dinsdag 10 maart 2026 9:33
FUNCTIES van bloed zuurstoftransport, vaatwanden herstellen bij beschadiging
• Verdedigingsmechanisme (immuuncellen in het bloed):
bloedverlies = zwakte om tegen infecties te vechten
DUS indien geen bloed, geen verdedigingsmechanisme
• O₂/CO₂ transport
• Vervoer van nutriënten, hormonen, enzymen en vitaminen,…
• Afvoer van schadelijke stoffen naar excretieorganen
Bloed heeft een rol in de homeostase (alles hierboven) en de
hemostase (vaatwanden herstellen zonder bloedproppen te vormen)
3 onderverdelingen van het bloed: bloedplasma, rode bloedcellen en buffy coat (witte
bloedcellen en bloedplaatjes)
→ Buffy coat ligt op de rode bloedcellen onderaan na centrifuge
→ Plasma: grootste deel van het bloed (andere 50% de erythrocyten)
BLOEDPLASMA
• pH van 7,4
• Bevat veel stollingsfactoren voor bloedstolling
• Bevat eiwitten (albumine en globulinen: reguleren opnemen van stoffen + osmotische
druk reguleren, fibrinogeen: noodzakelijk om te leven) + andere opgeloste stoffen
• Plasma ≠ serum
Serum= bloed stimuleren om een klonter te vormen, alles dat overblijft van het bloed
wanneer het geklonterd is (fibrinogeen is volledig verdwenen), dus plasma is een totaal
andere substantie
Plasma heeft een transport- en klonterfunctie!
Bloedstolling (coagulatie-cascade)
Ca (stollingsfactor 4) weggenomen in buisjes, want is een cofactor voor de coagulatie
→ zonder calcium gaat het bloed niet klonteren
2 pathways:
1) Contact-pathway: komt op gang wanneer bloed in aanraking komt met een oppervlak,
activator is aarde of vuiligheid, activeert stollingsfactor: 12 --> 11 --> 9 --> 10
DUS pathway op gang gezet door een lichaamsvreemde substantie
= intrensieke pathway
Tijdens de Tweede Wereldoorlog (kaoline): poeder op de wonden om bloeden te laten
klonteren, activeert deze pathway
2) Extrinsieke pathway, wordt geactiveerd door een tissue factor (factor 3) die met
verschillende stollingsfactoren de stollingscascade in gang zet
Tissue factor wordt geactiveerd bij beschadiging van een bloedvat of door witte bloedcellen
Heel snel proces!
Histologie Pagina 1
, Pathways komen samen bij stollingsfactor 10 en 5
→ Door activatie vormen ze factor 5a en 10a
→ Vormen pro-trombinase-complex om trombine (stollingsfactor 2a) te vormen uit pro-
trombine (stollingsfactor 2)
→ Trombine zet fibrinogeen om naar fibrine en trombine activeert de bloedplaatjes
Bloedplaatjes houden rode bloedcellen vast en fibrine zorgt voor vorming netwerk
Factor 13 zorgt voor cross-linking
Sneeuwbaleffect en positieve feedback + trombine op meerdere plaatsen ingezet
Bloedziekten
- Hemofilie A: stollingsfactor 8 niet functioneel
- De ziekte van von Willebrand (belangrijk eiwit voor de vorming van bloedklonters, rol
bij een zware bloeddoorstroming om de bloedklonter) te verankeren:
Bloedstollingfactoren aangemaakt in de lever en moeten functioneel zijn wanneer nodig
+ Von-willebrand factor gaat cofactor 8 stabiliseren, dus indien niet aanwezig: invloed op
factor 8
- Hemofilie B is gelinkt aan X-chromosoom (mannen hadden hemofilie, vrouwen zijn
drager)
- Verschillende soorten hemofilie: merendeels door genetisch effect
- Acquired hemofilia: stollingsfactoren inhiberen door auto-immuunreactie
Gentherapie: gemuteerde gen vervangen zodat de juiste stollingsfactoren worden
aangemaakt
Recombinatietherapie: stollingsfactoren aanmaken in labo en toedienen aan patiënt
MAAR Stollingsfactoren: lichaamsvreemd gezien bij aqcuired hemofilie, dus hierbij de
antistoffen tegen de stollingsfactoren verwijderen uit het bloed
Vitamine K afhankelijke stollingsfactoren, voornamelijk bij baby's
→ 2, 9, 7 en 10 (stollingsfactor): vitamine K zit voornamelijk in groenten
→ Vitamine K knipt een carbonylgroep van de stollingsfactor, zodat deze kan binden aan
calcium
Sweet clover disease: zoete klaver disease
Koeien waren aan het doodbloeden, maar het bloed klonterde niet
→ Boer gaf gecontamineerde klaver
→ Beschimmelde klaver maakt warfarine aan: bloedverdunners 'rattenvergif'
Histologie Pagina 2