Hoofdstuk III: Medische psychologie...............................................................................2
Inleiding....................................................................................................................... 2
Het belang van het gedrag van de patiënt in geneeskunde........................................3
Therapietrouw.......................................................................................................... 3
De kracht van de psyche............................................................................................. 4
Psychologie van (chronisch) lichamelijk ziek zijn (vb. kanker, astma, …).................4
Mind-body interacties adhv capita selecta (stress en het hart)................................5
Mind-body interacties adhv capita selecta (stress en de hersenen).........................6
Mind-body interacties adhv capita selecta (prenatale stress)..................................7
Mind-body interacties adhv capita selecta (allergie)................................................7
Mind-body interacties adhv capita selecta (pijn en nocebo/placebo).......................7
De kracht van arts-patiënt communicatie en relatie...................................................9
Arts-patiënt communicatie/relatie............................................................................ 9
Modellen voor gespreksvoering: twee-agendamodel en Calgary-Cambridge model
............................................................................................................................... 10
Arts-patiëntcommunicatie in specifieke situaties:..................................................11
De psychologie van de arts zelf................................................................................. 11
Bias/vertekening in ons denken..............................................................................11
1
, Hoofdstuk III: Medische psychologie
De 3 G’s van de psychologie: gedrag, gedachten, gevoelens
Inleiding
Biopsychosociale model = multifactorieel model waarin voorbeschikkende, uitlokkende
en onderhoudende factoren samenkomen om ervoor te zorgen dat we via complexe
systemen (dynamisch, feedback loops, circulariteit) kunnen begrijpen waarom iemand
ziek is. Het model wordt gebruikt om de werkelijkheid te begrijpen, maar is nooit de
realiteit zelf => empirische cyclus van inductie en deductie waarbij we de feiten laten
spreken om de theorie bij te stellen: je gaat ervanuit dat een theorie kan opgelost
worden door een bepaalde actie, als dit niet kan moet de theorie door inductie
aangepast worden vb. middenoorontsteking wordt veroorzaakt door bacteriën en is op
te lossen met antibiotica, als dat niet werkt worden andere mogelijkheden overwogen:
- Voorbeschikkende factoren verhogen de kans op ziekte nog voor het ontstaan
van deze ziekte vb. leeftijd, genetica, eerdere ervaringen
- Uitlokkende factoren activeren de ziekte vb. stress, complicaties, bloedverlies
- Onderhoudende factoren houden de ziekte in stand vb. slaaptekort, geen bril
Het biopsychosociale model is ook een balansmodel tussen belasting/stress wat op
iemand drukt (omgevingsfactoren, verlies, conflict) en kwetsbaarheid/weerbaarheid
wat iemand beschermt (genetisch, vroegkinderlijke ervaring, sociale steun)
=> als de belasting groter is dan de weerbaarheid ontstaat ziekte
Barker-hypothese = het grootste deel van je kwetsbaarheid wordt voor je 3 jaar
vastgelegd: wat je meemaakt in de baarmoeder speelt in op je kwetsbaarheid vb.
stress, ongezond eten, blootstelling aan toxines, ook de gehechtheid van kinderen de
eerste 3 levensjaren beïnvloedt fysiologie, stressregulatie en kwetsbaarheid
Simpele of gecompliceerde systemen zijn het gevolg van voorspelbare =
deterministische oorzaak-gevolg relaties, de factoren zelf hebben geen directe
verbindingen/interacties.
Complexe systemen bestaan uit verschillende componenten die elkaar onderling
beïnvloeden vb. feedbackloops, emergentie = het geheel meer is dan de som van de
onderdelen: het vertoont eigenschappen die adhv de individuele onderdelen niet te
voorspellen zijn = stochastisch vb. gedachten gevoelens, bewustzijn
Evolutie in de geneeskunde: van paternalisme (luisteren naar de dokter) naar
autonomie en gemeenschappelijke besluitvorming (patiënt beslist mee)
=> doel: herstel, genezen van de patiënt door symptoomverbetering, behouden van
de levenskwaliteit en van het functioneren
Evolutie van acute naar chronische aandoeningen
Herstel is een persoonlijk en uniek proces waarin iemands opvattingen, gevoelens,
doelen en/of rollen veranderen. Het leidt tot een leven met meer voldoening waarin
hoop een plaats heeft ondanks beperkingen van de aandoening. Herstel heeft te
maken met het ontstaan van een nieuwe betekenis en zin in het leven => nieuwe
zingeving
Herstel kent verschillende facetten:
- Maatschappelijk herstel = opnieuw in de samenleving betrokken raken
- Klinisch herstel = je terug beter voelen/genezen
2