EMOTIONELE PROBLEMEN (INLEIDING)
STELLINGEN: normaal of stoornis
- Kind van 2.5j is niet zindelijk overdag: normaal, het duurt een tijdje voor kinderen
in het algemeen om zindelijk te zijn
- Tiener komt in opstand tegen ouders die haar hadden verboden uit te gaan en ze
kruipt s avonds uit haar raam om met vrienden te gaan feesten: normaal
- 20j man denkt dat tv tegen hem spreekt: stoornis, psychose kenmerk
- 19j meisje wilt niet aan de kant vd ruit zitten in de trein omdat ze het een vies idee
vindt dat er andere mensen tegen die ruit hebben geleund: normaal. Dit heeft
geen kwaad zolang dit geen impact heeft op haar functioneren. Dit zou bv
problematisch zijn als zij zoveel schrik had op besmetting dat zij de trein niet
meer zou kunnen nemen
TERMINOLOGIE
Gedragingen dat abnormaal zijn. bij kinderen met gedrags- en emotionele problemen
komt de frequentie en ernst van algemene gedragingen veel hoger. Dit zal een effect
hebben op de omgeving (steun ouders, conflict met genoten en leerkrachten …) en dit
zal leiden met zich brengen
Aandachtspunten
- Leeftijd (ontwikkelingsperspectief, zie cursus ontwpsycho)
- Continuümgedachten: kinderen met stoornis vertonen niet per se ander gedrag
dan kinderen zonder (onbeleefdheid, opstand tov autoriteitsfiguren …), dit hangt
af van temperament. Er is verschil in hoe sterk dit aanwezig is
- Kinderen en jongeren niet als geïsoleerde individuen te beschouwen: ze zijn heel
afhankelijk van hun context (opvoedingssituatie, schoolsituatie), deze is dus ook
van belang voor de opvolging van het kind (contact met ouders, leerkrachten enz)
- Cultuur: bv drukkere kinderen in Aziatische landen worden gezien als heel
negatief. Hierdoor zouden hun gedrag veel sneller gezien worden als
problematisch als in W-landen. We vertrekken vanuit de DSM (Westerse
gedachtegoed) dat in praktijk heel beïnvloed is op Westerse cultuur en dus
minder tot geen zicht heeft op cultuur van anderen (vb Turkse jongen met
1
, autisme, Turkse cultuur dat autisme geneesbaar is via programma, maar
problemen kwamen terug)
- Afhankelijk van wie het verhaal vertelt kan je een andere beeld krijgen: kinderen
zijn niet hetzelfde thuis als op school bv
Gebruik van classificatiesystemen, we gebruiken DSM-5 alleen het stuk over
neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Deze worden gewerkt met criteria zodat dit
universeel begrijpbaar is bij DSM gebruikers.
- Nadelen: verwerkt door heel oude witte westerse mannen uit Amerika. In US
worden medicatie gemakkelijker gegeven aan patiënten. Bv DSM gaat ervan uit
dat rouw problematisch is als dit langer dan 2 weken duurt. Men moet dus
kritisch oog hebben voor de DSM en zijn inhoud. Er wordt een tweedeling
gemaakt tussen de ‘normale’ en ‘afwijkend’ kinderen wat kan zorgen voor labeling
en stigmatisering.
Visie neurodiversiteit: de maatschappij is onvoldoend aangepast om te kunnen omgaan
met de problemen van neurodivergente kinderen. Er is meer kijk naar de sterktes van
kinderen en jongeren.
Er zijn vragen rond taalgebruik voor problematieken (bv persoon met autisme of
autistische persoon). Dit kan alleen beantwoord worden door de betrokkenen. Uit
onderzoek blijkt dat ‘autistische persoon’ wordt verkozen in US, in BE hebben ze
algemeen liever ‘persoon met autisme’. Men moet hiermee voorzichtig zijn om
stigmatisering en labeling te voorkomen.
Prevalentie ligt hoog, komt in het alg meer voor bij jongens als meisjes (tegenintuïtief
aan stereotypen: mannen hebben geen angst en psychische problematieken zijn meer
bij meisjes). Jongere kinderen tonen meer probleemstoornissen aan oudere kinderen.
Verschijningsvorm veranderd en hangt af van de leeftijd. De SES status heeft ook
invloed: lager SES vertoont hogere cijfers met gedragsproblemen. Dit is een
opeenstapeling van factoren (biologisch verworven factoren: geen goede medische
verzorging, problemen bij zwangerschap en geboorte, gebrek aan goede voeding,
overleving neemt veel mentale ruimte, minder toegang tot hulpverlening …)
Zijn er nu meer problemen dan vroeger? Hiervoor moeten we de juiste onderzoekstoolen
hebben, of terug in tijd gaan om een longitudinaal onderzoek uit te voeren. Onze kijk op
autisme is over de laatste 50j veranderd omdat er toen anders gedacht werd hierover en
dus deze moeilijk vergelijkbaar zijn.
2
,ETIOLOGIE VAN GEDRAGSPROBLEEM
Verklaring is altijd zeer complex!!! Uit onderzoek weten we dat er bij bv ADHD meerdere
factoren meespelen
- Er is een neurobiologische basis (komt dat voor in de familie of niet?)
- Omgevingsfactoren
- Leerervaringen
In de ethiologie kan men een verklaring of antwoord zoeken. Ontwikkelingspathologie
heeft een aanlooptijd, dwz dat een pathologie niet uit het niets komt.
GRENSGEBIED
de niet-klinische voorlopers zijn van belang voor
ons. De kijk dus op de mildere problematieken
om verergering te voorkomen.
UITGANGSPUNT VERKLARINGSMODELLEN VOOR PSYCHOPATHOLOGIE
We gaan ervan uit dat gedragsproblemen zijn veroorzaakt door een opstapeling van
versch factoren op versch momenten en niveaus, samenspel van risico en protectieve
factoren.
Cumulatiehypothese: er zijn meerdere risicofactoren te detecteren, deze moeten
vermenigvuldigd worden en niet opgeteld worden. bij de aanwezigheid van meerdere
risicofactoren komt een verhoogde risico op de ontwikkeling van een pathologie
3
, - Factoren in kind zelf: lage intelligentie draagt risico op pathologie, drukke
temperament krijgt negatieve feedback. Beide hebben neg invloed op zelfbeeld
- Factoren in het gezin: strenge opvoeding werkt contra intuïtief, conflicten tussen
ouders
- Factoren in de bredere omgeving: afhankelijkheid van schoolomgeving, relatie
met leerkracht, sociale sfeer met klasgenoten, SES
DIAGNOSTIEK
- Onderkennend: er is melding van een problematiek, we gaan zoeken wat er aan
de hand is om de juiste deur voor gepaste behandeling te openen
- Verklarend: waardoor ontstaat het probleem, wordt het in stand gehouden en/of
versterkt?
- Behandelingsgericht: weten wat er aan de hand is en dient te worden veranderd
en ook hoe die verandering het best kan worden aangebracht. Indicatiestelling
(zoeken naar meest gepaste behandeling voor de problematiek van een cliënt)
4