1. L'indicatif présent (p. 4)
► Les verbes réguliers (p. 4 + 5)
1.1 LES VERBES EN –ER
Donner Geven
Je donne Ik geef
Tu donnes Jij geeft
Il donne Hij geeft
Elle donne Zij geeft
On donne Men geeft
Nous donnons Wij geven
Vous donnez Jullie geven/U geeft
Ils/elles donnent Zij geven
!!! Les verbes en -cer / -ger
Nous mangeons Wij eten
Nous commençons Wij beginnen
1.2 LES VERBES PRONOMINAUX EN -ER
Se présenter Zich voorstellen
Je me présente Ik stel me voor
Tu te présentes Jij stelt je voor
Il se présente Hij stelt zich voor
Elle se présente Zij stelt zich voor
On se présente Men stelt zich voor
Nous nous présentons Wij stellen ons voor
Vous vous présentez Jullie stellen je voor/U stelt zich voor
Ils/elles se présentent Zij stellen zich voor
!!! We schrijven m’, t’, s’ voor een werkwoord dat met een klinker begint !!!
La formation des temps 1
,l -> ll voor een doffe “e”
S’appeler Heten
Je m’appelle Ik heet
Tu t’appelles Jij heet
Il s’appelle Hij heet
Elle s’appelle Zij heet
On s’appelle Men heet
Nous nous appelons Wij heten
Vous vous appelez Jullie heten/U heet
Ils/elles s’appellent Zij heten
1.6 LES VERBES EN -IR
A)
Finir (Be)ëindigen
Je finis Ik beëindig
Tu finis Jij beëindigt
Il finit Hij beëindigt
Elle finit Zij beëindigt
On finit Men beëindigt
Nous finissons Wij beëindigen
Vous finissez Jullie beëindigen/U beëindigt
Ils/elles finissent Zij beëindigen
Volgende werkwoorden worden vervoegd zoals finir :
Choisir kiezen
Réagir reageren
Guérir genezen
réfléchir nadenken
… …
La formation des temps 2
, B)
Partir Vertrekken
Je pars Ik vertrek
Tu pars Jij vertrekt
Il part Hij vertrekt
Elle part Zij vertrekt
On part Men vertrekt
Nous partons Wij vertrekken
Vous partez Jullie vertrekken/U vertrekt
Ils/elles partent Zij vertrekken
Volgende werkwoorden worden vervoegd zoals partir :
dormir slapen
sortir uitgaan
sentir voelen, ruiken
mentir liegen
C)
Ouvrir Openen
J’ ouvre Ik open
Tu ouvres Jij opent
Il ouvre Hij opent
Elle ouvre Zij opent
On ouvre Men opent
Nous ouvrons Wij openen
Vous ouvrez Jullie openen/U opent
Ils/elles ouvrent Zij openen
Volgende werkwoorden worden vervoegd zoals ouvrir :
accueillir ontvangen
couvrir bedekken
cueillir plukken
découvrir ontdekken
offrir aanbieden
souffrir lijden
La formation des temps 3