Prof. Stevan Cokic
H1; EMBRYOLOGIE VAN HET HOOFD, HET GELAAT & DE MONDHOLTE
NEURALE KAMCELLEN EN HOOFDVORMING
Bespreek de rol van neurale kamcellen en de branchiale (faryngeale) bogen in de
craniofaciale ontwikkeling. Beschrijf hun organisatie en leg uit hoe zij bijdragen aan de
craniofaciale patroonvorming en de vorming van gelaatsstructuren.
Neurale buis → bepaalt de vorm van het vroege hoofdgebied (voor-/ midden-/
achterhersenen) ; dorsaal bevinden zich de neurale kam cellen
Somatomeren; gesegmenteerd hoofdmesoderm dat de craniofaciale regio
organiseert
Neurale kamcellen & somatomeren = bouwstenen voor cefalogenese
Neurale kamcellen; migreren uit de neurale buis naar het gelaat en bevolken de
bogen/prominenties
Branchiale bogen; repititieve eenheden die de kaken en vele andere structuren van het
gelaat en de hals zullen vormen
De oorsprong en het patroon van de migratie van neurale kamcellen naar het zich
ontwikkelende gelaat en het branchiale boogsysteem.
Het middenbrein en rhombomeren 1 en 2 dragen bij aan het gelaat en de eerste
branchiale boog.
ANATOMIE VAN EEN BOOG
Structuur van de boog
- Uitwendig; ectoderm
- Inwendig; endoderm
- (uitzondering bij de 1e boog: ligt anterieur van het buccofaryngeale membraan, waardoor het
inwendige oppervlak wordt begrensd door ectoderm (stomatodeum))
- Kern; mesoderm + neurale kam (ectomesenchym) →
boogkraakbeen (1e boog =
kraakbeen van Meckel; 2e =
kraakbeen van Reichert)
Zara Smets 1
,VERSMELTING VAN UITSTEEKSELS
Bespreek de vroege ontwikkeling van het stomatodeum en de vorming van het gelaat. Leg
de rol en de fusie van de gelaatsuitsteeksels uit bij de vorming van de primitieve mond en de
gelaatsstructuren.
Groeven verdwijnen door uitzetting, niet echt doorversmelting
Zara Smets 2
,STOMATODEUM
• Grenzen: frontale prominentie (rostraal), cardiale zwelling (caudaal), 1e
branchiale boog (lateraal)
• Gescheiden van de voordarm door het buccofaryngeale
membraan → ruptureert rond dag 28
➔ Buccopharyngeaal membraan is een verbinding tussen
mondholte en primitieve darm
➔ Darm en stomatodeum staan nog niet in contact met elkaar
• Bodem van de mond wordt gevormd uit I–III branchiale bogen
(hartregio beweegt zich weg van de darm)
VORMING VAN HET GELAAT
• ~Dag 24: de 1e branchiale boog vormt het maxillaire uitsteeksel
• Grenzen van het stomatodeum: frontale prominentie (craniaal), maxillaire
uitsteeksels (lateraal), mandibulaire uitsteeksels (ventraal)
• Vroege groei van het gelaat wordt aangedreven door
proliferatie/migratie van ectomesenchym (toekomstige
nasale regio)
• Dag 28: ectodermale verdikkingen op de frontale prominentie vormen de
olfactorische (nasale) placoden
• De placoden invagineren → nasale putjes, omgeven door mediale en laterale
nasale uitsteeksels
• De frontonasale regio vormt vooral deneusrug (dorsum nasi)
De mediale nasale uitsteeksels versmelten en vormen
het centrale deel van de neus (neuspunt en
neusrugkam)
→ Placodes vallen naar binnen en vormen nasale
putjes
Zara Smets 3
, Oorsprong van de delen van het gelaat
• Maxillaire uitsteeksels
groeien mediaal naar de mediale en laterale nasale uitsteeksels, gescheiden
door nasolacrimale en bucco-nasale groeven.
• Mediale nasale uitsteeksels versmelten in de middellijn → vormen het philtrum
en het intermaxillaire segment (incisiefregio + primair verhemelte).
• Maxillair uitsteeksel versmelt met het mediaal nasaal uitsteeksel → vormt de
laterale bovenlip (groeve verdwijnt).
• Mandibulaire uitsteeksels versmelten → vormen de onderlip; → onderkaak wordt
gevormd door het samensmelten van de 2 mandibulaire uitsteeksels thv de
middenlijn
Stoornissen in versmelting → lipspleet/gelaatspleten
Dag 24–28: het orale epitheel wordt
odontogeen (= kleine bandjes)
Verdikking → primaire epitheliale band = 1e
zichtbare teken van tandontwikkeling
Boogvormige, continue band in maxilla en
mandibula
Startpunt van de tandontwikkeling
Zara Smets 4