Inleiding tot Fiscaliteit
Volledige examensamenvatting — streefdoel 90–100%
Inkomstenjaar 2025 – Aanslagjaar 2026
A. Directe belasting (PB + VenB) • B. Indirecte belasting (Erfbelasting + BTW) • C. Oefeningen +
Formulekaart
Hoe dit document gebruiken
Blauwe vetgedrukte verwijzingen = de wetsartikels van de slides — duid ze aan in je codex.
Stappenplannen (blauw) voor casussen • Voorbeeldcasussen (groen) ingevuld •
Examentips/let op (geel) = valkuilen.
Deze versie streeft naar volledigheid: ze dekt de slides én de volledige vragenlijsten (BTW 64
vragen, erfbelasting 12 vragen). Voor 90–100% moet je de casussen ook effectief kunnen
uitrekenen — oefen daarom deel C.
1
, Inleiding tot Fiscaliteit — volledige samenvatting (AJ 2026)
A. Directe belasting — algemene begrippen
De directe belastingen zijn de inkomstenbelastingen, met vier categorieën:
Belasting Belastingplichtige Belastbaar
Personenbelasting (PB) Natuurlijke personen, rijksinwoner België wereldwijd inkomen
Vennootschapsbelasting Vennootschap, rechtspersoonlijkheid + wereldwijd inkomen
(VenB) winstoogmerk, in België
Rechtspersonenbelasting Verenigingen (niet-commercieel), in België beperkt
(RPB)
Belasting niet-inwoners Personen met fiscale woonplaats in buitenland enkel Belgisch inkomen
(BNI)
Territorialiteit & dubbele belasting
• PB, VenB, RPB = personele territorialiteit (woonplaats België) → wereldwijd belast. BNI =
zakelijke territorialiteit → enkel Belgisch inkomen.
• Remedies dubbele belasting: eenzijdig (art. 156 WIB) = 50% vermindering; verdragen →
vrijstelling met progressievoorbehoud (art. 155 WIB).
BT/AJ en de vier inkomstencategorieën
• PB: BT = kalenderjaar; AJ = jaar erna (BT 2025 → AJ 2026). VenB: BT = boekjaar; afsluiting
31/12/N → AJ N+1.
• Vier categorieën (gemeenschappelijk, art. 183 WIB voor VenB): OI (art. 7-16), RI (art. 17-22),
BI (art. 23-89), DI (art. 90-103).
⚡ Kern-gelijkenis/verschil PB ↔ VenB
Gelijkenis: zelfde inkomstenbegrippen, meerwaarden, aftrekbaarheidsregels kosten,
voorafbetalingen (6,75%).
Verschil: PB = progressief 25–50% + belastingvrije som per persoon, 4 aparte categorieën.
VenB = vlak 25% (verlaagd 20%), alles beroepskarakter, grondslag via reserves + verworpen
uitgaven + dividenden.
2
, Inleiding tot Fiscaliteit — volledige samenvatting (AJ 2026)
A.1. Personenbelasting
1. Onderworpen personen, aangifte, aanslagjaar
• Onderworpen (art. 3-4 WIB): rijksinwoners + diplomaten/beroepsconsuls die België in het
buitenland vertegenwoordigen. Buitenlandse diplomaten in België = niet onderworpen.
• Rijksinwoner (art. 2, §1, 1°): woonplaats in België (feitelijk) of, zo niet, zetel van fortuin.
Vermoeden = rijksregister (tegenbewijs mag); gezinswoonplaats = onweerlegbaar.
• Belastbare grondslag rijksinwoner (art. 5): wereldwijd inkomen, ook al al belast in
buitenland → dubbele belasting + remedies.
• Alleenstaand (art. 126): niet-gehuwd/niet-wettelijk samenwonend; ook het jaar van huwelijk,
het jaar van ontbinding, en vanaf het jaar ná feitelijke scheiding. Gehuwd/WS → één
gemeenschappelijke aangifte, volledige decumul (sinds AJ 2005).
• Inkomsten minderjarige kinderen: OI/RI/DI (behalve onderhoudsgeld) gevoegd bij ouders;
BI + onderhoudsgeld op naam kind (tellen mee als bestaansmiddelen).
Aangiftetermijnen + uitzonderingen (AJ 2026)
Papier 30/6 • Tax-on-web niet-complex 15/7 • complex (winst/baten, bezoldiging bedrijfsleider,
buitenlands beroepsinkomen, juridische constructie, eerste keer OG/lening/onderhoudsgeld
buitenland) 16/10 • forfaitaire grondslag 15/1 na AJ.
Definitief vertrek buitenland: aangifte “speciaal” binnen 3 maanden (AJ-speciaal = BT).
Overlijden: jaar vóór overlijden → 5 maanden vanaf overlijden.
2. Onroerend inkomen (OI)
OI van het privévermogen. Belastbaar bij
eigenaar/bezitter/vruchtgebruiker/erfpachter/opstalhouder — niet de huurder of naakte eigenaar.
Aan te geven a rato van het eigendomsaandeel; bij gehuwden/WS volgens vermogensstelsel. Bij
eigendomswissel tijdens BT: pro rata per dag (toestand einde dag). Sleutels AJ 2026: index KI
2,2446, reval. 5,63.
Kadastraal inkomen (KI)
• KI = geschat gemiddeld normaal netto-inkomen op referentiedatum 1/1/1975; basis voor
onroerende voorheffing + soms OI. Wordt geïndexeerd.
• Aangifteplicht: Belgisch OG binnen 30 dagen (nieuw/herbouwd/gewijzigd); buitenlands OG
binnen 4 maanden na verwerving/vervreemding.
• Buitenlands gebouw: KI = (actuele verkoopwaarde / correctiefactor) × 5,3%. Buitenlandse
grond = 2 €/ha.
Stappenplan OI gebouwen
1. Eigen woning (zelf bewoond met gezin) → vrijgesteld. Geldt ook bij niet-betrekken om
beroeps-/sociale redenen, (ver)bouw, of wettelijke belemmering. Slechts 1 woning (dagbasis);
OV blijft verschuldigd, niet verrekenbaar.
2. Eigen beroepsgebruik → géén OI (zit in beroepsinkomen).
3. Niet verhuurd (2e verblijf) / verhuurd aan particulier voor privé → geïndexeerd KI × 1,4.
4. Verhuurd aan natuurlijk persoon voor beroep / aan vennootschap / aan rechtspersoon
→ (huur + voordelen) − 40% ; kosten max = KI × 2/3 × 5,63 ; min = geïndexeerd KI × 1,4.
5. Rechtspersoon die doorverhuurt aan particulier (bewoning) → geïndexeerd KI × 1,4.
Pacht (land-/tuinbouw) → geïndexeerd KI.
3