⇒ diagnostisch onderzoek is in feite vorm van toegepast onderzoek
=> biedt garantie dat psychodiagnostiek niet op buikgevoel/ aannames leunt, maar op
systematische en toetsbaar onderzoek
,VOORBEELDCASUS
Observatie:
Onderzoeker merkt dat jongeren minder snel opstaan in bus om plaats af te geven aan
oudere personen
Inductie
Onderzoeker vraagt zich af of jongeren in algemeen meer of minder geneigd zijn dan
volwassenen om iemand te helpen die in nood verkeert
→ veronderstelt dat jongeren minder geneigd zijn om te helpen
Deductie
Onderzoeker stelt volgende hypothese ‘indien persoon in nood verkeert zal jongere minder
snel hulp verlenen dan volwassene’
Toetsing
Zet experiment op waarbij jongeren en volwassenen geconfronteerd worden met persoon in
nood
→ onderzoeker gaat telkens na hoe lang duurt vooraleer er hulp wordt geboden
Evaluatie
Resultaten van experiment worden afgetoetst tov opgestelde hypothese
→ indien onderzoeksresultaten hypothese bevestigen, wordt deze behouden
→ indien onderzoeksresultaten hypothese niet bevestigen, kan hypothese verworpen of
aangepast worden
,⇒ bij aanpassing wordt cyclus opnieuw doorlopen
Obv theorie van De Groot (1961) hebben verschillende auteurs diagnostisch proces/ cyclus
beschreven
→ psychodiagnostisch proces vertaalt empirische cyclus naar praktijk van hulpverlening
⇒ empirische cyclus is theoretisch en algemeen
⇒ psychodiagnostisch proces is concreet en cliëntgericht
Diagnostisch proces wordt beschreven volgens De Bruyn et al; (2006)
→ model wordt lineair weergegeven (boven naar onder)
⇒ kent net als empirische cyclus cyclisch verloop
, Diagnostisch proces; model van De Bruyn et al.
→ 5 fasen
- aanmelding: moment waarop onderzoek wordt gevraagd
→ bij verkennen van vraag is belangrijk om helder te krijgen wie vraag naar
diagnostisch onderzoek stelt
- Cliënt of hulpverlener
- Externe opdrachtgever
Vb. werkgever over sollicitant, rechter over verdachte
⇒ dus cliënt is zorgvrager, maar niet noodzakelijk de aanvrager
→ diagnosticus onderscheid 3 soorten vragen
- Aanvraag van verwijzer/ aanvrager
→ zowel vraag als context waarin deze wordt gesteld, wordt geanalyseerd
⇒ diagnosticus onderzoekt
- Wie is aanvrager
- Welke bevoegdheid heeft aanvrager
- Vanuit welke setting komt aanvraag (ambulant, residentieel,
forensisch,... )
→ diagnosticus gaat na wat reden van aanvraag is (vb. Vastgelopen
behandeling, second opinion)
→ diagnosticus gaat na of open of gesloten vraagstelling is
⇒ bij open vraagstelling, zal die helpen vraag verder af te bakenen
- Hulpvraag van zorgvrager
→ diagnosticus verzamelt info over hulpvraag via 1e verkennend gesprek
(intake)
⇒ aandacht voor
- Info die meegegeven wordt
- Houding van zorgvrager tegenover onderzoek
→ gemotiveerd, nieuwsgierig of eerder verplicht?
⇒ dit beïnvloed kwaliteit van info dat later verkregen kan worden
→ zinvol of soms noodzakelijk info te krijgen vanuit omgeving (vb. Ouders,
partner, vrienden,...)
⇒ in bepaalde gevallen kunnen externe instanties geconsulteerd worden
Vb. persoon/ instelling dat zorgvrager doorverwees, andere deskundigen die
dossier bijhouden
=> dit kan enkel na toestemming van zorgvrager
- Eigen onderzoeksvragen obv beschikbare info
→ diagnosticus kan ook bijkomende vragen formuleren
⇒ deze kunnen meteen na intake opduiken
WC1: DIAGNOSTISCH PROCES
WAT IS PSYCHODIAGNOSTIEK?
Hoofdstuk 1 van boek
PSYCHODIAGNOSTISCH PROCES
EMPIRISCHE CYCLUS
Empirische cyclus: procedure om op wetenschappelijke wijze kennis te vergaren
→ bestaat uit 5 stappen
- Observatie: fase van gegevensverzameling
- Inductie: fase van theorie formulering obv gegevens
→ van specifiek (gegevens) naar algemeen (theorie)
- Deductie: fase van toetsbare voorspellingen/ hypothesen afleiden uit theorie
→ van algemeen (theorie) naar specifiek (hypothesen)
- Toetsing: fase van hypothesetoetsing obv nieuwe gegevens
- Evaluatie: fase van uitkomsten evaluering
→ vormt basis voor psychodiagnostiek
⇒ diagnostisch onderzoek is in feite vorm van toegepast onderzoek
=> biedt garantie dat psychodiagnostiek niet op buikgevoel/ aannames leunt, maar op
systematische en toetsbaar onderzoek
,VOORBEELDCASUS
Observatie:
Onderzoeker merkt dat jongeren minder snel opstaan in bus om plaats af te geven aan
oudere personen
Inductie
Onderzoeker vraagt zich af of jongeren in algemeen meer of minder geneigd zijn dan
volwassenen om iemand te helpen die in nood verkeert
→ veronderstelt dat jongeren minder geneigd zijn om te helpen
Deductie
Onderzoeker stelt volgende hypothese ‘indien persoon in nood verkeert zal jongere minder
snel hulp verlenen dan volwassene’
Toetsing
Zet experiment op waarbij jongeren en volwassenen geconfronteerd worden met persoon in
nood
→ onderzoeker gaat telkens na hoe lang duurt vooraleer er hulp wordt geboden
Evaluatie
Resultaten van experiment worden afgetoetst tov opgestelde hypothese
→ indien onderzoeksresultaten hypothese bevestigen, wordt deze behouden
→ indien onderzoeksresultaten hypothese niet bevestigen, kan hypothese verworpen of
aangepast worden
,⇒ bij aanpassing wordt cyclus opnieuw doorlopen
Obv theorie van De Groot (1961) hebben verschillende auteurs diagnostisch proces/ cyclus
beschreven
→ psychodiagnostisch proces vertaalt empirische cyclus naar praktijk van hulpverlening
⇒ empirische cyclus is theoretisch en algemeen
⇒ psychodiagnostisch proces is concreet en cliëntgericht
Diagnostisch proces wordt beschreven volgens De Bruyn et al; (2006)
→ model wordt lineair weergegeven (boven naar onder)
⇒ kent net als empirische cyclus cyclisch verloop
, Diagnostisch proces; model van De Bruyn et al.
→ 5 fasen
- aanmelding: moment waarop onderzoek wordt gevraagd
→ bij verkennen van vraag is belangrijk om helder te krijgen wie vraag naar
diagnostisch onderzoek stelt
- Cliënt of hulpverlener
- Externe opdrachtgever
Vb. werkgever over sollicitant, rechter over verdachte
⇒ dus cliënt is zorgvrager, maar niet noodzakelijk de aanvrager
→ diagnosticus onderscheid 3 soorten vragen
- Aanvraag van verwijzer/ aanvrager
→ zowel vraag als context waarin deze wordt gesteld, wordt geanalyseerd
⇒ diagnosticus onderzoekt
- Wie is aanvrager
- Welke bevoegdheid heeft aanvrager
- Vanuit welke setting komt aanvraag (ambulant, residentieel,
forensisch,... )
→ diagnosticus gaat na wat reden van aanvraag is (vb. Vastgelopen
behandeling, second opinion)
→ diagnosticus gaat na of open of gesloten vraagstelling is
⇒ bij open vraagstelling, zal die helpen vraag verder af te bakenen
- Hulpvraag van zorgvrager
→ diagnosticus verzamelt info over hulpvraag via 1e verkennend gesprek
(intake)
⇒ aandacht voor
- Info die meegegeven wordt
- Houding van zorgvrager tegenover onderzoek
→ gemotiveerd, nieuwsgierig of eerder verplicht?
⇒ dit beïnvloed kwaliteit van info dat later verkregen kan worden
→ zinvol of soms noodzakelijk info te krijgen vanuit omgeving (vb. Ouders,
partner, vrienden,...)
⇒ in bepaalde gevallen kunnen externe instanties geconsulteerd worden
Vb. persoon/ instelling dat zorgvrager doorverwees, andere deskundigen die
dossier bijhouden
=> dit kan enkel na toestemming van zorgvrager
- Eigen onderzoeksvragen obv beschikbare info
→ diagnosticus kan ook bijkomende vragen formuleren
⇒ deze kunnen meteen na intake opduiken