Biologie – Thema 2: Populaties en ecologie
Populatiekenmerken
Levensgemeenschap
Levensgemeenschap: alle organismen die leven in hetzelfde ecosysteem
vormen samen de levensgemeenschap
Dominantiestatus: de impact op de levensgemeenschap
Sleutelsoort: regulerende functie in de levensgemeenschap
Populatiegrootte
Populatiegrootte: wordt bepaald door het aantal individuen in de populatie
• Positieve populatiegrootte: de populatiegrootte stijgt
• Negatieve populatiegrootte: de populatiegrootte daalt
Verschillende factoren beïnvloeden de populatiegrootte:
1. Hulpbronnen: nestplaatsen, water- of voedselbeschikbaarheid, …
2. Broedsucces: ratio geboortes/sterftes
3. Migratie: ratio immigratie/emigratie
4. Toevalsfactoren: weer, andere soorten, klimaatveranderingen, …
Verspreidingsgebied: het gebied waarin de populatie voorkomt
• Het verspreidingsgebied van een populatie kan veranderen
doorheen de tijd.
• Het verspreidingsgebied kan heel groot maar ook heel klein zijn
Populatiedichtheid
Populatiedichtheid: de hoeveelheid individuen per oppervlakte – eenheid
20/100m² 20/25m²
Lage Hoge
populatiedichtheid populatiedichtheid
Verschillende factoren beïnvloeden de populatiegrootte:
• Het trofische niveau (plaats in de voedselketen)
• Hoe hoger het niveau, hoe lager de dichtheid
1
, • Onderlinge concurrentie
• Hoe meer onderlinge concurrentie, hoe lager de dichtheid
• Afhankelijk van de levenswijze en de verspreiding van hulpbronnen
kennen soorten verschillende verspreidingspatronen.
Gegroepeerd Uniform Willekeurig
Populatiedynamiek
Draagkracht
Draagkracht: de maximale hoeveelheid organismen die in een ecosysteem
kunnen overleven en zich kunnen voortplanten
Nulgroei: geen groei en geen krimp is Crash: een zeer snelle afname omdat de
draagkracht en extreem overschrijding is
gekomen
• De draagkracht beïnvloed de biodiversiteit van een ecosysteem.
Veel Grotere Veel Stabieler
hulpbronne draagkrach biodiversite ecosystee
n t it m
Beperkte Lage Beperkte Gevoelig
hulpbronne draagkrach biodiversite ecosystee
n t it m
Dynamische evenwicht
• Populatiegroottes zijn dynamisch, ze
variëren doorheen de tijd rond een
gemiddelde waarde.
2
Populatiekenmerken
Levensgemeenschap
Levensgemeenschap: alle organismen die leven in hetzelfde ecosysteem
vormen samen de levensgemeenschap
Dominantiestatus: de impact op de levensgemeenschap
Sleutelsoort: regulerende functie in de levensgemeenschap
Populatiegrootte
Populatiegrootte: wordt bepaald door het aantal individuen in de populatie
• Positieve populatiegrootte: de populatiegrootte stijgt
• Negatieve populatiegrootte: de populatiegrootte daalt
Verschillende factoren beïnvloeden de populatiegrootte:
1. Hulpbronnen: nestplaatsen, water- of voedselbeschikbaarheid, …
2. Broedsucces: ratio geboortes/sterftes
3. Migratie: ratio immigratie/emigratie
4. Toevalsfactoren: weer, andere soorten, klimaatveranderingen, …
Verspreidingsgebied: het gebied waarin de populatie voorkomt
• Het verspreidingsgebied van een populatie kan veranderen
doorheen de tijd.
• Het verspreidingsgebied kan heel groot maar ook heel klein zijn
Populatiedichtheid
Populatiedichtheid: de hoeveelheid individuen per oppervlakte – eenheid
20/100m² 20/25m²
Lage Hoge
populatiedichtheid populatiedichtheid
Verschillende factoren beïnvloeden de populatiegrootte:
• Het trofische niveau (plaats in de voedselketen)
• Hoe hoger het niveau, hoe lager de dichtheid
1
, • Onderlinge concurrentie
• Hoe meer onderlinge concurrentie, hoe lager de dichtheid
• Afhankelijk van de levenswijze en de verspreiding van hulpbronnen
kennen soorten verschillende verspreidingspatronen.
Gegroepeerd Uniform Willekeurig
Populatiedynamiek
Draagkracht
Draagkracht: de maximale hoeveelheid organismen die in een ecosysteem
kunnen overleven en zich kunnen voortplanten
Nulgroei: geen groei en geen krimp is Crash: een zeer snelle afname omdat de
draagkracht en extreem overschrijding is
gekomen
• De draagkracht beïnvloed de biodiversiteit van een ecosysteem.
Veel Grotere Veel Stabieler
hulpbronne draagkrach biodiversite ecosystee
n t it m
Beperkte Lage Beperkte Gevoelig
hulpbronne draagkrach biodiversite ecosystee
n t it m
Dynamische evenwicht
• Populatiegroottes zijn dynamisch, ze
variëren doorheen de tijd rond een
gemiddelde waarde.
2