Informatie Brightspace
Gemeenschap art. 3:166 BW
- Een goed kan aan meerdere rechthebbenden gezamenlijk toebehoren: dan
is er sprake van gemeenschap art. 3:166 BW.
,Literatuur
W.H. van Boom, Goederen- en zekerhedenrecht, Den Haag: Boom
juridisch 2023, hoofdstuk 7 en 13 en paragraaf 34.1 en 34.2 van
hoofdstuk 34.
Hoofdstuk 7: verkrijging in het algemeen
Derivatieve verkrijging (afgeleide verkrijging)
- = sprake van opvolging in het recht v.d. voorganger; dat wat de verkrijger
krijgt, ontstaat niet nieuw bij hem maar is overgegaan v,d. voorganger op
de verkrijger.
- Zo is de overdracht van een goed, waarbij de rechtsvoorganger het goed
doet overgaan op de verkrijger o.g.v. een titel (3:84 lid 1), het prototype
van derivatieve verkrijging.
- Degene die overgedragen krijgt, ontleent zijn goederenrechtelijke positie
aan zijn voorganger en kan daarom ib niet meer krijgen dan zijn
voorganger had (nemo plus).
Originaire verkrijging
- Vindt geen opvolging plaats in het recht v.d. voorganger.
- De verkrijger is de originaire verkrijger, de eerste verkrijger van het recht.
- Bijv. als een nieuw goed ontstaat of wordt gecreëerd of als het
goederenrechtelijke leven v.h. oude goed eindigt omdat het opgaat in een
ander goed.
- Het nemo plus-beginsel passen we dus niet toe bij originaire verkrijging.
De originaire wijzen van verkrijging:
1. Eigendomsverkrijging door inbezitneming (occupatie) van een res nullius
(art. 5:4)
2. Verkrijging door vinderschap (art. 5:5-5:12)
3. Schatvinding (art. 5:13)
4. Vruchttrekking (art. 5:1 lid 3 en art. 5:17)
5. Afscheiding en verkrijging van een vorderingsrecht die ontstaat uit een
verbintenis
6. Bestanddeelvorming
7. Natrekking
8. Zaaksvorming
Art. 3:80 lid 1: men kan goederen onder algemene en bijzondere titel verkrijgen
- Lid 2: gevallen van verkrijging onder algemene titel.
- Lid 3: gevallen van verkrijging onder bijzondere titel.
,Verkrijging onder algemene titel
- De opvolging onder algemene titel volgt op in de goederen en de schulden
v.d. voorganger en stapt dus volledig in dienst vermogensrechtelijke
schoenen.
- Bij. Erfopvolging: de erfgenamen volgen de erflater in
vermogensrechtelijke zin ‘met huid en haar’ op art. 4:182 BW.
- Ment noemt de opvolging onder algemene titel door erfopvolgers ook wel
het beginsel v.d. saisine.
Art. 6:249: bepaalt dat de rechtsgevolgen van een ovk ib mede gelden voor de
rechtverkrijgenden onder algemene titel. Dat is bijv. anders als de ovk een strikt
persoonlijke prestatie betreft en dus eindigt met de dood v.d. schuldenaar (bijv.
7:409 lid 1, 7:674 lid 1).
Fusie art. 2:309
- Worden de vermogens v.d. fuserende rechtspersonen samengevoegd in 1
verkrijgende rechtspersoon.
- De aandelen in de verdwijnende rechtspersoon worden vervangen door
aandelen in de verkrijgende rechtspersoon (2:311 lid 2) en eventuele
beperkte rechten op die verdwijnende aandelen worden vervangen door
nieuwe beperkte rechten op de nieuwe aandelen (2:319)
Afsplitsing van een rechtspersoon art. 2:308
- Ofwel sprake is van afsplitsing of een zuivere splitsing.
- Afsplitsing: blijft de oude rechtspersoon bestaan.
- Zuivere splitsing: 1 verdwijnende rechtspersoon wordt vervangen door 2 of
meer rechtsopvolgers.
Art. 3:84 lid 1: de overdracht is het rechtsgevolg van een levering o.g.v. een
geldige titel verricht door een beschikkingsbevoegde. Het is de verkrijging van
een goed o.g.v. een levering.
, Manieren waarop een goed tenietgaat en waarop een goed op originaire wijze
wordt verkregen:
1. Vermenging
2. Zaaksvorming
3. Bestanddeelvorming
4. Natrekking.
Vermenging (commixtio)
- Doet zich voor wanneer 2 hoeveelheden van een substantie met elkaar in
aanraking komen en er daardoor slechts 1 hoeveelheid overblijft en de 2
oorspronkelijke hoeveelheden ophouden te bestaan.
- De regeling kan worden toegepast op alle niet individualiseerbare zaken,
dus ook op vermenging van granen, aardappelen en meel.
- Via de schakelbepaling van art. 5:15 worden de regels van art. 5:14
toegepast.
- Art. 5:14 lid 3: geeft 2 regels om te bepalen of er een hoofdzaak is:
1. De zaak die de waarde v.d. andere zaak aannemelijk overtreft is de
hoofdzaak.
2. De zaak die naar verkeersopvattingen als hoofdzaak wordt aangemerkt,
is de hoofdzaak.
- Bij vermenging van gelijksoortige zaken geeft de verkeersopvatting geen
bruikbaar criterium en daarom kan bij dat soort vermenging alleen van een
hoofdzaak worden gesproken als de waarde v.d. ene zaak die v.d. ander
‘aanmerkelijk overtreft’. Bijv. een grote tank olijfolie v.d. ene eigenaar
vermengend met de olijfolie van een andere eigenaar.
HR: Zalco I
- Indien sprake is van vermenging van 2 of meer roerende zaken, dient de
vraagt of een hoofdzaak kan worden aangewezen te worden beantwoord
a.d.h.v. de criteria van art. 5:14 lid 3.
Volgens die criteria kan een hoofdzaak worden aangewezen indien de
waarde van 1 van de zaken die van de andere aanmerkelijk overtreft of
indien 1 van de zaken volgens verkeersopvattingen als hoofdzaak kan
worden beschouwd.
- Betreft gevallen van vermenging van gelijksoortige zaken waar geen
hoofdzaak kan worden aangewezen. De regel uit het arrest geldt niet als 2
zaken vermengen waarvan er 1 hoofdzaak is. Als er geen hoofdzaak is aan
te wijzen, dan ontstaat bij vermenging van zaken die aan verschillende
eigenaren toebehoren, mede-eigendom. Art. 5:15 jo. 5:14 lid 2