Deel 1: inleiding in de psychodiagnostiek..................................................................................3
1. Situering en begrippenkader............................................................................................... 3
1.1. Psychodiagnostiek en het gebruik van psychologische instrumenten..........................3
1.2. Psychodiagnostiek als kritisch denkproces...................................................................4
1.3. Psychodiagnostiek als proces met verschillende doelstellingen...................................4
2. Het belang van het psychodiagnostisch denkproces..........................................................5
2.1. Alledaags impliciet diagnosticeren............................................................................... 5
2.2. Foutenbronnen en hun oorzaken.................................................................................. 5
2.3. Expliciet diagnosticeren als oplossing..........................................................................6
3. Het belang van psychodiagnostiek in de samenleving.......................................................8
3.1. De geschiedenis van psychodiagnostiek in vogelvlucht...............................................8
3.2. Waarom is psychodiagnostiek belangrijk?....................................................................8
Deel 2: het psychodiagnostisch procesmodel............................................................................9
1. Het psychodiagnostisch procesmodel voor psychologische hulpverlening.........................9
1.1. Inleiding........................................................................................................................ 9
1.2. Uitgangspunten van het psychodiagnostisch procesmodel........................................10
1.3. Psychodiagnostisch handelen en psychodiagnostisch denken...................................11
1.4. Fasen van het psychodiagnostisch procesmodel........................................................12
1.5. Psychodiagnostiek ontcijferd...................................................................................... 21
2. Het psychodiagnostisch procesmodel voor selectie..........................................................21
2.1. Waarom is er een psychodiagnostisch procesmodel voor selectie?............................21
2.2. Fasen van het psychodiagnostisch procesmodel voor selectie...................................22
2.3. Selectiediagnostiek in de praktijk............................................................................... 28
Deel 3: testscores van A tot Z.................................................................................................. 29
1. Interpretatie van testresultaten........................................................................................ 29
1.1. Ruwe score................................................................................................................. 29
1.2. Concepten uit de psychodiagnostische statistiek.......................................................30
2. Normscores....................................................................................................................... 31
2.1. Percentielen................................................................................................................ 32
2.2. Z-scores...................................................................................................................... 33
2.3. Normscores afgeleid van z-scores.............................................................................. 34
2.4. Stanines of c-scores.................................................................................................... 36
2.5. Samenvatting normscores en varianten.....................................................................37
3. Betrouwbaarheidsintervallen............................................................................................ 37
3.1. Betrouwbaarheid........................................................................................................ 37
3.2. Meetfouten & standaardmeetfout..............................................................................37
1
, 3.3. Betrouwbaarheidsintervallen...................................................................................... 38
4. Testresultaten interpreteren.............................................................................................. 39
4.1. Stap 1: ruwe score naar normscore............................................................................40
4.2. Stap 2: bepaal de s(e), eigen aan de (norm)scoreù....................................................40
4.3. Stap 3: bepaal de halve breedte van het BI................................................................41
4.4. Stap 4: bereken BI rond de normscore.......................................................................41
4.5. Stap 5: interpreteer mét vermelding normgroep........................................................41
Deel 4: kwaliteitsbeoordeling van testinstrumenten................................................................42
1. Waar vind je informatie over de kwaliteit van testinstrumenten?.....................................42
2. Welke zijn de kwaliteitscriteria voor testinstrumenten?....................................................42
3. Kwaliteitscriterium ‘betrouwbaarheid’.............................................................................. 43
3.1. Wat wordt eigenlijk bedoeld met ‘betrouwbaarheid’?.................................................43
3.2. Theoretische benadering van betrouwbaarheid.........................................................44
3.3. Soorten methoden van betrouwbaarheidsonderzoek.................................................45
3.4. Wat beïnvloedt de betrouwbaarheid van een testinstrument?...................................47
3.5. Wanneer is de betrouwbaarheid van een testinstrument hoog genoeg?....................48
4. Kwaliteitscriterium ‘validiteit’........................................................................................... 48
4.1. Wat wordt eigenlijk bedoeld met ‘validiteit’?..............................................................48
4.2. Validiteit als kwaliteitsvriterium in de psychodiagnostiek..........................................49
4.3. Andere soorten validiteit............................................................................................ 50
4.4. Wanneer is de validiteit van een testinstrument hoog genoeg?.................................51
4.5. Wat is nu het onderscheid tussen betrouwbaarheid en validiteit?..............................51
5. Kwaliteitscriterium ‘normen’............................................................................................. 52
5.1. Van ruwe scores naar normscores.............................................................................. 52
5.2. Een normgerichte interpretatie van testscores..........................................................52
5.3. Een domeingerichte interpretatie van testscores.......................................................54
5.4. Een criteriumgerichte interpretatie van testscores....................................................54
5.5. Houdbaarheidsdatum van normen.............................................................................55
5.6. Gebruik van normen in de praktijk............................................................................. 55
6. Kwaliteitscriterium ‘testfairness’....................................................................................... 56
2
,Deel 1: inleiding in de
psychodiagnostiek
1.Situering en begrippenkader
1.1. Psychodiagnostiek en het gebruik van psychologische instrumenten
Psychologische evaluatie of assessment -> kern van het begrijpen en begeleiden van
menselijk gedrag in de diverse psychologische werkvelden
Definitie: Het proces waarbij gestandaardiseerde metingen en observatietechnieken worden
toegepast om cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en emotioneel functioneren te
evalueren.
Verzamelen en analyseren van verzamelende gegevens
Professionele testgebruiker -> een brede waaier aan schalen en lijsten te gebruiken om
verschillende aspecten van het psychische functioneren in kaart te brengen
Psychologische instrumenten -> cognitieve vaardigheden en intellectueel vermogen meten ->
moet je voor getraind zijn:
Zelfrapportagetests: vragenlijsten of interviews waarin individuen vragen over zichzelf
beantwoorden.
o Klachtenlijst
Prestatietests: tests waarbij individuen specifieke taken uitvoeren, zoals puzzels oplossen
of geheugen-oefeningen doen.
o Woorden laten onthouden
Projectieve tests: tests die dubbelzinnige stimuli gebruiken om onderliggende gedachten
en gevoelens te onthullen.
o Via een tekening een gesprek starten
Situationel judgment: realistische scenario's waarbij individuen het meest geschikte
antwoord moeten kiezen.
o Iemand een scenario voorleggen
Correct en professioneel gebruiken door een gekwalificeerde en opgeleide professional.
Ook de interpretatie moet gedaan worden met de juiste testconstructie en -administratie
o Kwalificatie: testuitgeverijen voorzien een eigen kwalificatietabel -> verschillende
competentieniveaus van de testgebruiker -> minimale vereiste
In Vlaanderen is er nog geen systeem van kwalificatieniveaus van de testgebruiker -
> onduidelijk wie wat welk instrument mag afnemen
o Beperkingen:
Het beoordeelt vaak maar 1 aspect van het functioneren van de mens -> onmogelijk
om menselijke functioneren in al zijn complexiteit volledig te vatten
Testresultaten worden beïnvloed door verschillende factoren: taal, cultuur, SES ->
hou rekening bij het interpreteren en maak altijd nog gebruik van andere
infobronnen (integratie)
Psychodiagnostiek is niet:
Louter gebruik van instrumenten
Louter testgebruiker
Het is een kritisch denkproces
3
, 1.2. Psychodiagnostiek als kritisch denkproces
Nadruk is de laatste jaren meer gaan liggen op het kritische denkvermogen -> vereist veel
psychologisch inzicht, observatievermogen en gesprekstechnieken
Vermogen om buiten de context te observeren en interpreteren is heel belangrijk
Enkel wanneer je voldoende geoefend bent als kritisch denker zal je in staat zijn om
resultaten kwaliteitsvol en contextueel te interpreteren met oog voor betrouwbaarheid &
validiteit
Goede hypothesevorming is afhankelijk van je kritische denkvermogen
Er zijn verschillende modellen om het kritische denkproces te stroomlijnen -> in staat om op
een gefundeerde manier tot hypothesen te komen en deze vervolgens te toetsen -> ze
bewapenen ook tegen de denkfouten
1.3. Psychodiagnostiek als proces met verschillende doelstellingen
Rol van als psychodiagnosticus wordt steeds stapsgewijs doorlopen -> psychodiagnostisch
proces:
Psychodiagnostisch onderzoek is geen eenmalige gebeurtenis -> het is een dynamisch
gegeven dat in de loop van de tijd plaatsvindt en beroep doet op meerdere infobronnen en
meerdere stadia van gegevensverzameling, integratie en interpretatie
o Onmogelijk om de complexiteit van een persoon en diens functioneren te doorgronden
door 1 bepaald moment met 1 instrument
o Het eindigt niet na een meting, integratie en interpretatie -> wordt nog gevolgd door
een overkoepelde analyse van de verzamelende resultaten en het opstellen van een
rapport
Rapport -> gebruikt om beslissingen te maken, passende interventies te ontwerpen en/of
bestaande behandelingen te evalueren
Doelstellingen -> psychodiagnostiek wordt ingezet in:
Het kader van diagnosestelling: Classificeren van psychische stoornissen en aandoeningen
Voor behandelingsplannen: Identificeren van sterke en zwakke punten voor gerichte
interventies
Voor het in kaart brengen van vaardigheden en competenties
Voor begeleiding en coaching: Ondersteunen bij school- of arbeidsloopbaan door
identificatie van interesses
Psychodiagnostisch onderzoek kan op verschillende manieren een meerwaarde opleveren
en kan op verschillende momenten worden ingezet
Klinische psychologie: Is er sprake van een stoornis (bv. ASS)? Wat is de draagkracht van
deze cliënt?
School- en pedagogische psychologie: Is er sprake van een problematische gezinssituatie?
Is deze leerling hoogbegaafd?
Arbeids- en organisatiepsychologie: Voldoet een sollicitant aan de functie-eisen? Ervaren
medewerkers te veel stress? Zo ja, waarom?
Kwaliteitsvol psychodiagnostisch onderzoek:
Integratie van verschillende infobronnen
Gebruik van meerdere methoden
Doorheen een tijd een binnen verschillende fasen
Bewust en kritisch denkkader gehanteerd
4