RECHT
Inhoudsopgave
DEEL I. INLEIDING: ALGEMENE KENMERKEN VAN HET INTERNATIONAAL
RECHT..................................................................................................... 1
Hoofdstuk 1. Wat is internationaal recht?........................................................................1
Hoofdstuk 2. Internationaal recht als een horizontaal en onvolmaakt systeem...............4
Hoofdstuk 3. Relevantie van het internationaal recht......................................................5
DEEL II. DE BRONNEN VAN HET INTERNATIONAAL RECHT............................7
Hoofdstuk 1. Algemeen.................................................................................................... 7
Hoofdstuk 2. Verdragen................................................................................................... 7
Hoofdstuk 3. Internationaal gewoonterecht...................................................................11
Hoofdstuk 4. De verhouding tussen verdragsrecht en internationaal gewoonterecht....14
Hoofdstuk 5. Overige bronnen.......................................................................................15
Hoofdstuk 6. Hiërarchie................................................................................................. 17
DEEL III.VERDRAGENRECHT.....................................................................18
Hoofdstuk 1. Bronnen.................................................................................................... 18
Hoofdstuk 2. Totstandkoming en inwerkingtreding van verdragen................................18
Hoofdstuk 3. Naleving, toepassing en uitlegging van verdragen...................................22
Hoofdstuk 4. Amendering en wijziging van verdragen...................................................23
Hoofdstuk 5. Ongeldigheid, beëindiging en opschorting van de werking van verdragen
...................................................................................................................................... 24
DEEL IV. STATEN.................................................................................... 27
Hoofdstuk 1. Inleiding – Subjecten van internationaal recht..........................................27
Hoofdstuk 2. Staten en hun totstandkoming..................................................................27
Hoofdstuk 3. Positie van de staten in het internationaal recht.......................................35
DEEL V. INTERNATIONALE ORGANISATIES................................................46
Hoofdstuk 1. Kenmerken............................................................................................... 46
Hoofdstuk 2. Positie van internationale organisaties in het internationaal recht...........48
Hoofdstuk 3. De Verenigde Naties en haar hoofdorganen.............................................51
Hoofdstuk 4. De gespecialiseerde VN-organisaties en de overige organisaties die deel
uitmaken van de VN-familie........................................................................................... 57
Hoofdstuk 5: Regionale organisaties in Europa..............................................................60
,DEEL VI. ANDERE SUBJECTEN VAN INTERNATIONAAL RECHT......................64
Hoofdstuk 1. Individuen en ondernemingen..................................................................64
,DEEL I. INLEIDING: ALGEMENE KENMERKEN VAN HET
INTERNATIONAAL RECHT
HOOFDSTUK 1. WAT IS INTERNATIONAAL RECHT?
Internationaal recht is heel breed.
Voorbeelden uit het hoorcollege:
• Handel → regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
• Mensenrechten → verdragen die jouw rechten beschermen
• Oorlog / conflicten → bv. regels over krijgsgevangenen
• Milieu & klimaat → klimaatakkoorden
• Internationaal strafrecht → vervolging van oorlogsmisdaden
• Dagelijkse dingen:
o paspoorten & visa
o vliegtuigen tussen landen
o belastingen vermijden (dubbele belasting)
Wat is de rol van het internationaal recht?
Er zijn 2 grote functies:
1. Co-existentie (naast elkaar leven)
= zorgen dat staten vreedzaam naast elkaar bestaan
Voorbeelden: grenzen respecteren, geen geweld gebruiken…
2. Coöperatie (samenwerken)
= staten werken samen omdat dat nuttig is
Voorbeelden: handelssysteem, klimaatbeleid, pandemieën bestrijden
Internationaal recht = ook politiek, het is niet puur juridisch.
Het is ook: strijd van belangen, botsing van ideologieën, macht & economie
Extra concepten:
- Agenda-setting = recht bepaalt wat belangrijk is (bv. klimaat) – cf. SDGs
- Lawfare = recht gebruiken als “wapen” (bv. procedures tegen staten)
Internationaal recht groeit door globalisering
= landen zijn afhankelijk van elkaar: problemen stoppen niet
aan grenzen
Voorbeelden: financiële crisis VS, klimaat,
vluchtelingen…
Nationale oplossingen zijn vaak niet genoeg → internationaal recht nodig
Fragmentatie: internationaal recht is niet één mooi geheel
- veel verschillende domeinen
- verschillende handboeken ≠ zelfde structuur
1
, - veel specialisaties
Niemand kent alles.
Definitie van internationaal recht
A. Functionele definitie: “Regels die de betrekkingen tussen staten regelen”
Deze definitie maakt her verschil met nationaal recht (klopt ook v/e groot
deel v/h vak).
In dit vak hebben we het over internationaal publiekrecht, niet
internationaal privaatrecht.
• Internationaal publiekrecht = regels tussen staten
• Internationaal privaatrecht = bepaalt welk recht van toepassing is,
welke rechter bevoegd is…
Waarom niet perfect?
- Niet alleen staten!
Ook internationale organisaties & soms andere
actoren
- Mensenrechten passen er niet in!
Mensenrechten gaan niet over staten onderling, maar
over staat ↔ burgers
B. Formele definitie: “Alles wat in de bronnen van internationaal recht zit”
o Artikel 38 Statuut Internationaal Gerechtshof H
o Minpunt? “Soft law” = regels die niet binden zijn, maar wel invloed
hebben…
Het verschil tussen primaire en secundaire regels
• Primaire regels = inhoud: wat moet/mag
Bv. mensenrechten, milieuregels
• Secundaire regels = “regels over regels”
Bv. Hoe ontstaat een verdrag? Hoe interpreteren we het? Wat bij
schending?
( focus voor dit vak)
HISTORISCHE EVOLUTIE
1. OUDHEID
Internationaal recht bestond al, maar heel primitief.
Voorbeeld: verdrag (1259 v.Chr.) tussen Egypte en Hettieten ging over vrede,
grenzen, krijgsgevangenen
Staten maakten al afspraken, maar er was nog geen echte rechtsorde of systeem.
2. MIDDELEEUWEN
2