Biologie – thema 3: Interactie en Evolutie
Interacties tussen organismen
Interspecifiek: Tussen organismen van verschillende soorten
Intraspecifiek: Tussen organismen van dezelfde soort
Symbiose: Langdurige interacties waarbij minstens 1 van beide organismen
een voordeel ervaart.
Interspecifieke interacties
Effect op populatiegrootte
Positieve interacties: Populatiegrootte neemt toe
Negatieve interacties: Populatiegrootte neemt af
Neutraal Negatief Positief
Neutralisme (0/0) Predatie (-/+) Mutualisme (+/+)
echte predatie Coöperatie (+/+)
begrazing Commensalimse (+/0)
parasitoïsme (gastheer
sterft)
parasitisme
(gastheer sterft niet)
Amensalisme (-/0)
Competitie (-/-)
Cursief = symbiose
Parasitisme (symbiose)
Ectoparasieten: komen voor op de gastheer
Endoparsieten: komen voor in de gastheer
Microparasieten: leven in de cellen van de gastheer
Macroparasieten: groeien in of op het lichaam van de gastheer
Parasitaire planten
Obligate parasiet: parasiet heeft gastheer absoluut nodig om te overleven
o Holoparasiet: doen zelf niet aan fotosynthese (obligate parasiet)
Facultatieve parasiet: kan overleven zonder parasiet
o Halfparasiet: doen aan fotosynthese, parasiteren voor extra nutriënten
of water
Amensalisme
Antibiose: een interactie tussen organismen waarbij de ene soort de andere
soort schade berokkent of de groei remt, vaak door het produceren van stoffen
zoals toxines of antibiotica.
Asymmetrische concurrentie: de concurrente sterk verschillen in grootte of
intesiteit.
1
Interacties tussen organismen
Interspecifiek: Tussen organismen van verschillende soorten
Intraspecifiek: Tussen organismen van dezelfde soort
Symbiose: Langdurige interacties waarbij minstens 1 van beide organismen
een voordeel ervaart.
Interspecifieke interacties
Effect op populatiegrootte
Positieve interacties: Populatiegrootte neemt toe
Negatieve interacties: Populatiegrootte neemt af
Neutraal Negatief Positief
Neutralisme (0/0) Predatie (-/+) Mutualisme (+/+)
echte predatie Coöperatie (+/+)
begrazing Commensalimse (+/0)
parasitoïsme (gastheer
sterft)
parasitisme
(gastheer sterft niet)
Amensalisme (-/0)
Competitie (-/-)
Cursief = symbiose
Parasitisme (symbiose)
Ectoparasieten: komen voor op de gastheer
Endoparsieten: komen voor in de gastheer
Microparasieten: leven in de cellen van de gastheer
Macroparasieten: groeien in of op het lichaam van de gastheer
Parasitaire planten
Obligate parasiet: parasiet heeft gastheer absoluut nodig om te overleven
o Holoparasiet: doen zelf niet aan fotosynthese (obligate parasiet)
Facultatieve parasiet: kan overleven zonder parasiet
o Halfparasiet: doen aan fotosynthese, parasiteren voor extra nutriënten
of water
Amensalisme
Antibiose: een interactie tussen organismen waarbij de ene soort de andere
soort schade berokkent of de groei remt, vaak door het produceren van stoffen
zoals toxines of antibiotica.
Asymmetrische concurrentie: de concurrente sterk verschillen in grootte of
intesiteit.
1