Hoofdstuk 1: Wat leren onze inzichten uit de wetenschap omtrent ‘goed lesgeven’
Inzichten uit de wetenschap:
1) Het werkgeheugen heeft een bepaalde capaciteit
2) De expert denkt anders dan de beginner
3) Generieke vaardigheden aanleren: het doel is niet altijd het middel
4) Leren is niet helemaal hetzelfde als presteren
5) Wat de meeste effectieve leraren doen is… gewoon goed lesgeven
Inzicht 1: Het werkgeheugen heeft een bepaalde capaciteit
Om goede lessen te maken → begrijpen hoe lln leren
Belangrijk (!): cognitieve architectuur = hoe ons denken gestructureerd is
Onderstaande stappen geven aan hoe wij leren:
→ 3 onderdelen v/h geheugen:
1) Sensorisch / zintuiglijk geheugen
2) Werkgeheugen
3) Langetermijngeheugen
Sensorisch geheugen → informatie heel kort vasthouden
- We onthouden niet alles wat we zien/horen
- Selectie → meest relevante informatie die we zullen verwerken in ons werkgeheugen (moment)
Bv. Soms merk je het zoemen van de airco en soms niet, als je wel aandacht besteed aan die prikkel dan gaat dat
verder naar het volgend geheugen, nl het werkgeheugen
Werkgeheugen → plek waar denken + bewustzijn plaatsvindt
- Beperkt: niet aan 1000 dingen tegelijkertijd denken
- Als we niets doen met de informatie dat in ons WG komt dan verdwijnt het na 30 sec
- Ontvangt: sensorische prikkels uit omgeving + informatie uit LG
- Hoe meer informatie in ons LG, hoe gemakkelijker ons WG nieuwe informatie eraan kan binden
- Als je lln iets wilt aanleren, spreek je hun werkgeheugen aan.
Langetermijngeheugen → opslagtank
- Onbeperkte capaciteit + duur
- Kennisschema’s = structuren die kleine kennis deeltjes met elkaar verbinden + betekenis creëren
- Kennis schema's → opgebouwd → nieuwe informatie koppelen aan bestaande informatie
,Bv. Zaken die je nog na de les weet, heb je opgeslagen in ons langetermijngeheugen Bv. Reis die ik ooit gemaakt
heb en ik wil het doorvertellen: eerst informatie uit mijn langetermijngeheugen halen + kort en bondig vertellen.
Die informatie is afkomstig uit mijn werkgeheugen
Van geitenpaadje naar snelweg:
1. Geitenpaadje (desire path): het werkgeheugen verwerkt specifieke stof, maar er blijft een beperkt spoor
achter in het langetermijngeheugen.
→ kans op vergeten
2. Door meer te leren wordt het spoor duidelijker
→ sterker ingebed in langetermijngeheugen
3. Asfalt: asfalteren gebeurt door meermaals te leren.
→De leerstof wordt helemaal verstevigd in het langetermijngeheugen.
Ons werkgeheugen heeft bepaalde capaciteit
- Cognitive load theory (John Sweller + collega’s)
- Als lerende → maximale capaciteit werkgeheugen = mentale bandbreedte
- Die bandbreedte → niet overschrijden → anders, stopt het leren
Cognitieve belastingstheorie → mentale bandbreedte enkel opgevuld met 2 cognitieve belastingen:
1) Intrinsieke belasting
2) Extrinsieke belasting
Intrinsieke belasting: energie die je nodig hebt om iets te leren
- Bepaald door complexiteit onderwerp
- Complexiteit bepaald door: aantal zaken die geleerd moeten worden + samenhang daartussen
- Hoe meer zaken + interactie → COMPLEXER
- Voorkennis bij lln. → verlaagd intrinsieke belasting van nieuwe leerstof
Bv. Je zit in bepaalde ruimte → verlangt naar stilte omdat intrinsieke belasting hoog is (je hebt veel energie nodig
om het te leren)
Bv. Fotosynthese (zie pg. 16)
Extrinsieke belasting: context waarin je leert
- Niet met de inhoud van de belasting te maken (bv. instructie waarmee leerstof wordt gegeven)
- Moeilijke dingen leren → extrinsieke belasting moet laag zijn
Bandbreedte = intrinsieke- en extrinsieke belasting
Stel cognitieve belasting te hoog → belemmert het leren
Lln → complexe leerstof verwerken:
- Intrinsieke belasting = hoog
- Leerstof op goede manier aangeboden, dus extrinsieke belasting
ligt binnen bandbreedte
- Leren kan
, Lln → eenvoudige leerstof verwerken:
- Intrinsieke + extrinsieke belasting = laag
- Lln kan leren, maar veel bandbreedte over om complexe leerstof
aan te kunnen
Lln → complexe leerstof verwerken:
- Leerstof op slechte manier aangeboden (bv. zelfontdekkend leren)
- Cognitieve belasting = overschreden
- Leren wordt moeilijk voor lln
DUS (!):
- Leerstof moet voortbouwen op reeds aanwezige voorkennis
- Aangeboden in gestructureerde beheersbare delen
- Gekoppeld aan voorbeelden
- Combineren van woord + beeld
- Ondersteuning
Inzicht 2: De expert denkt anders dan de beginner
Biologisch/evolutionair primair leren = natuurlijk leren (spontaan; lopen, kijken, spelen...)
Biologisch secundair leren = cultuuroverdracht binnen onderwijs bv. wiskunde, kunst, chemie…
Wij leerkrachten beschikken over grondige, gedetailleerde en complexere kennis in ons brein
→ Lln hebben die kennis nog niet
Geen expert: schaakbord + schaakstukken (lln)
Expert: LG → siciliaanse opening (lkr)
Lln ziet leerstof anders dan de lkr
Wat je weet bepaalt wat je ziet!
Informatie = inhoud → staat in boek, internet, hoor je…
Kennis = verwerkte informatie
- Om te beweren of informatie correct is, is kennis noodzakelijk
3 soorten kennis:
1) Declaratieve kennis: alles wat we weten (feiten + concepten)
Bv. onderdelen van spijsverteringsstelsel benoemen
Bv. ik heb een toestel + ik weet wat ik ermee kan doen
, 2) Procedurele kennis: weten hoe + wanneer je verschillende procedures, methoden, theorieën + stijlen
moet toepassen
Bv. vergelijkingen oplossen, plantensoorten determineren
Bv. ik weet hoe ik met mijn pc moet werken maar ik beseffen niet wat ik er nog allemaal mee kan doen
(declaratief)
3) Metacognitieve kennis: kennis over hoe we zelf denken en hoe we leren
Bv. ik heb een moeilijke klasgroep dus van mezelf weet ik dat te lang wachten voor een rumoerige klas
zorgt → metacognitief vaardig (tip: taak talentselfie)
Leerstof = ‘vermomde’ achtergrondkennis, door de expert in een voor de beginner begrijpelijke vorm gegoten
Vakkennis = logische kennis schema's (expertise) binnen het vakdomein
Pedagogisch-didactische kennis = kennis over effectieve onderwijsmethoden, over hoe leerlingen leren,
werkvormen…
Vakdidactische kennis = hoe kennis onderwijzen aan lln binnen de context van het vak
Inzicht 3: Generieke vaardigheden aanleren: het doel is niet altijd het middel
Om algemene vaardigheden over te brengen, is kennis noodzakelijk:
4 vaardigheden:
1) Kritisch leren denken: is contextgebonden + achtergrondkennis over het onderwerp is noodzakelijk
2) Leesstrategieën: een goede leerstrategie is niet voldoende om een tekst over ieder onderwerp te
begrijpen
3) Studievaardigheden: vaardigheden rond ‘leren leren’ worden niet automatisch getransfereerd naar de
context van ieder te leren vak
4) Probleemoplossende vaardigheden: problemen zijn vaak ‘contextgebonden’, vaardigheden om ze op te
lossen ook... (bv. iemand die leert programmeren wordt niet alleen beter in programmeren, maar leert
ook probleemoplossend denken)
- Algoritmen: erg specifiek (contextgebonden), lage transferwaarde (voorbeelden…)
- Heuristieken: algemene aard, hogere transferwaarde (voorbeelden…)
= probleemoplossingsstrategieën
- Systematisch zoekstrategie die het probleemkarakter van een opgave kunnen oplossen
- Vergroot de kans op een goede oplossing
- Verstandig advies en nuttig bij problemen
Inzicht 4: Leren is niet helemaal hetzelfde als presteren
Leren: lange termijn → informatie wordt grondig verwerkt en opgeslagen
Presteren: korte termijn → informatie wordt snel weer vergeten
Wat we in LG opslaan → helpt om vaardig persoon te worden
Spanningsveld tussen leren + presteren: