Informatie Brightspace
Kennisclip: pand en hypotheek tot zekerheid voor toekomstige
vorderingen
Art. 3:231 kan van toepassing zijn op hypotheek en pand.
Art. 3:231:
- Een recht van pand of hypotheek kan zowel voor een bestaande als voor
een toekomstige vordering worden gevestigd.
- De vordering kan op naam, aan order of aan toonder luiden.
- Zij kan zowel een vordering op de pand- of hypotheekgever zelf als een
vordering op een ander zijn.
Toekomstige goederen:
- Kunnen absoluut (bestaan nog niet) en relatieve (bestaan al wel maar nog
niet in zijn vermogen) toekomstige goederen zijn.
,Een pandrecht kan ook gevestigd worden OP toekomstige goederen:
Samenvattend:
Hypotheekrecht
Hypotheek is een belangrijk kredietinstrument. Een bank die geld uitleent aan
een natuurlijk persoon of een rechtspersoon bedingt als voorwaarde dat
zekerheid wordt gesteld voor de terugbetaling. Die zekerheid wordt bij voorkeur
gevestigd op een registergoed uit het vermogen van de kredietnemer in de vorm
van een recht van hypotheek.
,College 9 juni: introductiecollege deel 3
De beperkte rechten in het BW
- Boek 3:
Pandrecht = zekerheidsrecht
Hypotheekrecht = zekerheidsrecht
Vruchtgebruik = genotsrecht
- Boek 5
Erfdienstbaarheiden = genotsrecht
Erfpacht = genotsrecht
Opstalrecht = genotsrecht
- Gesloten stelsel (=numerus clausus)
Waarom zijn de 6 beperkte rechten verdeeld over 2 verschillende boeken v.h.
BW?
Boek 3 ziet op goederen (kunnen gevestigd worden op zaken en
vermogensrechten) en boek 5 ziet op zakelijke rechten (kun je dus alleen
vestigen op zaken).
Ieder beperkt recht geeft een bepaalde bevoegdheid aan de beperkt gerechtigde.
De zekerheidsrechten
- Art. 3:227 lid 1 BW
- Vestig je altijd tot zekerheid van terugbetaling van een vordering.
- Op registergoederen: kan alleen een hypotheek gevestigd worden.
- Op niet- registergoederen: een pandrecht.
- Een zekerheidsrecht wordt dus gevestigd om zekerheid te geven over de
terugbetaling van een geldsom (= een vordering).
Voorbeelden registergoederen art. 3:10
- Onroerende zaken
- Beperkte rechten op onroerende aken
- Teboekgestelde schepen
- Teboekgestelde luchtvaartuigen
- Appartementsrecht
Hoe vestig je een zekerheidsrecht?
Art. 3:98 = schakelbepaling: de vestigingsvereistenen voor het vestigen van een
beperkt recht zijn dezelfde als gelden voor overdracht v.h. goed waarop het
beperkte recht rust.
Vereisten voor overdracht (en dus vestiging)
- Art. 3:83: het goed waarop het beperkte recht gevestigd wordt dient
overdraagbaar te zijn.
- Art. 3:84:
1. Geldige titel: ovk tot vestigen v.h. zekerheidsrecht
2. Beschikkingsbevoegdheid: degene die het zekerheidsrecht vestigt
dient gerechtigd te zijn tot het goed.
3. Vestigingshandeling: pandrecht? Hypotheekrecht?
Vestiging hypotheekrecht
- Een hypotheekrecht wordt gevestigd op een registergoed.
-
, - Art. 3:89 lid 1 bepaalt voor de levering van een registergoed:
De voor overdracht van onroerende zaken vereiste levering geschiedt door
een daartoe bestemde, tussen partijen opgemaakte notariële akte,
gevolgd door de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare
registers. Zowel de verkrijger als de vervreemder kan de akte doen
inschrijven.
- Lid 4 bepaalt: het in dit artikel bepaalde vindt overeenkomstige toepassing
op de levering vereist voor de overdracht van andere registergoederen.
- Art. 3:260 lid 1: geeft een lex specialis t.a.v. de vestiging v.h.
hypotheekrecht: de akte moet bepaalde dingen bevatten.
Vereisten voor vestiging van een hypotheekrecht
1. Art. 3:83: het goed waarop het beperkte recht gevestigd wordt, dient
overdraagbaar te zijn.
2. Art. 3:84
1) Geldige titel: ovk tot vestiging v.h. zekerheidsrecht.
2) Beschikkingsbevoegdheid: degene die het zekerheidsrecht vestigt
dient gerechtigd te zijn tot het goed.
3) Vestigingshandeling hypotheekrecht: art. 3:260 lid 1: notariële akte
en inschrijving ervan in de openbare registers.
Vereisten voor vestiging van een pandrecht
1. Art. 3:98
2. Art. 3:83: het goed waarop het beperkte recht gevestigd wordt, dient
overdraagbaar te zijn.
3. Art. 3:84
1) Geldige titel: ovk tot vestiging v.h. pandrecht.
2) Beschikkingsbevoegdheid: degene die het pandrecht vestigt dient
eigenaar te zijn v.d. roerende zaak.
3) Vestigingshandeling: hangt af v.h. goed waarop het pandrecht
wordt gevestigd en van welk pandrecht er sprake is.
Vestigen pandrecht op een roerende zaak
- Op roerende zaken
a. Vuistpand art. 3:236 lid 1
o Door de zaak te brengen in de macht v.d. pandhouder.
o Degene die het pandrecht vestigt = de pandgever.
o Degene die het pandrecht als zekerheidsrecht verkrijgt = de
pandhouder (veelal de bank).
b. Vuistloos pandrecht (ook: stil pandrecht) art. 3:237 lid 1
o Bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte.
Vestiging pandrecht op een vordering
- ook hier zijn 2 verschillende soorten pandrechten
a. openbaar pandrecht (medegedeelde pandrecht)
o art. 3:236 lid 2 jo. 3:94
o art. 3:236 lid 2: op andere goederen wordt pandrechtrecht
gevestigd op overeenkomstige wijze als voor de levering v.h. te
verpanden goed is bepaald.
o Art. 3:94 (leveren vordering): buiten de in het vorige artikel
geregelde gevallen worden tegen een of meer bepaalde