Lichamelijke en motorisch Waarneming & cognitie Sociale & persoonlijkheidsontwikkeling
Babytijd Slaap 2/3 van de tijd Waarneming: Sociaal: huilen als primitief
adualisme (geen object-subject communicatiemiddel
splitsing): zintuigelijk egocentrisme
-> chaos aan gewaarwordingen
zonder te beseffen dat die verwijzen
naar een externe werkelijkheid
1 jaar = 75 cm, 10 kg Waarneming: Sociaal: pasgeborene als asociaal wezen;
goed ontwikkelde zintuigen: tastzin, wel sociale gerichtheid (voorkeur voor
smaak, reuk en gehoor menselijks stem, huidcontact, menselijk
gezicht, geur van moeder)
6 gedragstoestanden: Zicht: Sociaal: appèl op volwassenen (huilen,
Rustige slaap, actieve slaap, -2m: bewust kijken naar gezichten + vertederend gezicht, zintuigelijke reacties
slaperigheid, actief wakker, kleurperceptie van volwassenen van pasgeborene)
huilen -3m: exploreren en geheel maken
-6m: vergelijkbaar met volwassenen
Reflexen: blijvende Leervermogen: Persoonlijkheid: beperkte gevoelswereld
(pupilreflex, zuigreflex, -habituatie (rustig en tevreden of onrustig/pijn en
schrikreflex, buigreflex, -conditionering huilen)
knipperreflex) en -sociaal leren – algemene reactie – glimlach is solitaire glimlach (aangenaam
voorbijgaande (zoekreflex, patroon gevoel), nog geen sociale glimlach
grijpreflex, babinsky-reflex, -objectpermanentie (8-12m)
zwemreflex, moro-reflex, -a niet b fout
kruipreflex, stapreflex) Taal: prelinguale periode Behoeften van baby:
Huilen -> vocaliseren -> vocaal spel - -hechtingsdrang
> brabbelen -exploratiedrang
-functiespel
Sensomotorische periode van Piaget 2 gemoedstoestanden: huilen en snoezen
Piaget: 1: 0-1 maand: Sociaal: sociale glimlach (6-8 weken):
ongecoördineerde reflexen -> interactief en wordt versterkt door
aangeboren sensomotorische bevestiging, geen onderscheid in personen.
reacties (intersensoriële coördinatie)
2 ontwikkelingslijnen: Piaget: 2: 1-4 maanden: primaire Sociaal:
cefalocaudale (boven naar circulaire reacties -> herhalen van -vreemdenangst (climax bij 8 maanden):
beneden) en proximodistale een gedrag om de ermee panisch reageren op onbekende gezichten
(dichtbij naar uiteinden) samenhangende -scheidingsangst (parallel aan
lichaamsgewaarwordingen weer op vreemdenangst): panisch reageren als
te roepen, omdat het leuk is vertrouwde personen weg gaan
, Kijkstadium (0-3): Piaget: 3: 4-8 maanden: secundaire Sociaal: hechtingstheorie (John Bowlby,
-eerste dagen 20cm + hoek circulaire reacties -> herhalen van 1969): -voorhechtingsfase (0-3m); 4 fasen:
van 45° een gedrag om de effecten die dat beginnende gehechtheid (2-6/8 maand);
-6w: 90° teweegbrengt in de buitenwereld feitelijke gehechtheid (6m-2,5j) en
-3m: hele gezichtsveld weer op te roepen doelgecorrigeerde partnerschap (door
sensitieve responsiviteit)
Grijpstadium (3-6): Piaget: 4: 8-12 maanden: Persoonlijkheid:
Reiken -> rijfgreep -> intentioneel handelen -> gekend -differentiatie in gevoelsleven:
handgreep -> schaargreep -> gedrag gebruiken in en nieuwe begeestering, angsten, boosheid
pincetgreep -> tanggreep situatie om een beoogd effect mee te
Zitstadium (6-9): bereiken Gehechtheidspatronen:
Hoofd optillen -> -veilige hechting
bovenlichaam optillen -> kort -angstige/vermijdende hechting
blijven zitten -> van lig naar -angstige/afwerende hechting
zit houding -> stevig zitten -gedesorganiseerde hechting
Kruipstadium (9-12): Toenemend belang sociaal contact:
Hoofd optillen -> op -gedeelde aandacht
onderarmen steunen -> op -sociaal referentiegedrag
handen steunen -> vooruit -> still face experiment
slepen -> kruipbewegingen -
> kruipen
Peutertijd Loopstadium (12-15) Piaget: 5: 12-18 maanden: tertiaire Sociaal: separatie- en individuatiefase
circulaire reacties -> variaties (Margaret Mahler, 1975 - maand 6 tot 2,5
3 jaar: 95 cm, 15 kg
uitproberen in het gedrag met het jaar): loskomen van symbiotische relatie
oog op het tevoorschijn roepen van (verlengstuk van zichzelf): tot besef komen
nieuwe effecten (actief van individualiteit -> consolidatie van de
experimenteergedrag) individualiteit (psychische nabijheid >
Grove motoriek: lopen, Piaget: 6: 18-24 maanden: mentale fysieke samenzijn)
speelgoed voortduwen, voorstellingen (geïnterioriseerde - ‘ont-hechten’ (als het fout loopt:
loopfietsje, achteruitlopen, tertiaire circulaire reacties) -> bodemloosheid of symbiotische ouder-
springen, rennen, op de innerlijke beelden (herinneringen) kindrelatie)
tenen staan gebruiken om een bepaald effect te - cirkel van veiligheid en vertrouwen
bereiken (inwendig experimenteren)
Fijne motoriek: grote blokken Relatief equilibrium (1,5 j): Sociaal: beginnende interesse voor
stapelen, grote kralen rijgen, assimilatie en accomodatie zijn in leeftijdgenoten: nog niet samenspelen, wel
bladzijden van een boek evenwicht: parallelspel (graag bij elkaar spelen)
omdraaien, zelfstandig -stabiel wereldbeeld (geen adualisme
drinken en eten, eenvoudige meer) met orthoscopisch waarnemen
kledij aantrekken (jas) en gevestigde objectpermanentie
Babytijd Slaap 2/3 van de tijd Waarneming: Sociaal: huilen als primitief
adualisme (geen object-subject communicatiemiddel
splitsing): zintuigelijk egocentrisme
-> chaos aan gewaarwordingen
zonder te beseffen dat die verwijzen
naar een externe werkelijkheid
1 jaar = 75 cm, 10 kg Waarneming: Sociaal: pasgeborene als asociaal wezen;
goed ontwikkelde zintuigen: tastzin, wel sociale gerichtheid (voorkeur voor
smaak, reuk en gehoor menselijks stem, huidcontact, menselijk
gezicht, geur van moeder)
6 gedragstoestanden: Zicht: Sociaal: appèl op volwassenen (huilen,
Rustige slaap, actieve slaap, -2m: bewust kijken naar gezichten + vertederend gezicht, zintuigelijke reacties
slaperigheid, actief wakker, kleurperceptie van volwassenen van pasgeborene)
huilen -3m: exploreren en geheel maken
-6m: vergelijkbaar met volwassenen
Reflexen: blijvende Leervermogen: Persoonlijkheid: beperkte gevoelswereld
(pupilreflex, zuigreflex, -habituatie (rustig en tevreden of onrustig/pijn en
schrikreflex, buigreflex, -conditionering huilen)
knipperreflex) en -sociaal leren – algemene reactie – glimlach is solitaire glimlach (aangenaam
voorbijgaande (zoekreflex, patroon gevoel), nog geen sociale glimlach
grijpreflex, babinsky-reflex, -objectpermanentie (8-12m)
zwemreflex, moro-reflex, -a niet b fout
kruipreflex, stapreflex) Taal: prelinguale periode Behoeften van baby:
Huilen -> vocaliseren -> vocaal spel - -hechtingsdrang
> brabbelen -exploratiedrang
-functiespel
Sensomotorische periode van Piaget 2 gemoedstoestanden: huilen en snoezen
Piaget: 1: 0-1 maand: Sociaal: sociale glimlach (6-8 weken):
ongecoördineerde reflexen -> interactief en wordt versterkt door
aangeboren sensomotorische bevestiging, geen onderscheid in personen.
reacties (intersensoriële coördinatie)
2 ontwikkelingslijnen: Piaget: 2: 1-4 maanden: primaire Sociaal:
cefalocaudale (boven naar circulaire reacties -> herhalen van -vreemdenangst (climax bij 8 maanden):
beneden) en proximodistale een gedrag om de ermee panisch reageren op onbekende gezichten
(dichtbij naar uiteinden) samenhangende -scheidingsangst (parallel aan
lichaamsgewaarwordingen weer op vreemdenangst): panisch reageren als
te roepen, omdat het leuk is vertrouwde personen weg gaan
, Kijkstadium (0-3): Piaget: 3: 4-8 maanden: secundaire Sociaal: hechtingstheorie (John Bowlby,
-eerste dagen 20cm + hoek circulaire reacties -> herhalen van 1969): -voorhechtingsfase (0-3m); 4 fasen:
van 45° een gedrag om de effecten die dat beginnende gehechtheid (2-6/8 maand);
-6w: 90° teweegbrengt in de buitenwereld feitelijke gehechtheid (6m-2,5j) en
-3m: hele gezichtsveld weer op te roepen doelgecorrigeerde partnerschap (door
sensitieve responsiviteit)
Grijpstadium (3-6): Piaget: 4: 8-12 maanden: Persoonlijkheid:
Reiken -> rijfgreep -> intentioneel handelen -> gekend -differentiatie in gevoelsleven:
handgreep -> schaargreep -> gedrag gebruiken in en nieuwe begeestering, angsten, boosheid
pincetgreep -> tanggreep situatie om een beoogd effect mee te
Zitstadium (6-9): bereiken Gehechtheidspatronen:
Hoofd optillen -> -veilige hechting
bovenlichaam optillen -> kort -angstige/vermijdende hechting
blijven zitten -> van lig naar -angstige/afwerende hechting
zit houding -> stevig zitten -gedesorganiseerde hechting
Kruipstadium (9-12): Toenemend belang sociaal contact:
Hoofd optillen -> op -gedeelde aandacht
onderarmen steunen -> op -sociaal referentiegedrag
handen steunen -> vooruit -> still face experiment
slepen -> kruipbewegingen -
> kruipen
Peutertijd Loopstadium (12-15) Piaget: 5: 12-18 maanden: tertiaire Sociaal: separatie- en individuatiefase
circulaire reacties -> variaties (Margaret Mahler, 1975 - maand 6 tot 2,5
3 jaar: 95 cm, 15 kg
uitproberen in het gedrag met het jaar): loskomen van symbiotische relatie
oog op het tevoorschijn roepen van (verlengstuk van zichzelf): tot besef komen
nieuwe effecten (actief van individualiteit -> consolidatie van de
experimenteergedrag) individualiteit (psychische nabijheid >
Grove motoriek: lopen, Piaget: 6: 18-24 maanden: mentale fysieke samenzijn)
speelgoed voortduwen, voorstellingen (geïnterioriseerde - ‘ont-hechten’ (als het fout loopt:
loopfietsje, achteruitlopen, tertiaire circulaire reacties) -> bodemloosheid of symbiotische ouder-
springen, rennen, op de innerlijke beelden (herinneringen) kindrelatie)
tenen staan gebruiken om een bepaald effect te - cirkel van veiligheid en vertrouwen
bereiken (inwendig experimenteren)
Fijne motoriek: grote blokken Relatief equilibrium (1,5 j): Sociaal: beginnende interesse voor
stapelen, grote kralen rijgen, assimilatie en accomodatie zijn in leeftijdgenoten: nog niet samenspelen, wel
bladzijden van een boek evenwicht: parallelspel (graag bij elkaar spelen)
omdraaien, zelfstandig -stabiel wereldbeeld (geen adualisme
drinken en eten, eenvoudige meer) met orthoscopisch waarnemen
kledij aantrekken (jas) en gevestigde objectpermanentie