• Leerstof: 2 boeken
o Grote lijst nummers niet te kennen
o Hoorcolleges: inzichten + verband + toepassing (voorbeelden)
o Boek en colleges = leerstof -> bv. stuk bij de niet te kennen randnummers = niet te
kennen, maar stuk over passage dat niet te kennen is = leerstof o.b.v.. college
o 3 oefensessie: koop, huur, mengvormen = leerstof
• Boek 7 in HB moet je niet kennen -> dat is het wetsvoorstel van 2024, ondertussen een ander
o ENKEL theorievragen/inzicht over + wat we in college zien + geen casus over
• Examen
o Waar/fout vraag: huurcontact onder bezwarende titel -> 1 lijn, waar of fout en
waarom
o 1 of meerdere inzichtsvragen : bv. vergelijking beëindigingsmogelijkheden van
lastgeving en bewaring, vergelijking huidige recht en komende boek 7
o Casussen in lijn met oefencollege
• Op het einde van elk deel staan de oefeningencolleges
Koop -> X
Ruil kleine)
Kanscontracten (kleine)
Huur -> X
Lening (kleine)
Aanneming -> X
Bewaargeving
Lastgeving
Dading
, DEEL 1: Inleiding
Hoofdstuk 1: Algemeen Inleiding
• Contracten/overeenkomsten
o Essentieel: wilsovereenstemming partij, want meerzijdige rechtshandeling (min. 2
en iets overeengekomen)
o Centraal uitgangspunt: wilsautonomie -> in contractenrecht: art. 5.3 BW
▪ Contractsvrijheid
• = bij sluiten van contract bepalen wat je precies wilt en overeenkomt
• = zegen en vloek: afleveren aan wat uw bedoeling is (zegen), maar
niet zo efficiënt (vloek)
▪ DAAROM een set van regels:
• Faciliterende functie door een set van regels = benoemde contracten:
door wet benoemd en krijgt regime
• Kan focussen op waaraan men wilt aanvullen
• Nieuw BW
o Boek 1. Algemene bepalingen (1/1/23)
o Boek 2. Personen, familie & relatievermogensrecht
o Boek 3. Goederen (1/9/21)
o Boek 4. Nalatenschappen, schenkingen & testamenten
o Boek 5. Verbintenissen (1/1/23)
o Boek 6. BCA (1/1/25)
o Boek 7. Bijzondere contracten (coming soon?)
o Boek 8. Bewijs
o Boek 9. Zekerheden
o Boek 10. Verjaring
• Inwerkingtreding boeken 1 en 5 BW
o Beide Wet van 28/4/22
o Inwerkingtreding 1/1/23
▪ Boek 1: art 3-5
▪ Boek 5: art 64-65
o Eerbiedigende werking
▪ Tenzij partijen anders overeenkomen
▪ Enkel RH + rechtsfeiten na 1/1/23
▪ Niet:
• Toekomstige gevolgen RH + Rsfeiten die dateren van voor 1/1/23
• RH + Rsfeiten mbt verbintenis uit RH/Rsfeit van voor 1/1/23
,• Nieuw Boek 7 BW
o Wetsvoorstel 16 april 2024 (DOC 55 3973)
o Wetsvoorstel 20 februari 2025 (DOC 56 0743)
o 4 Krachtlijnen
▪ Herstructurering en integratie (met titels)
• Herschikking -> elk contract heeft aparte titel = bijkomende nummer
• Dus koop = titel 2 -> dus art.7.2.? (7= boek, 2= koop, ? = afh.)
▪ Coherentie
• Meer coherentie tss de contracten
• Bv. verborgen gebrek bij koop andere voorwaarden, termijnen dan bij
verborgen gebrek bij aanneming..
▪ Vereenvoudiging
• Inhoudelijk: vereenvoudiging, bouwt voort op boek 5
▪ Rekening houdend met het recht van buurlanden
=> Lessen: we werken het oude af en kijken verschil op het einde met het nieuwe
• Burgerlijk recht
o P&F
o Vermogensrecht
▪ FVR
▪ 3 subjectieve vermogensrecht:
• IR
• ZR
• PR
,Hoofdstuk 2: Benoemde contracten, onbenoemde contracten en
kwalificatie van contracten
1. Onderscheid tussen benoemde en onbenoemde contracten
• Benoemde contracten = aan een specifieke wettelijke regeling is onderworpen
o 1ste laag: Wettelijk set regels + contract (voor zover nt dwR)
▪ Uitgangspunt: pakket van regels -> aanvullend recht
▪ Kijk naar het contract v partijen
▪ Wat hebben ze geregeld en mochten ze regelen?
o 2 laag: gemene contractenrecht (art. 5.13)
de
▪ Doen geen afbreuk aan bijzondere contracten
▪ Bv. bijzondere contracten regelen niets over wilsgebrek dus passen we
gemene verbintenissenrecht toe
o Voornamelijk terug te vinden in deel 3 oud BW
▪ Boek 1 en Boek 5 relevant BW
▪ Bijzonder overgangsrecht
o Of in bijzondere wetten: bv. arbeidscontract, verzekeringscontract, huwelijk
o Subsidiair (5.13 BW): verb & contractenR (met art. 5.71 BW)
o Waarom?
▪ Fall back regime: frequent voor, dus rechtszekerheid en duidelijkheid
• Faciliterende functie
• Complementaire functie: lacunes aanvullen
• Corrigerende functie: onbillijke resultaten vermijden
▪ Bescherming zwakkere contractpartij
• Overzicht benoemde contracten:
o Deel I: contracten m.b.t. overdracht eigendom = overdracht/vestiging v zakelijke
rechten
▪ Centraal contract: Koop (+ruil)
▪ Kanscontracten = waarvan de uitkomst op voorhand niet vaststaan (huis
kopen tegen lijfrente: huis kopen en je weet niet hoe lang die leeft)
o Deel II: contracten m.b.t. gebruik & genot v/e goed
▪ Centraal contract: Huur
▪ Lening: bv. ene persoon leent wagen aan andere, geld lenen
o Deel III: dienstencontracten
▪ Aanneming: bv. aannemer die bouwt, dokter die onderzoekt
▪ Bewaargeving: bv. jas in de vestiaire
▪ Lastgeving: stellen van vertegenwoordigingsdaden
o Deel IV: vaststellingscontracten (dading)
3 belangrijkste contracten: koop, huur, aanneming => min. van deze 3 contracten vraag examen
!!!
,• Onbenoemde contracten/sui generis = eigen aard = niet aan specifieke wettelijke regeling
o Art. 5.14: contractvrijheid => open gebied
o 1ste laag: contract zelf -> geen wettelijk set van regels
▪ Bv. leasingovk: wagen voor u aankopen en ter beschikking stellen = geen
koop, geen huur -> welke regels? het contract zelf
o 2de laag: Gemene verb & contractenR (met art. 5.71 BW)
o 3de laag: Regels benoemd contract per analogie -> het is geen huur, maar lijkt er op
▪ = uitzonderlijk
▪ Rechtsregels voor benoemde contracten toegepast, op voorwaarde dat een
onbenoemd contract een min of meer gelijksoortige rechtsverhouding
2. Kwalificatie van contracten
• Uitgangspunt (wilsautonomie): partijen vrij overeenkomen wat de kwalificatie is = het
juridisch benoemen van een contract of het onderbrengen in een juridische categorie
• Rechter
o GEEN kwalificatie -> rechter stelt vast obv gemsch bedoeling
o WEL kwalificatie -> rechter confrontatie met gemsch bedoeling
▪ Niet onverenigbaar -> partijkwalificatie (5.68 en cf 5.69 BW)
• Moet kwalificatie respecteren als gevolg van bindend contract
• Essentiële elementen van contract -> obv dit kwalificeren
▪ Onverenigbaar -> herkwalificatie
• TENZIJ inhoud onverenigbaar met partijkwalificatie
o <-> Conversie (5.68 BW ‘onverenigbaar met dwRtel regels of openbare orde’)
▪ = nietige bepaling in contract: contract is koop maar staat bepaling die niet
geldig is bij koop -> omvormen naar een geldige bepaling
• Gemengde contracten (5.67 BW)
o Mix van verschillende benoemde contracten
▪ Samen in 1 pot: noch het een, noch het ander
▪ Bv. grond kopen en bouwen -> materiaal aankopen + diensten leveren
=> 3 kwalificatietheorieën:
o 1) Onbenoemd/sui generis
▪ Zo gemixt dat we het niet meer kennen
▪ Metafoor: appel en kiwi in mixer -> noch appel, noch kiwi
o 2) Combinatietheorie/cumulatie = cumuleren = UITGANGSPUNT in art. 5.67
▪ 2 contracten combineren, maar kan onderscheid maken
▪ Duidelijk deel koop, duidelijk deel aanneming
▪ = cumuleren: op koop de koop toepassen, op aanneming de aanneming..
,o 3) Absorptieleer
▪ Elementen samen, maar er is 1 element dominant/belangrijker
▪ Dominante absorbeert het andere en nemen kwalificatie van dominante ->
bij bouwen wat is het belangrijkste? Dat er een huis is en gebouwd wordt of
stenen en dakpannen kopen? => dat er huis wordt gebouwd
▪ MAAR ZODRA 1 ELEMENT DOMINANT dan ABSORPTIE
▪ Dominante absorbeert het andere en nemen kwalificatie van dominante
• Bv. huis verkopen -> makelaar levert prestaties (koper zoeken =
aanneming) + vertegenwoordigingsbevoegdheid geven (lastgeving)
o Aanneming en lastgeving, met dominantie van aanneming,
MAAR er is wel de lastgeving
o Bij aanneming geen enkele regeling over lastgeving: MAAR
ZELFS binnen absorptieleer toch SOMS KLEINE CUMUL
(want geen enkele regeling voor in hoofdcontract)
,Hoofdstuk 3: Verhouding met BCA
• Wet 1/2/24 houdende Boek 6 BW
• Eerbiedigende werking
• Samenloop contractuele AH en BCA (6.2 en 6.3 BW)
o Principe: samenloop (i.p.v. samenloopverbod)
▪ Bij contractuele aansprakelijkheid kan slachtoffer kiezen voor
buitencontractuele vordering
▪ Veronderstelt dat contractuele fout een buitencontractuele fout is -> bij
inspanningsverbintenis wel, maar bij resultaatsverbintenis niet
o Waarborging contractueel evenwicht:
▪ Samenloop = aanvullend recht (tenzij (wet of) contract) -> kan dus
uitsluiten -> in praktijk: samenloop vaak uitgesloten
▪ Inroepbaarheid verweermiddelen = dader kan verweermiddelen putten uit:
• Contract, Wettelijke verweermiddelen, Bijzondere verjaringsregels
• Ondanks het feit dat die dader BCA aansprakelijk is gesteld
▪ TENZIJ bij vordering schadeloosstelling als gevolg van:
• fysieke of psychische integriteit
• opzet
• Rechtstreekse aanspraak tegen hulppersoon van medecontractant (6.2 en 6.3 BW)
Voorbeeld relatie: BH (bouwheer) – A (aannemer) en A – OA (onderaannemer)
o Begrip: ‘hulp’ in uitvoering geheel of deel contractuele verbintenissen
▪ Relatie: BH (bouwheer) – A (aannemer) en A – OA (onderaannemer)
▪ OA is hulppersoon van de A = contractuele verbintenissen geheel of
gedeeltelijk voor iemand anders
o Aansprakelijkheid medecontractant (art. 5.229 BW)
▪ Aansprakelijk voor iedereen die hij inschakelt
▪ Bv. Als OA fout begaat dan is A aansprakelijk t.o.v. BH
o Geen contractuele aansprakelijkheid hulppersoon (art. 5,103 BW)
▪ Bv. BH kan de OA niet contractueel aanspreken, logisch geen contract
o Principe: wel BC aansprakelijkheid hulppersoon (ipv quasi-immuniteit)
▪ Bv. BH kan de OA wel buitencontractueel aanspreken
▪ Quasi-immuniteit is opgeheven (vroeger: niet BC aanspreken)
o Waarborging contractueel evenwicht:
▪ Aanvullend recht (tenzij (wet of) contract)
▪ Inroepbaarheid verweermiddelen hoofdcontract (zoals bij samenloop)
• Bv. OA kan wel excepties inroepen tegen BH die A normaal tegen BH
kon inroepen in hun hoofdcontract
▪ Inroepbaarheid verweermiddelen ‘eigen’ contract (zoals bij samenloop)
• Bv. OA kan wel excepties inroepen tegen BH die hij normaal in eigen
contract tegen A kon inroepen
▪ TENZIJ: fysieke of psychische integriteit OF opzet
, DEEL 2: Ovk overdracht eigd - KOOP
Hoofdstuk 1: Begrip ‘koop’ – Wezenskenmerken
1. Begripsomschrijving en (objectief) essentiële bestanddelen
• 2 essentiële elementen (1582 oud BW)
o Definitie is gebrekkig “zaak leveren” -> brengt eig.overdracht goed niet in rekening
Kwalificatie o.b.v. wezenskenmerken (= kenmerken dat het contract telkens heeft/standaard,
ongeacht keuze van de partijen)
o 1) Eigendomsoverdracht v/e goed
o 2) Tegen een prijs in geld
o Consensueel (1583 oud BW)
▪ Zodra een wilsovereenstemming over essentiële elementen
▪ Het kan dat een contractspartij iets anders belangrijk vindt (subjectieve
elementen) -> bv. een bepaalde kleur, leveringstermijn
• Kan uitdrukkelijk overeengekomen worden
• Indien niet, dan gelden ze niet
Bijna elke dag een koopcontract: bv. auto kopen, brood, schuldvordering (bv. huurovk met
schuldvordering om huurprijs te ontvangen en die kan overgedragen worden tegen prijs) ...
• Regime: 1582 ev oud BW
o Verschillende koopregimes
▪ Koop = lappendeken
• Gemene kooprecht (1582 ev.)
• Veel partiële regimes/ deels overlappende
▪ Steeds opletten! Is er geen bijzonder regime?
• Kan afwijken of een andere kwalificatie
• Bv. als koop behandeld terwijl gemeenrechtelijk geen koop
o Wat zijn de partijen (hoedanigheid)?
=> B2C
▪ Boek 6 WER = 1ste lap
• Uitgangspunt: roerende (fiets) en onroerende (grond, app..)
▪ Wet Conskoop LRG (1649bis ev oud BW + digitaal 1701/1 ev oud BW)
• Enkel lichamelijk roerende goederen
• Kwantiteit en kwaliteit: goed is gebrekkig, te weinig geleverd..
▪ Beide regimes van DWINGEND recht en moet rechter ambtshalve toetsen
, => B2B
▪ Weens Koopverdrag = LRG + in internationale context
• Bv. autofabrikant koopt gordel in FRA, wielen in DUI, zetels in ITA en is
gevestigd in BE = roerende goederen in internationale context
• = AANVULLEND: moet toepassen tenzij anders bepaald
• Art. VI.91/1 ev WER: lijkt op consubesch. in verhouding tss ond.
=> Wet Breyne (zie aanneming -> in sommige gevallen van toepassing op koop)
=> Wet Productaansprakelijkheid (LRG)
1.1 Eigendomsoverdracht v/e goed = 1ste wezenskenmerk (essentieel bestanddeel)
• Goed (vs dienst) -> quid als gemengd?
o Brandstof, koffie, fiets…
o Goed = dare verbintenis = iets geven
▪ <-> Dienst = facere verbintenis = verbintenis om iets te doen
o Onderscheid goed en dienst = verschil tss koop en aanneming
▪ Aanneming = dienstencontract
▪ Afgrenzing aanneming en koop niet evident
• Indien goed af is = goed zelf (dienst is ingebakken)
• Bv. wagen is ooit gemaajt, maar af is af
▪ Duidelijk een dienst: bv. kleren wassen, strijken..
• Bv. stuk grond en geeft hoop stenen en bouwmateriaal en vraagt
tuinhuis te bouwen = duidelijk dienst
o Te leveren/vervaardigen + grondstoffen = gemengde ovk.
▪ Mengvorm: componenten van koop, component dienst
▪ Overdracht van een te vervaardigen roerend goed (waarbij de vervaardiger
(een deel van) de grondstoffen aanlevert)
▪ Bv. indien een goed nog niet af is -> goed leveren dat nog niet af is, dus nog
een dienstencomponent nodig
▪ ENKEL GEMENGD indien diegene die de DIENST levert OOK GOED LEVERT
• 1) Onbenoemd
• 2) Cumul
• 3) Absorptie indien determinerend element
o Zit er ergens een dominante element
o Dat verwijst naar goed of dienst?
o Specificiteitscriterium: is het een goed of dienst?
▪ Hoe specifieker het goed (hoe meer het goed op maat), hoe meer de
dienstencomponent doorweegt = aanneming
• Bv. specifieke steunpilaren verkrijgen, specifiek softwareprogramma,
stuk grond en vrij te bepalen hoe woning eruit ziet = aanneming
▪ Indien het goed is gestandaardiseerd = koop
• Bv. standaardtegels kopen, softwareprogramma van
standaardpakket, koop op plan (ligt vast, niet te wijzigen) = koop
, ▪ Loutere feit dat een keuze is, doet geen afbreuk aan koop => indien
standaardpakket qua keuzes dan blijft standaard = primeren goed = koop
• Let op! Ook nieuwe wagen en zelf kleur, leder kiezen = koop, want
lange optielijst
▪ Afwijkend: consumentenkoop: 1649bis §3 oud BW + WER
• Kwalificatie koop anders: iets sneller in koop dan in gemene recht
o Diensten n.a.v. koop = gemengde ovk -> economisch criterium: duurste primeert
▪ = combo diensten en goederen: hoeveel kost dat goed?
• Geval per geval naar klemtoon kijken
• Bv. oven kapot en vervangen wisselstuk: koop wisselstuk zit ingebed
in reparatie van de oven = koop accessoire
• Bv. kleren kopen en retoucheren: dienst accessoire
• Bv. oven kopen en die zou ook kunnen geplaatst worden (optie
plaatsen) = algemene regels van gemengde contracten
▪ Afwijkend: conskoop: 1649ter §4 oud BW + WER
• Eigendomsoverdracht
o Essentie: translatieve RH / dare (5.45 en 5.79 BW)
o 2 vragen
▪ Hoe gaat die eigendom over? (+risico)
▪ Hoe werkt die overdracht t.a.v. derden?
o Uitvoering dare = (ook) consensueel (1583 jo 5.79 en 3.14 § 2 BW)
▪ In principe: Eigendomsoverdracht onmiddellijk en consensueel
• Door loutere toestemming voor dare verb. draagt eigendom over
• Bv. huis kopen en akkoord over goed en prijs: eigendomsoverdracht
auto over, ongeacht levering, betaling..
Uitzonderingen: eigendom gaat niet onmiddellijk over
▪ UITZ 1: Tenzij specialiteitsbeginsel zich verzet (toekomstige goederen +
genusgoederen die specificatie/individualisatie vereisen) => 3.7 en 3.8 BW
• KAN NIET onmiddellijk overgaan
• Zakelijk recht rechtstreeks betrekking op goed -> goed moet bestaan
• 1) Toekomstige goederen
o Bv. wagen nog gemaakt worden -> PAS ZODRA BESTAAT
o Dan onmiddellijk over, geen levering nodig
• 2) Genusgoederen/soort goed: bepaalt naar maat, getal en gewicht
o Bv. grind kopen -> weet niet welk grond (welke 1000 kg grind
van de 15.000 kg grind?)
o Dare zit klaar, toestemming is gegeven, maar beletsel totdat
goed gespecificeerd is