Mens: denken en doen centraal sociologisch onderzoek
Onderzoeksproces = Systematisch, tran
Situering > aanleiding Probleemstelling
DENKEN Doel
Afbakenen eenheden & kenmerken grondvorm onderzoeksplan
Onderzoeksvraag (BOV,VOV)
Ontwerp
Wie, wat en hoe?
Dataverzameling
DOEN Betrouwb, validiteit
Data-analyse
Rapportage
Transparantie: iedere stap uitgevoerd, herhalen belangrijk voor betrouwbaarheid
Probleemstelling + ontwerp = denken
Verzamelen + analyse = doen
Rapportage = doen en denken
Probleemstelling weten onderzoeksvraag < onderwerp
Ontwerp waarnemen, “meten”
Empirische cyclus: connectie tussen theorie en empirie
1. Kennis: theorie
2. Empirie waarnemen van realiteit/ ervaringen
Zintuigen: ogen (observeren), oren (luisteren), ruiken (bij observatie), mond
(spraak, communicatie)
Theorie empirie: deductie – hypothese (bevestigen/weerleggen) beginpunt
Empirie theorie: inductie – hypothese: eindpunt
-- NIET VERDIEPEND KENNEN! –
,Wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op:
Empirie
Systematisch proces
Betrouwbaarheid en validiteit
Probabilisme en falsificatie
Probabilisme: kans (als dit, dan ook dat)
Tegengestelde: determinisme: als…dan (oorzaak gevolg)
Falsificatie: hypothese bewijzen door tegendeel verwerpen
Hangt samen met onafhankelijkheid
vb: vrouwen slagen meer dan mannen; strenger zijn bij verbeteren examen van
mannen
Betrouwbaarheid Validiteit
Betrouwbaarheid = Reproduceerbaarheid, herhaalbaarheid
Als onderzoek opnieuw wordt gedaan, gelijkwaardige resultaten resultaten
niet op toeval gebaseerd
Fouten: toevalsfouten
o Omvang: te weinig mensen bevraagd
o Respons:
Synoniem: significant
BH is vw, hoeft niet altijd valide te zijn
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Validiteit = accuraatheid
Opgesplitst: binnen en buiten onderzoek
o Intern: binnen; te maken met elke stap/keuze om onderzoeksvraag te
beantwoorden
o Extern: buiten; kan ik het veralgemenen?
eerst intern om extern te kunnen krijgen
o Vb: weegschaal: niet valide indien gewicht niet klopt met werkelijke
gewicht
o Afwijking: foutenmarge
Fouten: systematische fouten: vertekend, BIAS
vooraf inschatten
EXAMEN!!
,WAT - Wetenschappelijk onderzoek:
Vrijwillig: recht op informatie (wie, wat, waar en wanneer-vragen)
Anoniem en vertrouwelijk: geen identiteitsgegevens verwerken
Inhoudelijke criteria, maar ook praktische criteria
(RANDVW – GOTIK (geld-organisatie-tijd-informatie-kwaliteit))
o Bruikbaarheid: als je aanbevelingen (afgestemd op visie en missie
van organisatie) doen, dat ze realistisch zijn
o Implementeerbaarheid
SOORTEN, onderscheid volgens:
DOEL FUNDAMENTEEL of PRAKTIJKGERICHT?
GRONDVORM KWANTITATIEF of KWALITATIEF!!!!
TIJD
Fundamenteel/theoriegericht onderzoek:
Criminologie
Psychologie
Sociologie gaan hiermee aan de slag, BEGRIP
Biologische vraagstukken
Doel: ontwikkelen van kennis
Knowledge GAP: willen altijd kennis bijdragen
Gericht op theorievorming, verklaren waarom fenomenen bestaan,
generaliseerbare kennis opbouwen bijdragen aan de wetenschap
Wetenschappelijk externe validiteit
Praktijkgericht onderzoek:
Doel: toepassen van kennis om vragen uit de beroepspraktijk te
beantwoorden
Gericht op het ontwikkelen van een concrete aanpak, een oplossing
ontwikkelen voor een organisatie, sector, doelgroep
Ook empirisch: even wetenschappelijk als fundamenteel
Fundamenteel onderzoek toepassen naar praktijk
DOEN
, Kwantitatief onderzoek:
Algemeen onderzoek/ beeld
Onderzoek in breedte
Objectief: Feiten, gebeurtenissen, meningen, attitudes (subjectief)
Vb: enquêtes
Groot aantal respondenten
o Omvang en samenstelling populatie > steekproef
Interpretatie van cijfermateriaal: tabellen, grafieken (statistiek)
Deductie: hypothese onderzoeken/ toetsen met statistiek vertrekpunt
Kwalitatief onderzoek:
Onderzoek in diepte
o BOV
Subjectief: meningen, attitudes, gevoelens, ervaringen
Vb: interview, focusgroep, observatie, casestudie (1 case op verschillende
manieren onderzocht, combi van kwanti en kwali), discussies
Klein aantal respondenten
Interpretatie van taal: uitschrijven, cijfers = citaten
o Inhoudsanalyse
Inductie: vertrekt vanuit waarneming naar kennis, eindigt met hypothese als
conclusie
CROSSECTIONEEL-onderzoek
o 1 moment in de tijd en afgewerkt
LONGITIDUNAAL-onderzoek
o Meerdere momenten in de tijd
o TRENDONDERZOEK
Hoe evolueert de prevalentie (= alle bestaande gevallen) en
impact van agressie op hulpverleners tussen 2022 en 2026?
Zelfde onderwerp, andere steekproeven met deelnemers uit
dezelfde doelgroep
Periodiek afgenomen, bv. om de 2 jaar grootschalig onderzoek,
bv. bij 1000 politie-inspecteurs, ambulanciers, begeleiders
residentiële jeugdzorg, …
o PANELONDERZOEK
Dezelfde deelnemers over meerdere meetmomenten/ dezelfde
groep