Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Basisbegrippen van Recht | UGent | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
103
Geüpload op
15-07-2026
Geschreven in
2024/2025

Lesnotities voor het eerste deel van Basisbegrippen van Recht aan de Universiteit Gent, vak uit de Bachelor Rechten. De notities behandelen fundamentele rechtsconcepten zoals objectief versus subjectief recht, publiekrecht versus privaatrecht, de bronnen van het Belgisch privaatrecht (inclusief de hercodificatie van het Burgerlijk Wetboek), en centrale elementen als rechtsfeiten, rechtshandelingen en rechtsgevolgen. Deze notities volgen de lessen van Prof. Verschelden en bevatten gestructureerde uitleg van alle examinale stof, waardoor ze ideaal zijn voor examenvoorbereiding.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING
Les 25/09

3 proffen geven les

- Prof. Verschelden Rechtsbegrippen
o (op 25 en 26 september, 2, 3, 9, 10, 16, 17, 23 en 24 oktober, 7, 14 en 21 november 2024)
o 31 oktober = proefexamen
o 28 november = examenvoorbereiding
- prof. Piet Taelman (13, 20, 27 november + 5, 11 en 12 december 2024)
- prof. Wannes Vandenbussche (4 december 2024)

Inhoud

- inclusief rechtsterminologie Nederlands-Frans
- (= Deel V, hoofdstuk 2)
- = 920 begrippen
- zowel actief en passief te kennen
- https://quizlet.com/be/938468307/basisbegrippen-van-recht-hoofdstuk-2-woordenlijst-nl-fr-
aj2024-25-flash-cards/?funnelUUID=b2acd424-9a61-4462-ab86-c1bd72486a70
- wachtwoord: BBR2425
- hoofdstuk 1 van Deel V is geen examenstof
- Contact
o bij een van de lesgevers
o OF (voor het deel Rechtsbegrippen) bij assistente Maxime Dupan na afspraak via

- Het examen = volledig periodegebonden bestaat uit:
o casussen + open vragen (50%)
o + multiple choice-vragen (50%)


DEEL I: WAT IS RECHT?
H1: HET RECHT ALS EEN GEHEEL VAN GEDRAGSREGELS

AFDELING 1: ENKELE DEFINITIES


A OBJECTIEF RECHT VERSUS SUBJECTIEVE RECHTEN
Les 26/9

Objectief recht = het geheel van gedragsregels
Subjectief recht = rechten van rechtssubjecten (fysieke personen en rechtspersonen) die ze kunnen laten
gelden t.a.v. personen of voorwerpen.


B PUBLIEKRECHT VERSUS PRIVAATRECHT
Publiekrecht = rechtsverhouding tussen de overheid en de burger of tussen de overheden onderling. Bv.
fiscaal recht, bestuursrecht, strafrecht,.. Verticale rechtsverhouding tussen de sterkere overheid en de
burger die staatsgezag ondergaat.


1

,Privaatrecht = rechtsverhouding tussen burgers onderling, horizontale rechtsverhouding tussen gelijken.
Bv. familierecht, erfrecht, goederenrecht,…
1. Bronnen van het Belgisch privaatrecht
Burgerlijk wetboek
- Oud BW – Napoleon
- BW – onvolledige hercodificatie => Prof verwacht dat we toestand van inwerkingtreding kennen
(wat al gehercodificeerd is en wat niet, wanneer,…)
- 10 boeken BW
- Boek I: algemene bepalingen ( 1/1/2023 in werking) – niet vanbuiten weten, staat
in codex wanneer ingevoerd
- Boek II: personen, familie – en relatievermogensrecht. Voor personenrecht – oud
BW, familie – oud BW, relatievermogensrecht is al in werking getreden in nieuw
boek ( nog maar voor 1/3 ingevuld)
- Boek III: goederen (sinds 1/9/2021 in werking)
- Boek IV: nalatenschappen, erfenissen,… ( 1/7/2022 in werking)
- Boek V: verbintenissen ( 1/1/2023 in werking)
- Boek VI: buitencontractuele aansprak. ( 1/1/2025 zal het in werking treden)
- Boek VII: Bijzondere overeenkomsten - wetsvoorstel, maar leeg op dit moment
- Boek VIII: Bewijsrecht (Allereerste boek: 1/11/2020 in werking)
- Boek VIII: zekerheden (nog niet ingevuld)
- Boek X: verjaring (nog niet ingevuld)
- Voorbeeldvraag: volgorde van invoering boeken
- Bijzondere wetten: zijn niet gecodificeert in BW of oud BW (bv. organieke wet op notariaat,
regelgeving inzake architecten, BWHI,…)
- Gewoonterecht: iets wat al langer bestaat en bindende kracht ontleend aan de algemene
overtuiging. Niet elk gebruik is een gewoonte (moet een bestendig karakter hebben)
- Algemene rechtsbeginselen: wordt initieel gecreëerd door hof v. cassatie.
- Bv. verbod van dwanguitvoering op de persoon. Belangrijk in afstammingszaken, DNA
onderzoek vader, om kind te checken. Vader kan dat weigeren omv alg rechtsbeginsel
verbod van dwanguitvoering op de persoon
2. Vervaging van klassieke onderscheiden
2.1 Publiek- en privaatrecht
- Oorspronkelijk onderscheid: publiek (openbare orde) vs. privaat (aanvullend karakter) vervaagd
- Bronnen van privaatrecht worden steeds internationaler
- Meergelaagde rechtsorde: regelgeving op verschillende niveaus
2.2 Materieel en formeel recht
Materieel recht= inhoud recht
Formeel recht = handhaving van materieel recht. Secundaire, ondersteunende functie. = Procesrecht
 Vervaging van klassieke onderscheiden

C RECHTSFEITEN, RECHTSHANDELINGEN EN RECHTSGEVOLGEN
- “rechtssubject” = “persoon” voor wie de rechtsnorm rechten en plichten meebrengt
(memoriseren, want vind je niet in wetboek), het is een verzamelterm voor fysieke personen en
rechtspersonen.
- Rechtsfeit = feiten waaraan de rechtsregel gevolgen verbindt bv. iedereen is geboren, de geboorte
op zich. Dit is een rechtsfeit dat rechtsgevolgen heeft. Vrouw die gebaard heeft wordt moeder,
krijgt alimentatieplichten,…

2

, - Rechtshandeling: menselijke wilsverklaring waarbij een rechtssubject rechtsgevolgen doet
ontstaan. Art. 1.3, 1ste lid BW Bv. Ik erken een kind of je koopt een laptop
- Rechtsgevolgen = gevolgen die het recht koppelt aan feiten die beantwoorden aan de hypothese
die in de norm vervat liggen

AFDELING 2: CENTRALE ELEMENTEN IN HET BEGRIP RECHT

Een geheel van gedragsregels met bijkomende institutionele voorschriften

- Bevel of verbod, van verschillende intensiteit
o Bevel: ik zit in een familie ik heb kinderen, de ouders zijn gehouden om onderhoud te
voorzien voor kinderen. Moet kinderen onderhouden. Als ouder draag je daarvoor de
verantwoordelijkheid.
o Verbod: wegcode, je mag niet door het rood rijden.
- Regels gelden niet voor iedereen op dezelfde manier: afhankelijk van de wil van de burger zelf
- Dwingende of aanvullende regels
o Dwingend: je kan er niet van afwijken
o Aanvullend: geldig afwijken van recht
- Met een institutioneel en begripsmatig kader…
o Instellingen die wetten afdwingen bv. rechtbank

Rechtsregels worden opgelegd door de maatschappij

- Voor de formulering (wetgevende macht), toepassing (uitvoerende macht) en afdwinging
(rechterlijke macht) van de gedragsregels

Het doel van rechtsregels: een kwalitatieve ordening van de maatschappij

- De kwaliteit van deze ordening is afhankelijk van drie parameters:
- Rechtszekerheid: rechtsregels moeten voldoen aan Juridisch-technische vereisten:
o voorspelbaarheid (cf. het adagium Nemo censetur ignorare legem: niemand wordt
geacht de wet niet te kennen) – je zou als burger moeten weten welke regels er voor jou
van toepassing zijn. Maar in de praktijk is het onmogelijk om alle wetgeving te kennen.
o Vastheid: regels mogen niet te frequent veranderen, anders komt voorspelbaarheid in
het gedrang
o Algemeenheid: van toepassing op een aantal gelijkaardige gevallen, daarom abstract
geformuleerd
o Onderlinge consistentie tussen wetgeving
- Rechtvaardigheid
o Wat rechtvaardig is, is evolutief, maar met een harde kern van immer te respecteren
waarden (grondrechten). Verandert met maatschappelijke evoluties.
- Doeltreffendheid
o Middelen zouden moeten worden aangepast aan beleidsdoelstellingen – maar geen
systematische controle in BE op de wet en op het bereiken van de doelstellingen.
Wetgever zou ook getoetst moeten worden = wetsevaluatie

Handhaving van rechtsregels door of krachtens het maatschappelijk gezag

- uitvoerende macht: wetten worden uitgevoerd door KBs
- rechterlijke macht
- Initiatief tot handhaving is verschillend in privaatrecht en publiekrecht



3

, o Privaatrecht: je moet als burger zelf naar de rechtbank gaan, er zijn wel uitz. Bv. recht op
alimentatie
o Publiekrecht: Strafrecht – sanctie komt vanuit de staat

H2: RELATIVITEIT VAN DEZE BENADERING

Europees vs. Angelsaksisch systeem

- Europees: recht als neergeschreven systeem
- Angelsaksisch: regels worden afgeleid uit rechtszaken

Algemene rechtsleer: wat is recht? (ontologie)
Rechtsvinding: hoe kunnen we recht kennen (espistimologie) zoektocht naar inhoud van het recht
Rechtstheorie = algemene rechtsleer + rechtsvinding



DEEL II: BASISBEGRIPPEN
H1: RECHTSSUBJECTEN

AFDELING 1: BEGRIPPEN

Rechtssubject= degene voor wie de rechtsnorm gevolgen meebrengt ( rechtspersoon of natuurlijke pers)
Persoon = iedere drager van rechten en plichten
Juridische persoonlijkheid = geheel van rechten en plichten van een rechtssubject. Rechtspersoon heeft
Rechtspersoonlijkheid, juridische persoon heeft juridische persoonlijkheid.
Staat van de persoon = het geheel van bepaalde hoedanigheden van een persoon die zijn rechtspositie
in de maatschappij en de familie bepalen en hem onderscheiden van andere personen (art. 6, § 2 oud BW)
- de verkrijging van elementen v/d staat v/d persoon is afhankelijk van:
o rechtsfeiten bv. geboorte
o materiële rechtshandelingen bv. ik treed in het huwelijk
o rechterlijke uitspraken of
o een wet (in formele zin) bv. naturalisatiewet
- staat in de maatschappij bv. nationaliteit
- staat in de familie bv. huwelijk, vader
- staat als enkeling
o fysieke elementen bv. leeftijd (op 18 jaar meerderjarig)
o psychische elementen bv. geestesziek, dement
o civielrechtelijke elementen tot identificering van de persoon bv. naam en woonplaats
- burgerlijke staat van een persoon ≠ burgerlijke stand (art. 6, § 1 oud BW): houdt wijziging in
burgerlijke staat bij/administreert
- Bezit van staat: impliceert een behandeling van de persoon en feitelijke gedragingen van een
andere betrokkene die wijzen in de richting van de uitoefening van rechten en naleving van
plichten inherent verbonden aan de status familiae bv. toestand op vlak van huwen
o bv. ik gedraag mij als vader, zij bezitten de staat van kind t.a.v. van mij als vader. Bezit van
staat is een sociaal gedrag, hoeft niet juridisch te kloppen. Ik kan mij vader noemen, ook
al ben ik niet juridisch vader.
o = een schijntoestand die juridisch wordt erkend
o Functies (in het afstammingsrecht):
▪ bewijsmiddel (zie art. 324 oud BW)


4

Documentinformatie

Geüpload op
15 juli 2026
Aantal pagina's
103
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€8,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ALLIE99

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ALLIE99 Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen