HOOFDSTUK 1: DE BELGISCHE REVOLUTIE
Een bekende spotprent
uit 1796, gemaakt door de
Britse tekenaar James
Gillray. Het is een felle
waarschuwing tegen
Frankrijk. Op de tekening
laat hij zien wat er volgens
hem zou gebeuren als het
Franse leger Groot-
Brittannië zou
binnenvallen: totale chaos
in de straten van Londen.
In het midden wordt de
Britse premier Pitt vastgebonden aan een paal en geslagen door zijn politieke
vijand Fox. Links en rechts worden dure clubs voor rijke mensen geplunderd, en
deftige edellieden worden zo van het balkon gegooid. Er stroomt letterlijk een
rivier van bloed door de straat, de Britse stier (die symbool staat voor het volk)
slaat op de vlucht, en belangrijke wetboeken liggen verscheurd op de grond.
Met deze heftige tekening wilde de maker het Britse volk bang maken en
overtuigen dat ze absoluut geen vrede moesten sluiten met de Franse
revolutionairen.
Een tekening van de oprichting van de Heilige
Alliantie in 1815. Op de afbeelding schudden de drie
machtigste koningen van Europa elkaar plechtig de
hand in een grote kerk: tsaar Alexander I van Rusland
(midden), keizer Frans I van Oostenrijk (links) en
koning Frederik Willem III van Pruisen (rechts). Nadat
de Franse generaal Napoleon definitief was
verslagen, spraken deze drie christelijke vorsten af
om elkaar voortaan altijd te helpen. Ze beloofden
plechtig om hun landen te besturen volgens de regels
van de Bijbel, maar stiekem was het verbond vooral
bedoeld om hun eigen macht te beschermen. Als de
,gewone burgers ergens in Europa in opstand zouden komen voor meer vrijheid of
democratie, stuurden deze koningen hun legers om de protesten samen keihard neer
te slaan.
Tijdens de Franse Revolutie pakte de
nieuwe regering bezittingen en
macht af van de kerk om met dat
geld de staatsschuld te betalen. In de
spotprent ("De verhuizing van de
geestelijkheid") zie je hoe priesters,
monniken en nonnen huilend hun
kerk moeten verlaten, volgeladen
met meubels, matrassen en
heiligenbeelden, terwijl de tekst
eronder klaagt over het verlies van
hun rijke inkomsten. Hoe extreem
deze maatregelen waren zie je op
deze bron.
Dit is een advertentie uit 1795 waarin de grote kathedraal van de stad Metz letterlijk te
huur ("A Louer") wordt aangeboden aan de gewone burgers. Beide
bronnen laten prachtig zien hoe de Franse revolutionairen de
eeuwenoude macht van de kerk volledig probeerden te breken
door heilige gebouwen te veranderen in gewone, commerciële
panden.
Een politieke spotprent uit 1829 (linksonder zie je
het jaartal '1829' staan). Deze prent gaat over
een grote ruzie tussen de politiek en de koning in
de tijd van het Verenigd Koninkrijk der
Nederlanden.
Op de tekening zie je een burger met een dik
boek onder zijn arm die langs een wachter met
een deftige hoed wil lopen. De wachter roept
streng: "On ne passe pas!" (Je mag er niet langs!).
De burger antwoordt: "C'est le Budget!" (Het is de
begroting!). Waarop de wachter lachend
,zegt: "Ça passe toujours." (Dat laat ik altijd door). Met deze tekening leverde de maker
felle kritiek op de regering van koning Willem I. In die tijd wilden de
volksvertegenwoordigers in het parlement (vooral de liberalen en de katholieken uit
het Zuiden, het huidige België) veel meer controle over de centen van de staat. Koning
Willem I regeerde echter het liefst als een dictator en gaf heel veel geld uit aan zijn
eigen plannen, zoals het leger en grote kanalen, zonder dat het parlement er echt iets
over te zeggen had. De spotprent laat op een grappige manier zien dat de koning en
zijn ministers de begroting — en dus het belastinggeld van de burgers — er elk jaar
toch wel zonder problemen doorheen drukten, terwijl het parlement buitenspel werd
gezet.
Een historische afbeelding van het "Paleis der Staten-Generaal" in Brussel, het gebouw
dat sinds 1566 het centrum van de politiek vormt en vanaf 1830 de zetel van het
Belgische parlement werd. De bron legt een grote ongelijkheid bloot in het bestuur van
het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (tussen 1815 en 1830) onder koning Willem I.
De tekst in de afbeelding legt uit dat het land destijds een grondwettelijke monarchie
was, maar géén parlementaire monarchie. Dit betekent dat er wel een grondwet en een
parlement waren, maar dat de koning nog steeds bijna alle macht had en de ministers
niet naar het parlement hoefden te luisteren. Het grootste probleem was echter de
oneerlijke verdeling van de zetels in de Tweede Kamer: de "Belgische" provincies in het
zuiden hadden destijds 3 miljoen inwoners, maar kregen slechts 55 zetels. De
"Hollandse" provincies in het noorden hadden veel minder inwoners (2 miljoen), maar
kregen exact evenveel zetels: ook 55. Hierdoor woog de stem van een noorderling veel
zwaarder dan die van een zuiderling. Deze scheve politieke verhouding zorgde voor
diepe frustratie in het zuiden en was, samen met het autoritaire gedrag van koning
Willem I, een van de hoofdoorzaken die uiteindelijk leidden tot de Belgische Revolutie
in 1830. Willem I was een calvinist en hij wantrouwde het Zuiden (België) doordat zij
katholiek waren. Het was dus geen taalbarrière maar een religieuze scheiding. Hij wilde
de kerk in het Zuiden gaan breken waardoor dat zij minder macht hadden. Hij hoopte
dat hij als enige religie (calvinisme) in de maatschappij kan zijn.
, De bron/ prent laat zien hoe twee
totale tegenpolen — een katholieke
priester (met de priesterhoed en lange
mantel) en een liberale burger (met de
hoge hoed) — door de politiek
veranderden. Links (Avant / Voorheen)
zie je dat ze elkaar nog met de nek
aankijken en ruzie hebben vanwege
hun compleet verschillende ideeën
over het geloof en de samenleving. In
het midden (Pendant / Tijdens) zie je
een verrassende wending: ze sluiten
vriendschap en omhelzen elkaar innig.
Dit gebeurde rond 1828 toen ze
ontdekten dat ze een gezamenlijke
vijand hadden, namelijk de autoritaire
koning Willem I; de katholieken wilden vrijheid van onderwijs en godsdienst, terwijl de
liberalen vochten voor persvrijheid en politieke macht. Dit bijzondere, tijdelijke
monsterverbond tussen de twee groepen noemen we het Unionisme, en dit zorgde
voor het cruciale protest dat leidde tot de Belgische Revolutie in 1830. Rechts (Après /
Daarna) laat de tekenaar op een grappige manier zien dat de vriendschap puur uit
eigenbelang was geboren: zodra de gezamenlijke vijand (de koning) weg was en de
onafhankelijkheid een feit, vlogen de liberalen en katholieken elkaar direct weer
ouderwets in de haren om de macht.
Een politieke spotprent
uit 1829 met de Franse
titel "Les Pétitions" (De
Petities). Deze spotprent laat
de praktische uitwerking van
het Unionisme zien: de
enorme
handtekeningenactie tegen
het beleid van koning
Willem I.
Op de tekening zie je een
rijke gravin met een veer in
haar hand die een grote
petitie (een protestlijst)
ondertekent, terwijl een
dikke katholieke priester (de abbé) toekijkt. Op de achtergrond hangen enorme lijsten