Inleiding tot Fiscaliteit
Examensamenvatting — gericht op 50–70%
Inkomstenjaar 2025 – Aanslagjaar 2026
A. Directe belasting (PB + VenB) • B. Indirecte belasting (Erfbelasting + BTW)
Hoe dit document gebruiken
Blauwe vetgedrukte verwijzingen = de wetsartikels zoals ze op de slides staan. Duid deze
aan in je codex — met open codex zijn dit je snelste punten op theorievragen.
Stappenplannen (blauw) gebruik je letterlijk bij casussen. Voorbeeldcasussen (groen) zijn
ingevuld zodat je het patroon herkent. Examentips (geel) zijn valkuilen die vaak punten
kosten.
Structuur: bij A en B staan eerst de gemeenschappelijke begrippen + gelijkenissen/verschillen,
daarna de twee subdelen, en op het einde de essentie in 10 zinnen.
1
, Inleiding tot Fiscaliteit — samenvatting (AJ 2026)
A. Directe belasting — algemene begrippen
De directe belastingen die wij behandelen zijn de inkomstenbelastingen. Er zijn vier
categorieën, elk met hun eigen belastingplichtige:
Belasting Belastingplichtige Kern
Personenbelasting (PB) Natuurlijke personen, rijksinwoner van België wereldwijd inkomen
Vennootschapsbelasting Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid + wereldwijd inkomen
(VenB) winstoogmerk, in België gevestigd
Rechtspersonenbelasting Verenigingen (niet-commerciële exploitatie), in beperkt
(RPB) België
Belasting niet-inwoners Natuurlijke + rechtspersonen met fiscale enkel Belgisch inkomen
(BNI) woonplaats in buitenland
Territorialiteitsbeginsel
• PB, VenB en RPB = personele territorialiteit → woonplaats in België → belast op het
WERELDWIJD inkomen.
• BNI = zakelijke territorialiteit → enkel op in België behaalde inkomsten.
Gevolg & remedie: dubbele belasting
Wereldwijd belasten creëert risico op dubbele belasting. Remedies: (1) eenzijdige maatregel
(art. 156 WIB) = 50% vermindering Belgische belasting op bepaald buitenlands inkomen; (2)
dubbelbelastingverdragen: verdeling bevoegdheid tussen woonstaat/bronstaat → vrijstelling
met progressievoorbehoud (art. 155 WIB).
Belastbaar tijdperk (BT) en aanslagjaar (AJ)
• PB: BT = kalenderjaar; AJ = jaar erna. BT 2025 → AJ 2026 (deze cursus).
• VenB: BT = boekjaar. Afsluiting op 31/12/N → AJ N+1; afsluiting ≠ 31/12/N → AJ N.
De vier inkomstencategorieën (gemeenschappelijk voor PB én VenB)
Zowel in de PB als de VenB vertrekt men van dezelfde inkomstensoorten (art. 183 WIB voor
VenB):
• Onroerend inkomen (OI) – art. 7-16 WIB
• Roerend inkomen (RI) – art. 17-22 WIB
• Beroepsinkomen (BI) – art. 23-89 WIB
• Divers inkomen (DI) – art. 90-103 WIB
⚡ Kern-gelijkenis en kern-verschil PB ↔ VenB
Gelijkenis: beide zijn personele inkomstenbelastingen op het wereldwijd inkomen, vertrekken
van dezelfde 4 inkomstencategorieën, kennen meerwaarden, verworpen/niet-aftrekbare kosten,
voorafbetalingen en eenzelfde voorafbetalingslogica.
Verschil: in de PB blijven de 4 categorieën apart en geldt een progressief tarief (25–50%) +
belastingvrije som per persoon. In de VenB krijgen alle inkomsten een beroepskarakter
(onderscheid valt weg), is er één vlak tarief (25%, verlaagd 20%), geen belastingvrije som, en
wordt de winst bepaald via de aangroei van reserves + verworpen uitgaven + dividenden.
2
, Inleiding tot Fiscaliteit — samenvatting (AJ 2026)
A.1. Personenbelasting
1. Wie is onderworpen? Aangifte
• Onderworpen (art. 3-4 WIB): rijksinwoners + diplomaten/beroepsconsuls die België in het
buitenland vertegenwoordigen.
• Rijksinwoner (art. 2, §1, 1° WIB): woonplaats in België (feitelijk criterium) of, bij gebrek
daaraan, zetel van fortuin in België.
• Vermoedens: inschrijving rijksregister (tegenbewijs mag); voor gehuwden/wettelijk
samenwonenden = plaats van het gezin (géén tegenbewijs).
Alleenstaand of gemeenschappelijk? (art. 126 WIB) Gehuwden en wettelijk samenwonenden
doen één gemeenschappelijke aangifte maar met volledige decumul (elk belast op eigen
inkomsten + helft gemeenschappelijke). Fiscaal alleenstaand o.a.: het jaar van
huwelijk/samenwoning, het jaar van ontbinding (overlijden/scheiding), en vanaf het jaar ná de
feitelijke scheiding.
Aangiftetermijnen PB (AJ 2026)
Papier: 30 juni • Tax-on-web niet-complex: 15 juli • Tax-on-web complex (winst/baten,
bezoldiging bedrijfsleider, buitenlands beroepsinkomen, juridische constructie…): 16 oktober.
Definitief vertrek buitenland → aangifte “speciaal” binnen 3 maanden.
2. Onroerend inkomen (OI) — topcasus
OI betreft OG van het privévermogen (buiten beroep). Belastbaar bij
eigenaar/bezitter/vruchtgebruiker/erfpachter/opstalhouder — niet de huurder, niet de naakte
eigenaar. Sleutelgetallen AJ 2026: indexatie KI = 2,2446 • revalorisatiecoëfficiënt = 5,63.
Stappenplan OI gebouwen — welk bedrag is belastbaar?
1. Eigen woning (zelf bewoond met gezin) → vrijgesteld (OV blijft wel verschuldigd, niet
verrekenbaar).
2. Eigen beroepsgebruik → géén OI (zit in beroepsinkomen).
3. Niet verhuurd (2e verblijf) of verhuurd aan particulier voor privé → OI = geïndexeerd KI
× 1,4.
4. Verhuurd aan natuurlijk persoon voor beroep / aan vennootschap / aan rechtspersoon
→ OI = (huur + voordelen) − 40% kosten. Kosten max = KI × 2/3 × 5,63. Minimum
belastbaar = geïndexeerd KI × 1,4.
5. Verhuurd aan rechtspersoon die doorverhuurt aan particulier (louter bewoning) →
geïndexeerd KI × 1,4. Pacht (land-/tuinbouw) → geïndexeerd KI (zonder ×1,4).
Gronden: niet verhuurd of verhuurd aan natuurlijk persoon voor privé/pacht → OI = geïndexeerd
KI. Anders → (huur + voordelen) − 10% kosten (min = geïndexeerd KI).
Gemeubeld verhuurd: huur splitsen → zonder afspraak vermoeden 60% onroerend / 40%
roerend. Het roerende deel is RI (−50% forfaitaire kosten).
Herkwalificatie bedrijfsleider (verhuur eigen gebouw aan eigen vennootschap): OI tot grens =
5/3 × niet-geïndexeerd KI × 5,63; het meerdere = beroepsinkomen.
✅ Voorbeeldcasus OI — winkel verhuurd aan vennootschap
Winkel verhuurd 1.400 €/maand; KI = 1.500 €.
Bruto huur = 12 × 1.400 = 16.800 €
Kosten = 16.800 × 40% = 6.720 €, max = 1.500 × 2/3 × 5,63 = 5.630 €
Belastbaar OI = 16.800 − 5.630 = 11.170 € (min-check: 1.500 × 2,2446 × 1,4 = 4.714 € —
lager, dus 11.170 € geldt).
3