Didactiek lo
LOBR 2 | Petra Vanlerberghe
H1: ONTWIKKELINGSGERICHT
BEWEGINGSONDERWIJS
Studenten kunnen
kernachtig omschrijven wat ‘ontwikkelingsgericht Bewegingsonderwijs’
(OGBO) betekent.
de verschillende kernwoorden die verwijzen naar OGBO opsommen en
toelichten.
de achtergrond en de visie van het OGBO uitleggen en illustreren met
praktijkvoorbeelden.
aangeven wat een ‘krachtige’ ‘leer’omgeving concreet betekent.
uitleggen dat de kwaliteit van (bewegings)onderwijs kan afgetoetst worden
door te kijken naar de verschillende aspecten (cfr 3 cirkels) van een
krachtige leeromgeving.
1. OGO/OGBO
OGO (Ontwikkelingsgericht Onderwijs)
Onderwijs dat leerprocessen wil opwekken die bijdragen aan brede
persoonsvorming van kinderen
Doel = onderwijs moet lln helpen om te kunnen functioneren in de
maatschappij: ze moeten kunnen communiceren, kritisch denken en
wetenschappelijk gefundeerde inzichten verwerven.
Leerling = actieve leerder die mee richting geeft aan zijn leerproces
Leerkracht = begeleider/stuurder die leerproces ondersteunt, structureert,
einddoelstellingen
Zelfstandigheid, initiatief en welbevinden
OGBO (Ontwikkelingsgericht Bewegingsonderwijs)
Alle leerlingen krijgen ontwikkelings- en leerkansen
Gericht op:
o brede ontwikkeling (communicatie/taal, samen spelen/werken,
initiatief nemen) = PD
vb. dingen zelf mogen doen, verantwoordelijkheden krijgen, rollen
geven (kapitein)
Als lkr LO bewust aandacht besteden aan taal ontwikkelen
o specifieke ontwikkeling (kennis en vaardigheden) = BD
Activiteiten zijn uitdagend, afwisselend en leerlingen hebben inbreng
(gedeelde sturing)
Leraar differentieert zodat elk kind succeservaringen opdoet en kan
groeien “boven zijn huidig niveau”, in zone van naaste ontwikkeling
Onderwijs moet leerlingen helpen nu en in de toekomst deel te nemen aan
de maatschappij
1
, Verschil met traditioneel onderwijs
Traditioneel: gericht op leerstof en uniformiteit (verschillen worden
weggewerkt)
OGBO: gericht op ontwikkeling en individuele groei (verschillen worden
gewaardeerd)
Brede ontwikkeling: coöperatieve tikspelen, helpersfunctie
Specifieke ontwikkeling: balvaardigheidsoefeningen, spreidsprong
2. Inspiratiebronnen voor OGBO
1) Adaptief onderwijs (AO)
Onderwijs waarin élke leerling tot zijn recht komt
Elk kind moet zich goed voelen en zich kunnen ontwikkelen
Gebaseerd op 3 basisbehoeften:
Relatie = zich verbonden en veilig voelen
→ Positieve relaties met lkr en lln → goede klassfeer
Competentie = ervaren ‘ik kan iets’
→ Zelfvertrouwen ontwikkelen
→ Beginnen met een oefening die ze al goed kunnen zodat ze succes
ervaren → zelfvertrouwen krijgen → uitdagingen aangaan → competentie
gaat omhoog
Autonomie = ervaren ‘ik kan het zelf’
→ Zelf keuzes kunnen maken (gedeelde verantwoordelijkheid)
→ vb. kijkwijzer
2) Ervaringsgericht onderwijs (EGO)
Ervaringsproces van kind staat centraal (niet aanpak of resultaat)
2 cruciale procesindicatoren:
Welbevinden = zich lichamelijk en emotioneel goed voelen; goede
klasomgeving
Betrokkenheid = concentratie en interesse; actief deelnemen aan les
Leerkracht bevordert betrokkenheid door:
aandacht voor beleving (welbevinden)
kinderen uit te dagen
autonomie (positief in te spelen op hun voorstellen)
juiste materialen, organisatie van lessen te kiezen
3) Ontwikkelend onderwijs (OO)
2
, Onderwijs moet vooruitlopen op de ontwikkeling, niet volgen
Kinderen ontwikkelen zich via interactie met volwassenen/meerwetende
anderen (leerkracht of klasgenoot)
Zone van Naaste Ontwikkeling (ZNO): verschil tussen wat ll al zelfstandig kan
en wat met hulp lukt
Leerkracht creëert situaties waarin leerlingen verder kunnen reiken dan
hun huidige niveau
Leren is intentioneel: het kind stelt zichzelf doelen (“ik wil dat kunnen”)
Incidenteel leren Intentioneel leren
Toevallig leren (onbewust) Doelgericht leren
Geen expliciet leerdoel Intentie = iets leren
Duidelijk leerdoel (bijv. “ik wil Frans
leren spreken”).
Realiseert zich pas achteraf dat hij Leeractiviteit is gepland en
iets heeft geleerd (onbewust) georganiseerd
Aandacht op het leren
Vb. leert nieuwe woorden terwijl je Vb. Je leert voor een toets
serie kijkt in andere taal, zonder dat geschiedenis en bestudeert actief de
je dit van plan was hoofdstukken om goede resultaten te
halen
AO EGO OO
3 basisbehoeftes: Ontwikkelingsvolgend ZNO
Relatie onderwijs
Competentie
Autonomie Kind geeft aan en kiest
Motivatie Welbevinden & Incidenteel en
betrokkenheid intentioneel leren
3. Krachtige leeromgevingen in ontwikkelingsgericht perspectief
OGBO richt zich op brede persoonsontwikkeling en specifieke
KLO = leeromgevingen die voldoende ruimte laten voor zelfstandig exploreren
en leren in wisselwerking met mede-lln, maar ook voldoende systematische
begeleiding, rekening houdend met individuele mogelijkheden en behoeften
van elke leerling.
Drie basis ingrediënten van krachtige leeromgeving (De drie cirkels):
3
, 1) Positief en veilig leerklimaat
Leerlingen voelen zich veilig
Fouten maken mag
Positieve feedback
Competentiegevoel en geloof
in eigen kunnen
Goed georganiseerde ruimte
(hoge ALT)
Succeservaringen
Groepssamenstelling
2) Betekenisvolle opdrachten
Opdrachten sluiten aan bij interesses, leefwereld, voorkennis
Motiverend en uitdagend, met ruimte voor eigen inbreng
Jongere kinderen = speels karakter; oudere = onderzoeksgericht karakter
Leerkracht zorgt voor zinvolle, levensechte leersituaties
3) Ondersteuning via interactie
Leren = sociaal proces: interactie tussen leerling-leerkracht en tussen
leerlingen onderling
Intentioneel leren
ZNO
Scaffolding
In kleine groepjes → collaboratief: samenwerking en feedback bevorderen
leren
4. Besluit
OGBO
benut systematisch de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen
kiest activiteiten die betekenisvol én leerzaam zijn
stimuleert zelfstandigheid, initiatief en welbevinden
eigen proces in handen nemen
vraagt van leerkracht veelzijdigheid: ontwerpen, observeren, begeleiden
en differentiëren
4
LOBR 2 | Petra Vanlerberghe
H1: ONTWIKKELINGSGERICHT
BEWEGINGSONDERWIJS
Studenten kunnen
kernachtig omschrijven wat ‘ontwikkelingsgericht Bewegingsonderwijs’
(OGBO) betekent.
de verschillende kernwoorden die verwijzen naar OGBO opsommen en
toelichten.
de achtergrond en de visie van het OGBO uitleggen en illustreren met
praktijkvoorbeelden.
aangeven wat een ‘krachtige’ ‘leer’omgeving concreet betekent.
uitleggen dat de kwaliteit van (bewegings)onderwijs kan afgetoetst worden
door te kijken naar de verschillende aspecten (cfr 3 cirkels) van een
krachtige leeromgeving.
1. OGO/OGBO
OGO (Ontwikkelingsgericht Onderwijs)
Onderwijs dat leerprocessen wil opwekken die bijdragen aan brede
persoonsvorming van kinderen
Doel = onderwijs moet lln helpen om te kunnen functioneren in de
maatschappij: ze moeten kunnen communiceren, kritisch denken en
wetenschappelijk gefundeerde inzichten verwerven.
Leerling = actieve leerder die mee richting geeft aan zijn leerproces
Leerkracht = begeleider/stuurder die leerproces ondersteunt, structureert,
einddoelstellingen
Zelfstandigheid, initiatief en welbevinden
OGBO (Ontwikkelingsgericht Bewegingsonderwijs)
Alle leerlingen krijgen ontwikkelings- en leerkansen
Gericht op:
o brede ontwikkeling (communicatie/taal, samen spelen/werken,
initiatief nemen) = PD
vb. dingen zelf mogen doen, verantwoordelijkheden krijgen, rollen
geven (kapitein)
Als lkr LO bewust aandacht besteden aan taal ontwikkelen
o specifieke ontwikkeling (kennis en vaardigheden) = BD
Activiteiten zijn uitdagend, afwisselend en leerlingen hebben inbreng
(gedeelde sturing)
Leraar differentieert zodat elk kind succeservaringen opdoet en kan
groeien “boven zijn huidig niveau”, in zone van naaste ontwikkeling
Onderwijs moet leerlingen helpen nu en in de toekomst deel te nemen aan
de maatschappij
1
, Verschil met traditioneel onderwijs
Traditioneel: gericht op leerstof en uniformiteit (verschillen worden
weggewerkt)
OGBO: gericht op ontwikkeling en individuele groei (verschillen worden
gewaardeerd)
Brede ontwikkeling: coöperatieve tikspelen, helpersfunctie
Specifieke ontwikkeling: balvaardigheidsoefeningen, spreidsprong
2. Inspiratiebronnen voor OGBO
1) Adaptief onderwijs (AO)
Onderwijs waarin élke leerling tot zijn recht komt
Elk kind moet zich goed voelen en zich kunnen ontwikkelen
Gebaseerd op 3 basisbehoeften:
Relatie = zich verbonden en veilig voelen
→ Positieve relaties met lkr en lln → goede klassfeer
Competentie = ervaren ‘ik kan iets’
→ Zelfvertrouwen ontwikkelen
→ Beginnen met een oefening die ze al goed kunnen zodat ze succes
ervaren → zelfvertrouwen krijgen → uitdagingen aangaan → competentie
gaat omhoog
Autonomie = ervaren ‘ik kan het zelf’
→ Zelf keuzes kunnen maken (gedeelde verantwoordelijkheid)
→ vb. kijkwijzer
2) Ervaringsgericht onderwijs (EGO)
Ervaringsproces van kind staat centraal (niet aanpak of resultaat)
2 cruciale procesindicatoren:
Welbevinden = zich lichamelijk en emotioneel goed voelen; goede
klasomgeving
Betrokkenheid = concentratie en interesse; actief deelnemen aan les
Leerkracht bevordert betrokkenheid door:
aandacht voor beleving (welbevinden)
kinderen uit te dagen
autonomie (positief in te spelen op hun voorstellen)
juiste materialen, organisatie van lessen te kiezen
3) Ontwikkelend onderwijs (OO)
2
, Onderwijs moet vooruitlopen op de ontwikkeling, niet volgen
Kinderen ontwikkelen zich via interactie met volwassenen/meerwetende
anderen (leerkracht of klasgenoot)
Zone van Naaste Ontwikkeling (ZNO): verschil tussen wat ll al zelfstandig kan
en wat met hulp lukt
Leerkracht creëert situaties waarin leerlingen verder kunnen reiken dan
hun huidige niveau
Leren is intentioneel: het kind stelt zichzelf doelen (“ik wil dat kunnen”)
Incidenteel leren Intentioneel leren
Toevallig leren (onbewust) Doelgericht leren
Geen expliciet leerdoel Intentie = iets leren
Duidelijk leerdoel (bijv. “ik wil Frans
leren spreken”).
Realiseert zich pas achteraf dat hij Leeractiviteit is gepland en
iets heeft geleerd (onbewust) georganiseerd
Aandacht op het leren
Vb. leert nieuwe woorden terwijl je Vb. Je leert voor een toets
serie kijkt in andere taal, zonder dat geschiedenis en bestudeert actief de
je dit van plan was hoofdstukken om goede resultaten te
halen
AO EGO OO
3 basisbehoeftes: Ontwikkelingsvolgend ZNO
Relatie onderwijs
Competentie
Autonomie Kind geeft aan en kiest
Motivatie Welbevinden & Incidenteel en
betrokkenheid intentioneel leren
3. Krachtige leeromgevingen in ontwikkelingsgericht perspectief
OGBO richt zich op brede persoonsontwikkeling en specifieke
KLO = leeromgevingen die voldoende ruimte laten voor zelfstandig exploreren
en leren in wisselwerking met mede-lln, maar ook voldoende systematische
begeleiding, rekening houdend met individuele mogelijkheden en behoeften
van elke leerling.
Drie basis ingrediënten van krachtige leeromgeving (De drie cirkels):
3
, 1) Positief en veilig leerklimaat
Leerlingen voelen zich veilig
Fouten maken mag
Positieve feedback
Competentiegevoel en geloof
in eigen kunnen
Goed georganiseerde ruimte
(hoge ALT)
Succeservaringen
Groepssamenstelling
2) Betekenisvolle opdrachten
Opdrachten sluiten aan bij interesses, leefwereld, voorkennis
Motiverend en uitdagend, met ruimte voor eigen inbreng
Jongere kinderen = speels karakter; oudere = onderzoeksgericht karakter
Leerkracht zorgt voor zinvolle, levensechte leersituaties
3) Ondersteuning via interactie
Leren = sociaal proces: interactie tussen leerling-leerkracht en tussen
leerlingen onderling
Intentioneel leren
ZNO
Scaffolding
In kleine groepjes → collaboratief: samenwerking en feedback bevorderen
leren
4. Besluit
OGBO
benut systematisch de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen
kiest activiteiten die betekenisvol én leerzaam zijn
stimuleert zelfstandigheid, initiatief en welbevinden
eigen proces in handen nemen
vraagt van leerkracht veelzijdigheid: ontwerpen, observeren, begeleiden
en differentiëren
4