Stress: basics............................................................................................................... 3
Transactioneel model stress en coping.....................................................................3
Stress meten?.......................................................................................................... 3
Fysiologie van stress................................................................................................ 3
ANS/AZS/autonoom zenuwstelsel: bestaat uit een sympathisch en parasympatisch
deel.......................................................................................................................... 3
Endocriene stress responsen.................................................................................... 5
Dimensies van stress............................................................................................... 6
Stress en gezondheid.................................................................................................. 6
Algemene modellen (Selye, McEwen)......................................................................6
Routes...................................................................................................................... 7
Buffers...................................................................................................................... 8
Interoceptie – symptoomperceptie/klacht – ziekterepresentatie.................................9
Onverklaarde klachten: Prevalentie, NA, Ziekte- vs. Klachtenmodel...........................9
Psychologische invloeden op symptoomperceptie....................................................11
Stressfysiologie...................................................................................................... 11
Operant leren......................................................................................................... 11
Verwachtingen........................................................................................................ 11
Negatieve emoties................................................................................................. 12
Interoceptieve accuraatheid...................................................................................13
Conclusie experimentele klachteninducties...........................................................13
Hoofdstuk II.3: Psychologie van preventie en gezondheidspromotie............................13
Sociale en gedragsdeterminanten van gezondheid...................................................13
Gezondheid, levensverwachting en SES.................................................................13
Levensverwachting: evolutie en verwachtingen.....................................................14
Welvaartziekten en gedrag.................................................................................... 14
Gezondheidspromotie en preventie..............................................................................15
Wat en hoe?............................................................................................................... 15
Evidence based werken.......................................................................................... 16
Planmatig werken................................................................................................... 20
Hoofdstuk II.4: Roken.................................................................................................... 21
Inleiding..................................................................................................................... 21
Gedragsepidemiologie............................................................................................... 21
Beginnen................................................................................................................... 22
Continueren............................................................................................................... 23
Stoppen..................................................................................................................... 24
Terugvalpreventie...................................................................................................... 25
1
,2
, Hoofdstuk II.1: Stress (+ teksten: stressen over stress, adem)
Stress: basics
Transactioneel model stress en coping
Stress = de interactie tussen individu en omgeving waarbij een onevenwicht ontstaat
tussen draagkracht en belasting -> subjectieve beleving
Bewuste cognitieve processen -> mensen hechten veel belang aan wat mensen over
bepaalde dingen denken: inschatten adhv schematisch model hoe het probleem
opgelost moet worden:
- Primaire inschatting: is het irrelevant of kan het als bedreiging worden gezien?
- Secundaire inschatting: het probleem wordt als bedreiging gezien: hoe kan ik
het probleem het best oplossen
Coping styles/stresshanteringswijzen = proces van hantering van subjectief
belastende externe of interne eisen die de mogelijkheden van een persoon dreigen te
overstijgen = hoe iemand probeert met stress om te gaan, de stress te verminderen:
- Probleem georiënteerde coping = alles wat je doet om het probleem op te
lossen vb. je hebt te weinig tijd voor een examen dus probeert het essentiële te
studeren -> mensen ervaren een gevoel van controle over de situatie
- Emotie georiënteerde coping = je eigen negatieve emoties reguleren/dempen
vb. accepteren dat je te weinig tijd hebt dus naar de film gaan om te
ontspannen -> mensen ervaren weinig controle over het probleem
Meaning-based coping = stress reduceren door bij een ingrijpende situatie een andere
betekenis te geven aan wat hen overkomen is vb. kankerdiagnose leert je wat er echt
belangrijk is in het leven, wie je echte vrienden zijn, …
Stress meten?
Stress kan je meten adhv van 3 verschillende metingen die allemaal iets anders
vertellen:
- Fysiologische metingen = veranderingen in het lichaam vb. stresshormonen
- Verbale metingen = vragen aan mensen hoe ze de stress ervaren vb. klachten
- Gedragsmetingen = kijken naar hoe we ons gedragen vb. altruïstisch = we
voelen ons bedreigd en hebben minder energie -> minder geneigd om mensen
te helpen
Fysiologie van stress
In de cortex gebeurt subjectieve beleving: de informatie geeft in de hypothalamus
aanleiding tot lichamelijke stressresponsen via 2 communicatiekanalen:
- AZS/ANS = autonoom zenuwstelsel voor communicatie tussen het CZS en
interne omgeving = lichaam in de periferie
- Endocrien systeem voor aansturing en productie van stresshormonen
ANS/AZS/autonoom zenuwstelsel: bestaat uit een sympathisch en parasympatisch
deel
Autonome/vrijwillige regulatie via negatieve feedbackprincipes
Sensorische afferente banen lopen naar de hersenstam
Motorische efferente banen lopen van hersenstam naar gladde spieren en hartspier
Autonome ganglia = tussenstations van groepen neuronen die verbonden zijn met
pre- en postganglionaire zenuwbanen
3