H1: Internationale handel(politiek)
1. Praktijkvoorbeeld: Apple TV 4K
Zie boek eerste pagina’s
2. Wat we verstaan onder internationale handel
Handelstransactie= individuele verkoopovereenkomst
Handel is veel meer dan kopen en verkopen.
Kopen en verkopen kan alleen worden gerealiseerd dankzij een aantal
ondersteunende functies (die op zichzelf ook winstgevende activiteiten
zijn) die handel mogelijk maken:
- Vervoer (incl. laden en lossen)
- Onderhandelen van verkoopovereenkomsten
- Verzekeren tegen schade tijdens het vervoer
- Overslag, (tijdelijke) opslag
- Douane en overheidsreglementering
- Betalingsvormen (snelheid, soepelheid, zekerheid)
Doel van handel drijven: zorgen voor de distributie van de goederen naar
die plaatsen waar ze worden gevraagd en daarvan een winstgevend
activiteit maken.
Technieken ontwikkeld die de taak van de handelaar vereenvoudigen
en helpen zijn doel te bereiken:
- Internationaal uniforme vervoerreglementering (Europa, wereld)
- Incoterms (uniforme leveringsvoorwaarden, zie H2)
- Tussenpersonen
- Betalingstechnieken (overschrijvingen, documentair krediet,…)
- Bijzondere douanereglementeringen (tijdelijke invoer, douane-
entrepot)
- Vormen van bescherming tegen wisselkoersrisico
3. De redenen voor internationale handel
Totale waarde van de wereldhandel= de som van de export van alle
landen van de wereld
,De vooruitzichten voor de wereldhandel in de volgende jaren zijn onzeker
gezien de onstabiele situatie op het internationale vlak.
Enkele begrippen:
Wereldhandel: de som van alle handelstransacties tussen landen.
Een
exporttransactie betreft een verkoop van producten aan een
buitenlandse
partij. Een importtransactie betreft de koop van producten van een
buitenlandse partij.
BBP (GDP): de marktwaarde van alle goederen en diensten die er op
1 jaar tijd worden geproduceerd. Het is een veel gebruikte maatstaf
voor de welvaartscreatie van een land of regio.
BNP: het totale inkomen van de mensen die in een land wonen,
ongeacht of ze in dat land of het buitenland werken. Het bnp per
hoofd van de bevolking is een veelgebruikte maatstaf voor de
grootte van een economie.
Hoe komt het dat er zo veel handel is en dat iedereen steeds meer handel
wil drijven?:
1) Goederen zijn niet overal en/of altijd beschikbaar (bv: bananen,
aardolie, koffie, zeldzame metalen,…), dat komt door natuurlijke
factoren (ondergrond, klimaat, reliëf)
2) Sommige goederen kunnen op andere plaatsen goedkoper worden
aangekocht (bv: schoenen, elektronica,…)
Reden van verschillen tussen die landen zijn door allerlei
landgebonden en socio-economische factoren (lagere lonen, sociale
lasten, belastingen of betere scholing of aanbod arbeidskracht…)
3) De vervoertechnieken ontwikkelen zich steeds verder dankzij
koelschepen, tankschepen, containervervoer, luchtvervoer,
pijpleiding,…
4) Specialisatie en schaalvoordelen
5) Globalisering van de economie
, door intensievere contacten tussen de verschillende delen van de
wereld leren we andere producten kennen, die we ook willen
consumeren (bv: kiwi of avocado) of nieuwe behoefte als gevolg van
de technologische evolutie (bv: diverse zeldzame metalen)
een goed wordt vaak niet meer op 1 plaats geproduceerd maar op
meerdere plaatsen.
4. De Europese Unie in een notendop
Wat is de verklaring van de groei van de wereldhandel sinds 1945?
Liberalisering, Communicatiemiddelen, Container (goedkoop
vervoer) en Globalisering
4.1 Beknopte geschiedenis
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (°1952)
Landen: Fr, De, Benelux, Italië
Doel:
- Vrij verkeer van steenkool, ijzer- en staalproducten
- Verzekeren van regelmatige bevoorrading en stabiele prijzen
- Afschaffen monopolies
- Betere arbeids- en levensvoorwaarden
- Politieke dialoog en eensgezindheid
Van EEG naar EG
• 1958: Verdrag van Rome: Europese Economische Gemeenschap (EEG)
Leden: België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Italië
Vorming van douane-unie en een gemeenschappelijke markt
Doel op LT: economische unie vormen
• 1967: Europese Gemeenschap (EG)
Vanaf 1973: Uitbreidingen met meerdere lidstaten
Van EG naar EU
• 1985: Schengenakkoord
Vrij verkeer van personen
• 1986: Europese Akte
, Voltooiing binnenlandse markt = vrij verkeer van personen,
goederen, diensten en kapitaal
• 1991: Verdrag van Maastricht
Vorming Economische en monetaire unie
Weg naar een Europese eenheidsmunt
Europese Unie (1993) (ipv EG)
• 2009: Verdrag van Lissabon
Bestuur EU: Permanente voorzitter
Hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse
zaken
4.2 EU vandaag
Lijst van alle EU-landen (27 lidstaten):
1. België 15. Litouwen
2. Bulgarije 16. Luxemburg
3. Cyprus 17. Malta
4. Denemarken 18. Nederland
5. Duitsland 19. Oostenrijk
6. Estland 20. Polen
7. Finland 21. Portugal
8. Frankrijk 22. Roemenië
9. Griekenland 23. Slovenië
10. Hongarije 24. Slowakije
11. Ierland 25. Spanje
12. Italië 26. Tsjechië
13. Kroatië 27. Zweden
14. Letland
4.3 Economische Samenwerking in de EU
Verdrag van Rome bepaalt dat de samenwerking tussen de lidstaten via de
vorming van een douane-unie en gemeenschappelijke markt moet leiden
tot een economische unie.
Verdrag van Maastricht legt vast dat de Europese samenwerking moet
leiden tot de vorming van een Economische én Monetaire Unie (EMU) en
het gebruik van gemeenschappelijke munt (€).