Multiple Choice
VRAAG 1
Welke stelling is juist?
A. Elk mens is een rechtspersoon.
B. Verenigingen zijn geen rechtspersonen, zij mogen immers geen winst uitkeren.
C. Bezit van staat kan dienen als bewijsmiddel in een procedure tot vaststelling van
vaderschap.
D. Walvissen zijn beschermde diersoorten. Het zijn dus rechtssubjecten.
Juiste antwoord: C
Uitleg:
B: verenigingen= privaatrechtelijke rechtspersonen die een belangeloos doel nastreven
A + D: Er zijn 2 soorten rechtssubjecten: a) natuurlijke personen en b) rechtspersonen.
Natuurlijke personen = elke levend en levensvatbaar geboren mens, zonder uitzondering
andere levende wezens, zoals dieren, evenals het embryo en het lijk NIET (maar zij
genieten wel rechtsbescherming)
Voorwerpen en dieren zijn te onderscheiden van personen (art. 3.38 BW)
VRAAG 2
Welke stelling is juist?
A. Sluit een orgaan van een NV een contract dat buiten het wettelijk doel van de NV valt,
dan is de vennootschap verbonden door dat contract.
B. De wettelijke regels inzake handelingsbekwaamheid raken de openbare orde niet.
C. Iedereen die juridische persoonlijkheid heeft, heeft volledige genotsbekwaamheid.
D. Wanneer een vertegenwoordiger niet de juiste bevoegdheid heeft, is de opdrachtgever
in principe niet gebonden. Ook de vertegenwoordiger is niet gebonden.
1
,Juiste antwoord: D
Uitleg:
A) Gevolg v/h specialiteitsbeginsel: de rechtspersoon kan, buiten zijn wettelijk en statutair
doel om, geen rechten verkrijgen of verbintenissen aangaan
Uitz: de meest geavanceerde rechtspersonen (NV en BV): deze rechtspersonen zijn t.o.v.
derden wel verbonden door handelingen gesteld door bestuurders binnen hun wettelijke
bevoegdheid maar buiten het statutaire voorwerp v/d vennootschap, tenzij de derde op de
hoogte was of moest zijn v/d overschrijding v/d statutaire specialiteit
B) Alle regels inzake de staat en de bekwaamheid v/d persoon raken de openbare orde
(ook deze m.b.t. de handelings(on)bekwaamheid)
C) Principe = volledige rechtsbekwaamheid voor alle Belgen
Uitzonderingen:
- algemene beperkingen = m.b.t. (twee) categorieën personen
- specifieke beperkingen = m.b.t. één bepaalde rechtsverhouding
principe: volledige rechtsbekwaamheid, zoals de natuurlijke persoon
Uitzonderingen:
beperkingen voortvloeiend uit
- de aard v/d rechtspersoon
- de wet
- het doel dat de rechtspersoon nastreeft
D) Toerekening van rechtsgevolgen bij Vertegenwoordiging
Zonder vertegenwoordigingsbevoegdheid of buiten de perken daarvan
in principe geen toerekening van rechtsgevolgen aan de “vertegenwoordigde” de
“vertegenwoordigden”, evenals derden kunnen de vertegenwoordiger aansprakelijk
stellen voor de schade veroorzaakt door de bevoegdheidsoverschrijding => betekent niet
dat hij gebonden is!!!
2
, VRAAG 3
Welke stelling is juist?
A. Indien meerdere aansprakelijken verschillende fouten begaan hebben, zijn zij
hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel v/d schade.
B. Bezit is de feitelijke uitoefening van een recht als ware men de titularis van dit recht.
Dit bevat enkel een materieel bestanddeel.
C. Strafrechtelijke aansprakelijkheid ontstaat bij overtreding v/e norm waarop een
strafsanctie is gesteld, ongeacht het (on)opzettelijk karakter v/d overtreding en ongeacht
er al dan niet schade aan andere personen is veroorzaakt.
D. Een voorbeeld van een erfdienstbaarheid is de situatie waarbij een pand geen toegang
heeft tot de openbare weg en hiervoor gebruik mag maken van de doorgang van een
bepaald naburig pand. Het ‘heersende erf’ is dan het onroerend goed waaraan deze last
is verbonden.
Juiste antwoord: C
Uitleg:
A) Fout, in solidium
Aan de hoofdelijkheid is een hoofdgevolg en een bijkomend gevolg gehecht. Het hoofdgevolg
bestaat erin dat elke schuldenaar voor het geheel moet presteren op vraag van de schuldeiser: de
schuldeiser kiest tot welke schuldenaar hij zich richt. Na betaling door één van de schuldenaars
zullen deze onderling moeten verrekenen.
Het bijkomend gevolg is dat de ingebrekestelling en de stuiting van de verjaring tegen één van
schuldenaars geldt ten aanzien van de andere schuldenaars.
<->
Er zijn gevallen waarin alleen de hoofd- of primaire gevolgen van de hoofdelijkheid spelen en niet
de bijkomende of secundaire; dan spreekt men niet van hoofdelijkheid, maar van een verbintenis
in solidum (art. 6.19 BW).
Bv.:Een winkelier verkoopt vuurwerk aan een jongen van minder dan 16 jaar, wat verboden is. De
koper deelt zijn vuurwerk met een vriend, die op zijn beurt zijn vuurwerk geeft aan een derde
jongen, die een vuurpijl aansteekt en in zijn oog krijgt. De fout van de winkelier is een oorzaak
(Cass. 3 februari 1987)
B) Fout, twee bestanddelen: materieel + intentioneel
D) Fout: lijdende erf ipv heersende erf
Opgelet: Een erfdienstbaarheid is geen last die weegt op de eigenaar van een (lijdend) erf
tot gebruik en nut van een (heersend) erf dat aan een andere eigenaar toebehoort, maar
de erfdienstbaarheid weegt op het erf zelf.
3