OG 5 Postpartumbloedingen
07/10/2025
Wat is een postpartumbloeding?
Overmatig bloedverlies uit genitaal kanaal dat op elk moment kan optreden vanaf bevalling
tot einde kraambed
Primaire PPH treedt op wanneer er overmatig bloedverlies optreedt binnen eerste 24 uur
na bevalling
Secundaire PPH treedt op wanneer abnormaal of overmatig bloedverlies optreedt tussen
24u en 12w na de bevalling (meestal één tot twee weken na de geboorte)
Primaire PPH wordt meestal gedefinieerd o.b.v. een schatting van het bloedverlies.
Traditioneel wordt een verlies van 500 ml of meer beschouwd als een PPH. Bij vrouwen die
een keizersnede ondergaan, wordt een PPH gedefinieerd als een bloedverlies van meer dan
1000 ml.
Deze hoeveelheid bloedverlies heeft doorgaans geen nadelige gevolgen voor gezonde
vrouwen. Echter, bij vrouwen met onderliggende aandoeningen, zoals bloedarmoede of een
laag lichaamsgewicht (BMI), kan dit of zelfs een kleinere hoeveelheid bloedverlies leiden tot
ernstige complicaties.
Kleine (minor) PPH: het bloedverlies wordt geschat tussen 500ml en 1000ml, zonder
klinische tekenen van verslechtering bij de moeder.
Grote (major) PPH: bloedverlies wordt geschatte op > 1000ml, of wanneer de vrouw
tekenen van verslechtering vertoont — ongeacht hoeveelheid bloedverlies — wordt dit
beschouwd als een grote PPH
o Moderate: 1001-2000ml
o Severe: >2000ml
Hoe herken je een postpartumbloeding (symptomen)?
Inschatting van bloedverlies is meest gebruikelijke methode om PPH vast te stellen, maar
onbetrouwbaar
o Kleine hoeveelheden worden vaak onderschat, terwijl grote hoeveelheden juist
overschat worden
o Nauwkeurigheid neemt af naarmate bloedverlies groter wordt
o Training en simulaties kunnen helpen om visuele schatting te verbeteren
Meer objectieve methode zijn:
o Wegen van gazen en incontinentiemateriaal
o Het gebruik van opvangdoeken om bloed te verzamelen
Omdat onjuiste inschatting kan leiden tot vertraging in behandeling en slechte
uitkomsten, moeten zorgverleners hun beoordeling ook baseren op:
o Individuele risicoprofiel van de vrouw
o Snelheid van bloedverlies
o Fysiologische reactie op bloedverlies
Onbehandelde PPH kan binnen enkele uren leiden tot hypovolemische shock, orgaanfalen
en maternale sterfte
Wat zijn de oorzaken van een postpartumbloeding?
Primair
PPH kan ontstaan vanuit de placentaplaats of door een scheur in het genitaal kanaal, en wordt
gewoonlijk ingedeeld in vier categorieën die bekendstaan als de ‘4 T’s’.
Tonus Uterusatonie: overmatig bloedverlies vanuit placentaplaats wanneer
baarmoeder niet voldoende samentrekt
70-90% van PPH-gevallen wordt veroorzaakt door uterusatonie
Tissue Elk weefsel dat de samentrekking van de baarmoeder belemmert:
achtergebleven of vastzittende placenta, placenta- of vliesresten, en
bloedstolsels
, OG 5 Postpartumbloedingen
07/10/2025
Trauma Scheuren in het genitaal kanaal, episiotomie, hematoom, uterusruptuur,
uterusinversie, instrumentele bevalling
Trombus Stoornissen in de bloedstolling, vaak als gevolg van een antepartum
bloeding of baarmoederruptuur waarbij stollingsfactoren zijn uitgeput; of in
combinatie met andere zwangerschapscomplicaties die de bloedstolling
beïnvloeden, zoals pre-eclampsie, HELLP-syndroom, vruchtwaterembolie,
sepsis en achtergebleven overleden foetus
Secundair
Endometritis (baarmoederontsteking) of uteriene subinvolutie (onvoldoende samentrekking
van baarmoeder)
Vooral bij vrouwen die:
Achtergebleven placentaresten hebben
Een langdurig gebroken vruchtzak hebben gehad
Een langdurige bevalling hebben doorgemaakt
Koorts tijdens bevalling hebben gehad
Secundaire PPH kan zich uiten als plotselinge, hevige bloeding of als langzame, sluipende
bloeding met geleidelijke verslechtering van toestand van de vrouw, signalen om op te letten:
Meer bloedverlies dan normaal of onaangenaam ruikende lochia
Stolsels in bloedverlies
Pijn of gevoeligheid van baarmoeder
Tekenen van verslechtering door hypovolemische of septische shock
Onmiddellijke naar ziekenhuis (echografie, antibiotica, ledigen van baarmoeder onder
narcose)
Tissue
Wat zijn de risicofactoren voor postpartumbloeding en waarom is dit een
risicofactor?
Eerdere PPH of achtergebleven placenta
MeerlingenZWS, polyhydramnion of macrosomie: overrekking baarmoeder => slecht
samentrekken
Bloedarmoede: vermindert vermogen om bloedverlies te verdragen en verhoogt risico op
uteriene atonie
Pre-eclampsie of hypertensieve aandoeningen: verhogen kan op inductie of operatieve
bevalling, ernstige pre-eclampsie kan stolllingsstoornissen veroorzaken (gebruik
magnesiumsulfaat => uteriene atonie)
Eerdere sectio: littekenvorming verhoogt risico op placenta praevia en placenta accreta
Antepartum bloeding (placenta praevia, abruptio placentae, onverklaarbare bloeding): kan
leiden tot PPH
o Placenta praevia => onderste deel van baarmoeder trekt slecht samen => vergroot
bloedverlies
Myomen (fibromen): verstoren samentrekking van baarmoeder
Geïnduceerde of gestimuleerde bevalling: uteriene inefficiëntie en gebruik van uterotonica
=> PPH
Langdurige bevalling: zwakke en ongecoördineerde weeën kunnen ook na geboorte
aanhouden, waardoor baarmoeder niet effectief samentrekt. Mechanische problemen
kunnen leiden tot uitputting en atonie
07/10/2025
Wat is een postpartumbloeding?
Overmatig bloedverlies uit genitaal kanaal dat op elk moment kan optreden vanaf bevalling
tot einde kraambed
Primaire PPH treedt op wanneer er overmatig bloedverlies optreedt binnen eerste 24 uur
na bevalling
Secundaire PPH treedt op wanneer abnormaal of overmatig bloedverlies optreedt tussen
24u en 12w na de bevalling (meestal één tot twee weken na de geboorte)
Primaire PPH wordt meestal gedefinieerd o.b.v. een schatting van het bloedverlies.
Traditioneel wordt een verlies van 500 ml of meer beschouwd als een PPH. Bij vrouwen die
een keizersnede ondergaan, wordt een PPH gedefinieerd als een bloedverlies van meer dan
1000 ml.
Deze hoeveelheid bloedverlies heeft doorgaans geen nadelige gevolgen voor gezonde
vrouwen. Echter, bij vrouwen met onderliggende aandoeningen, zoals bloedarmoede of een
laag lichaamsgewicht (BMI), kan dit of zelfs een kleinere hoeveelheid bloedverlies leiden tot
ernstige complicaties.
Kleine (minor) PPH: het bloedverlies wordt geschat tussen 500ml en 1000ml, zonder
klinische tekenen van verslechtering bij de moeder.
Grote (major) PPH: bloedverlies wordt geschatte op > 1000ml, of wanneer de vrouw
tekenen van verslechtering vertoont — ongeacht hoeveelheid bloedverlies — wordt dit
beschouwd als een grote PPH
o Moderate: 1001-2000ml
o Severe: >2000ml
Hoe herken je een postpartumbloeding (symptomen)?
Inschatting van bloedverlies is meest gebruikelijke methode om PPH vast te stellen, maar
onbetrouwbaar
o Kleine hoeveelheden worden vaak onderschat, terwijl grote hoeveelheden juist
overschat worden
o Nauwkeurigheid neemt af naarmate bloedverlies groter wordt
o Training en simulaties kunnen helpen om visuele schatting te verbeteren
Meer objectieve methode zijn:
o Wegen van gazen en incontinentiemateriaal
o Het gebruik van opvangdoeken om bloed te verzamelen
Omdat onjuiste inschatting kan leiden tot vertraging in behandeling en slechte
uitkomsten, moeten zorgverleners hun beoordeling ook baseren op:
o Individuele risicoprofiel van de vrouw
o Snelheid van bloedverlies
o Fysiologische reactie op bloedverlies
Onbehandelde PPH kan binnen enkele uren leiden tot hypovolemische shock, orgaanfalen
en maternale sterfte
Wat zijn de oorzaken van een postpartumbloeding?
Primair
PPH kan ontstaan vanuit de placentaplaats of door een scheur in het genitaal kanaal, en wordt
gewoonlijk ingedeeld in vier categorieën die bekendstaan als de ‘4 T’s’.
Tonus Uterusatonie: overmatig bloedverlies vanuit placentaplaats wanneer
baarmoeder niet voldoende samentrekt
70-90% van PPH-gevallen wordt veroorzaakt door uterusatonie
Tissue Elk weefsel dat de samentrekking van de baarmoeder belemmert:
achtergebleven of vastzittende placenta, placenta- of vliesresten, en
bloedstolsels
, OG 5 Postpartumbloedingen
07/10/2025
Trauma Scheuren in het genitaal kanaal, episiotomie, hematoom, uterusruptuur,
uterusinversie, instrumentele bevalling
Trombus Stoornissen in de bloedstolling, vaak als gevolg van een antepartum
bloeding of baarmoederruptuur waarbij stollingsfactoren zijn uitgeput; of in
combinatie met andere zwangerschapscomplicaties die de bloedstolling
beïnvloeden, zoals pre-eclampsie, HELLP-syndroom, vruchtwaterembolie,
sepsis en achtergebleven overleden foetus
Secundair
Endometritis (baarmoederontsteking) of uteriene subinvolutie (onvoldoende samentrekking
van baarmoeder)
Vooral bij vrouwen die:
Achtergebleven placentaresten hebben
Een langdurig gebroken vruchtzak hebben gehad
Een langdurige bevalling hebben doorgemaakt
Koorts tijdens bevalling hebben gehad
Secundaire PPH kan zich uiten als plotselinge, hevige bloeding of als langzame, sluipende
bloeding met geleidelijke verslechtering van toestand van de vrouw, signalen om op te letten:
Meer bloedverlies dan normaal of onaangenaam ruikende lochia
Stolsels in bloedverlies
Pijn of gevoeligheid van baarmoeder
Tekenen van verslechtering door hypovolemische of septische shock
Onmiddellijke naar ziekenhuis (echografie, antibiotica, ledigen van baarmoeder onder
narcose)
Tissue
Wat zijn de risicofactoren voor postpartumbloeding en waarom is dit een
risicofactor?
Eerdere PPH of achtergebleven placenta
MeerlingenZWS, polyhydramnion of macrosomie: overrekking baarmoeder => slecht
samentrekken
Bloedarmoede: vermindert vermogen om bloedverlies te verdragen en verhoogt risico op
uteriene atonie
Pre-eclampsie of hypertensieve aandoeningen: verhogen kan op inductie of operatieve
bevalling, ernstige pre-eclampsie kan stolllingsstoornissen veroorzaken (gebruik
magnesiumsulfaat => uteriene atonie)
Eerdere sectio: littekenvorming verhoogt risico op placenta praevia en placenta accreta
Antepartum bloeding (placenta praevia, abruptio placentae, onverklaarbare bloeding): kan
leiden tot PPH
o Placenta praevia => onderste deel van baarmoeder trekt slecht samen => vergroot
bloedverlies
Myomen (fibromen): verstoren samentrekking van baarmoeder
Geïnduceerde of gestimuleerde bevalling: uteriene inefficiëntie en gebruik van uterotonica
=> PPH
Langdurige bevalling: zwakke en ongecoördineerde weeën kunnen ook na geboorte
aanhouden, waardoor baarmoeder niet effectief samentrekt. Mechanische problemen
kunnen leiden tot uitputting en atonie