1. Een schets van de criminologische psychologie
Criminologische psychologie is één van de mogelijke invalshoeken om
crimineel gedrag te bestuderen en te verklaren
Criminaliteit kan vanuit verschillende perspectieven worden bekeken:
Sociologisch
Biologisch
Economisch
Juridisch
Psychologisch
Dit vak focust op de psychologische invalshoek
1.1 Verschillende vormen van binnen de criminologie toegepaste
psychologie
Binnen het bredere domein van “toegepaste psychologie in de
criminologie” bestaan meerdere subdomeinen:
Forensische psychologie
o Gericht op psychologische expertise in strafrechtelijke context
o Betreft daders, verdachten en strafrechtelijke procedures
Correctional psychology
o Psychologie binnen detentie en strafuitvoering
o Behandeling, begeleiding en risicobeoordeling van veroordeelden
Investigative psychology
o Psychologische inzichten ter ondersteuning van opsporing
o Analyse van daderprofielen, plaats delict, gedragsanalyse
Rechtspsychologie
Focus op psychologische processen binnen het rechtssysteem
o Getuigenverklaringen
o Besluitvorming door rechters
o Invloed van advocatuur
Criminologische psychologie
o Richt zich primair op daders & verdachten
o Verklaart waarom mensen crimineel gedrag plegen
o Bestudeert hoe met hen moet worden omgegaan binnen het
strafrecht
, Het onderscheid is niet altijd scherp, er is veel overlap
1.2 Wat is criminologische psychologie
Geen haarscherp afgelijnde discipline
Overlap pet forensische psychologie, rechtspsychologie, klinische
psychologie, ontwikkelingspsychologie
Geen eenduidige definitie
Gemeenschappelijke kern
Criminologische psychologie focust op:
Plegers en verdachten van crimineel gedrag
Verklaringen voor het plegen van criminaliteit
Omgang met daders binnen de strafrechtspleging
Centrale onderzoeksvragen:
Welke factoren dragen bij tot crimineel gedrag?
Mogelijke factoren:
o Individuele kenmerken (bv. persoonlijkheid, intelligentie,
impulsiviteit)
o Psychopathologie
o Genetische invloeden
o Omgevingsfactoren
o Neurobiologische factoren
Criminologisch psychologie zoekt naar multifactoriële verklaringen
Hoe kunnen we crimineel gedrag verminderen?
o Preventie
o Behandeling
o Risicobeoordeling
o Re-integratie
o Recidivepreventie
Dit is niet louter theoretisch, maar ook sterk praktijkgericht
Waarom verschillen mensen, periodes, landen of plaatsen in
criminaliteit?
o Individuele verschillen
o Ontwikkelingsverschillen (bv. leeftijdseffecten)
o Culturele & maatschappelijke verschillen
Criminaliteit is dus geen statisch of universeel fenomeen
1.3 De ontwikkeling van de criminologische
psychologie
De bijdrage van de psychologie binnen criminologische banderingen:
Klassieke benadering: delinquent als rationele actor
Neopositivistische benadering: delinquent als ‘zieke’ of ‘afwijkende’
Labeling en kritische criminologie: minimale bijdrage van de
psychologie
1.4 Criminaliteit, afwijkend gedrag en de
strafbaarstelling ervan als referentiekader voor de criminologische
psychologie
Geen eenduidigheid
, Dynamisch & evolutief
Mala in se vs. Mala prohibita
Op verschillende manier te benaderen
Niet statisch, maar een sociaal construct afhankelijk van plaats en tijd
Deviant of afwijkend gedrag
Antisociaal gedrag
Crimineel gedrag = “Intentionele handelingen die schade berokkenen
en veroordeeld worden door de omgeving en/of gestraft worden door
de staat”
1.5 Verklaringsmodellen voor criminaliteit
Eenzijdige verklaringsmodellen geïntegreerde verklaringsmodellen voor
criminaliteit
Complex samenspel van factoren
Biopsychosociaal verklaringsmodel voor criminaliteit
Criminologische psychologie: Biopsychosociale verklaringen voor het
plegen van criminaliteit: Biologische factoren
2.1 Het complexe samenspel tussen biologische, psychologische en sociale
factoren als verklaring voor crimineel gedrag
Vroeger probeerde men criminaliteit vaak te verklaren met één enkele
oorzaak
(bv. enkel biologie of enkel omgeving)
Dat noemen we eenzijdige etiologische modellen
Vandaag vertrekt men vanuit het biopsychosociaal model:
Biologische factoren (bv. genen, hersenen, hormonen, …)
Psychologische factoren (bv. persoonlijkheid, impulscontrole, cognities,
…)
Sociale factoren (bv. opvoeding, armoede, peers, cultuur, …)
Belangrijk:
Nature & nurture werken samen
Er is interactie en overlap
Geen enkele factor op zich verklaart criminaliteit volledig
Criminaliteit is het resultaat van een complex samenspel van
factoren
2.2 Biologische factoren
Men zoekt naar een link tussen biologische kenmerken en crimineel
gedrag
DOEL:
Criminaliteit voorkomen of beperken
Medische interventies ontwikkelen
Risicofactoren vroeg identificeren
MAAR
Dit is een gevoelig en controversieel domein
, 2.2.1 De aandacht voor biologische verklaringen: uitgangspunt
Historisch idee:
Sommige mensen zijn “geboren criminelen”
“Appel valt niet ver van de boom” (erfelijkheid)
Voorbeeld uit de les: casus van Jeffrey Landrigan
Verwijzing naar genetische aanleg voor geweld in rechtbankcontext
Probleem:
Hoe sterk mogen we biologie laten meespelen in verantwoordelijkheid?
Waar ligt de grens tussen aanleg en keuze?
2.2.2 Een lange, controversiële traditie: ontstaan en evoluties
Deze stromingen:
Zijn niet onomstreden
Maken vaak fouten in causaliteit vs. correlatie
Zijn vaak gebaseerd op observatie zonder degelijke controlegroepen
Worden vandaag beschouwd als pseudowetenschappelijk
2.2.2.1 Fysiognomie
Oorsprong:
Reeds bij Aristoteles
Later uitgewerkt door Johann Caspar Lavater (+/- 1775)
= Bekendste grondlegger
Kernidee:
Gelaatstrekken zeggen iets over karakter
Combinaties van uiterlijke kenmerken zouden criminaliteit voorspellen
Probleem:
Gebaseerd op observatie & intuïtie
Geen wetenschappelijke controle
Geen vergelijking met niet-criminelen
2.2.2.2 Frenologie
Grondlegger: Franz Joseph Gall (hersenverzamelaar)
Kernidee:
Persoonlijkheid zit in de hersenen
Eerste die stelde dat persoonlijkheid in de hersenen zit, niet in het hart
Schedelvorm weerspiegelt hersenstructuur
Hersendelen bepalen karakter
Probleem:
Misbruik om groepen uit te sluiten
Geen empirische onderbouwing
2.2.2.3 Atavisme
Grondlegger: Cesare Lombroso (1876) ~ L’uomo delinquente
Kernidee:
Sommige mensen zijn “geboren criminelen”
Zij bevinden zich lichamelijk op een primitiever evolutiestadium
Herkenbaar aan fysieke kenmerken (bv. asymmetrie, lange armen,
flaporen, …)
Probleem: