WHAT’S IN A NAME
Verschil tussen wetenschappelijke psychologie en psychologie die we kennen uit
dagelijkse leven.
Verschillende definities van psychologie, maar globaal: “de wetenschappelijke studie van
de mentale processen en van het gedrag.
Domein van de psychologie is heel breed, er zijn 48 disciplines volgens APA dit verklaart
de breedte van het begrip. Gemeenschappelijke factor van de disciplines? Gebruik van
methoden
JOUW KIJK?
Wat is eerste naam die bij je opkomt als je aan een psycholoog denkt? Wat doet een
psycholoog vooral? Wat bestudeert de psychologie volgens jou?
o Freud: clichebeeld. Is eigenlijk fysioloog. Theorie ging over het
onderbewustzijn. Psychologische analyse van Freud is niet evidence based.
Psychologische analyse? Afleiden van wetmatigheden uit klinische gevalstudies.
Freudprobleem: associatie die mensen maken tussen psychologie
en psychoanalyse.
Niet veel leden van APA baseren zich op psychoanalyse
Volgens psychologen zelf: Skinner meest invloedrijke psycholoog. Tegenpool van Freud.
We kunnen enkel gedrag bestuderen. Hij onderzocht hoe gedrag ontstaat op bepaalde
prikkels.
MYTHES EN MISVATTINGEN
Psychologen doen meer dan het behandelen van mentale stoornissen. Ook aandacht
voor positieve psychologie = het verbeteren van de mens, optimaliseren van
functioneren
o Vb. sportpsychologie: concentratieproblemen in match
Verschil tussen psycholoog en psychiatrie
o Pillen voorschrijven
o Psychiatrie vertrekt meer uit ziektebeeld van P
Kleine minderheid doet nog aan psychoanalyse van Freud
BELANG VAN KRITISCH DENKEN
Kritisch denken onderscheidt wetenschappelijke psychologie van vb. parapsychologie,
zelfhulpliteratuur = psychologische zelfhulpboeken (door bv. bekende Vlamingen),
receptkennis
= perfecte stappenplannetjes die je moet volgen om jezelf beter te voelen en die voor iedereen werken.
o Bem dacht dat hij toekomst kan voorspellen → niet waar
FREUD EN PSYCHOLOGIE
Het Freud probleem
= de associatie van psychologie met de psychoanalyse
o Iedereen associeert Freud met psychologie, terwijl hij eigenlijk geen psycholoog is
(maar psychiater en arts). Minder dan 10% van de APA onderschrijft de ideeën
van Freud en nog minder die van Jung.
o Maar als men aan het brede publiek zou vragen of ze een psycholoog kennen, is
hun antwoord vaak Freud.
(zie HB)
,EEN BEKNOPT HISTORISCH OVERZICHT
Jonge wetenschappelijke discipline
o Oprichting van het eerste laboratorium voor experimentele psychologie in 1879 in
Leipzig door Wilhelm Wundt wordt meestal als het begin van de geschiedenis van de
psychologie als wetenschappelijke discipline gezien
Wetenschappelijke psychologie heeft wortels in filosofie en fysiologie
Historisch 2 strekkingen:
o Rationalisme:
ratio is enig toelaatbaar criterium voor geldige kennis, dualistische houding: lichaam
en geest gescheiden.
o Empirisme en associationisme:
kennis kan je verkrijgen door onbevooroordeelde zintuigelijke kennis.
→ heeft weg vrijgemaakt voor wetenschappelijke psychologie
Definitie van psychologie: wetenschappelijke studie van gedrag en van mentale processen
van individuen (we studeren wel sociale fenomenen, individu blijft wel studieobject. Bij
sociologie is groep studieobject) zowel intern (emoties bv.) als extern. En het is een breed
veld met veel specialismen.
Onderwerp van psychologie verandert doorheen geschiedenis
o Eerst experimenteel psychologen: het bewustzijn = onderwerp psycho.
o Eeuwwisseling: bestuderen van het onbewuste
o WOII: gedragswetenschap: behaviorisme: psychologie = achterhalen van verbanden tussen
stimulus en reactie
o 1960: opkomst computer → cognitieve psychologie
METHODOLOGISCHE EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
SYSTEMATISCH EMPIRISME
- Wetenschappelijke kennis wordt verzameld door middel van systematisch empirisme =
het systematisch waarnemen van de werkelijkheid
- Vertrekt van sensorische ervaringen en systematische observaties als onderzoeksgegevens.
Voordeel van systematisch empirisme: vertrouwt niet op gezagsargumenten. Wetenschappers
met aanzien werden vroeger beter geloofd.
VERIFIEERBARE KENNIS
- Kennis moet repliceerbaar zijn: Wanneer je iets gevonden hebt, moet je het op zo’n
manier opschrijven dat iedereen kan checken wat je gedaan hebt en dat iedereen je studie
kan nadoen en dezelfde resultaten vinden.
- Eis van repliceerbaarheid: zelfde procedure moet zelfde resultaten opleveren
- Hoe waken over repliceerbaarheid? Peer review: beoordeling door andere personen,
collega’s werkzaam in zelfde onderzoeksgebied
- Clarity first: duidelijk schrijven, geen
roman TOETSBARE THEORIEËN EN
UITSPRAKEN
- Enkel oplosbare problemen worden onderzocht = toetsbare theorieën
- Uitspraken moeten falsifieerbaar zijn: het moet mogelijk zijn om aan te tonen dat de
uitspraak foutief is
- Je moet in staat zijn om dat te weerleggen. Popper: stellingen moeten falsifieerbaar zijn. Vb.
alle zwanen zijn wit, om dit te bewijzen moet je zoeken naar een zwarte zwaan. Geen
bevestiging zoeken. Wel op zoek gaan naar tegenargumenten.
, - Vb. church of spaghetti monster. In Amerika kan je kiezen voor evolutietheorie of
creationisme. Wetenschappers kunnen daar niet mee lachen. Ze richtten spaghetti monster
op als protest. Dit is God, er is ook geen bewijs voor. Je kan religieuze uitspraken niet
weerleggen.
- Vb. syndroom van Tourette: vroeger niet falsifieerbaar nu wel
Wel of niet falsifieerbaar kan door de tijd veranderen:
- Door introductie van nieuwe statistische technieken
- Door uitvinding van nieuwe
visualisatietechnieken VAN KENNIS TOT
WETENSCHAPPELIJKE WET
Door die principes van hierboven: vindt wetenschappelijke revolutie plaats: gefalsifieerde hypothesen zijn
waardevol: door aanpassing van een theorie komt men dichter bij de werkelijkheid. Wanneer een relatie
tussen verschillende variabelen frequent geconfirmeerd (aanvaard) is, spreken we van een
wetenschappelijke wet.
ONDERZOEKSMETHODEN (7 TYPES)
Verschillende manieren waarop psychologen onderzoek verrichten
Verschillende manieren van indeling tussen onderzoeksmethoden
o Indeling op basis van onderscheid tussen positief wetenschappelijk
en geesteswetenschappelijke onderzoeksmethoden.
Positief wetenschappelijk: onderzoeksmethoden uit fysica staan model
staan en waarbij variabelen gemeten worden
Geesteswetenschappelijke methode = interpreterende methode
o 2e indeling: descriptieve en experimentele methoden
NATURALISTISCHE OBSERVATIE
- In real-life omgeving niet-gemanipuleerd gedrag observeren
o Vb. keuze voor trap of roltrap
- Nadeel: mensen kunnen hun gedrag wijzigen wanneer ze zich ervan bewust zijn
dat ze geobserveerd worden.
GEVALSTUDIES
- 1 persoon of 1 voorbeeld van een fenomeen wordt zeer gedetailleerd onderzocht
- Nadeel: moeilijk veralgemenen, daarom vindt Stanovitch Freuds psychoanalyse niet OK
- Soms heeft het nut: vb. casus Phineas Cage
o Was een goede man -> arbeidsongeval, staaf door hoofd -> genezen, maar
ander persoon: woede-uitbarstingen, relatie stopgezet
o Dit was oorzaak om na te gaan welke hersenonderdelen instaan voor
verschillende functies vb: frontale cortex -> inhibitie (rem) van het gedrag, deze
was doorboord: vandaar woede-uitbarstingen.
INTERVIEWS
- Op een directe manier respondenten bevragen
- Nadeel: moeilijk veralgemenen: heel moeilijk objectief hetzelfde meten: proberen neutrale
bevraging mogelijk maken
- Soms nodig om uitspraken te doen over heel subjectieve uitspraken
o Vb. Wat is coachgedrag van succesvolle coaches: Dit is een selectieve groep, er
bestaan er niet zo veel => dan is interview wel geschikt om onderzoek te verrichte
, SURVEYS
- Het verzamelen van een steekproef van opinies over 1 of meerdere onderwerpen op
basis waarvan de onderzoeker een besluit trekt over de hele populatie
- Meningen vragen via een aantal stellingen waarbij je bolletjes moet inkleuren
- Indirecte schriftelijke bevraging
- Steekproef van opinies, attitudes
- Open en gesloten vragen
o Belangrijk dat respondenten waarheidsgetrouw antwoorden: vragen over
seksuele activiteit zijn wat delicaat
TESTS
- Vereisten voor wetenschappelijke tests:
o Standaardisatie: test steeds op dezelfde manier afgenomen
o Betrouwbaar: nauwkeurig en resultaten veranderen niet ifv tijd
o Valide: test meet echt wat de test oorspronkelijk wou meten
- Gestandaardiseerde tests die bijvoorbeeld pijlen naar IǪ of motivatie
CORRELATIONEEL ONDERZOEK
- Onderzoeker bestudeert een steekproef, noteert karakteristieken van elk bestudeerd object
en gaat vervolgens na of er een verband is tussen die karakteristieken.
- De maat van de lineaire samenhang tussen 2 variabelen variërend tussen -1 en
+1: correlatiecoëfficiënt
- +1 = perfect lineair verband, ene waarde is voorspelbaar indien andere waarde gegeven: stijgende lijn =
positieve correlatie
o vb. temperatuur in graden Celsius en Kelvin
- -1 = perfect omgekeerd verband tussen 2 variabelen. Ene waarde is voorspelbaar indien
andere waarde gegeven, maar hoe hoger de gegeven waarde hoe lager de voorspelde
waarde zal zijn
o Dalende lijn: negatieve correlatie
- 0,0 = Nul correlatie: geen rechtlijnig verband. Kennis v ene variabele bevat geen info over
andere
o Vb. correlatie tussen intelligentie en uitslagen op unief = 0.25
BELANGRIJK
- Correlatie is niet causaliteit: Een variabele is niet de oorzaak van een ander variabel
o Vb. wanneer studie verband heeft gevonden, wordt het vaak als causaal verband
gezien, dit is niet juist. Vb: verband tussen blokkende studenten en score. Hoe meer
gsm bekijken hoe lager de punten. DUS aantal keer gsm oppakken is oorzaak van
lagere resultaten. Dit is niet juist. Misschien is concentratievermogen de oorzaak.
- Niet alle verbanden zijn lineair > bv ook U-vormig verband
o Hoe hoger het ene hoe hoger het andere
o Vb. spanning en presteren: Indien te weinig spanning, geen goeie focus, te veel
stress is ook niet goed, minder concentreren. Er is dus geen lineair verband
- 2 variabelen kunnen correleren, terwijl geen van de 2 variabelen oorzakelijk inwerkt op de
andere: een derde variabele zou een oorzakelijk effect kunnen hebben op beide variabelen,
die onderling weinig met elkaar te maken hebben
o Vb. onderzoek naar factoren die gebruik van anticonceptiva beïnvloeden.
Grootste factor bleek # elektrische apparaten: We kunnen niet afleiden dat gratis
elektrische materialen het probleem van tienerzwangerschappen zal oplossen. Er is
een derde variabele: levensstandaard.
- Correlatie kan gevolg zijn van een selecte steekproef
o Vb. genezingskansen voor verschillende verslavingsproblemen correleren negatief
met feit of iemand in therapie is geweest.