Biologische vraagstukken deel 2
Psycho-actieve stoffen
Psycho-actieve stoffen
Enkele belangrijke termen
Psycho-actieve stoffen = alle (chemische) middelen die het centrale
zenuwstelsel beïnvloeden en de hersenwerking veranderen. Ze kunnen een effect
hebben op bewustzijn, waarneming, stemming, denken en gedrag van de
gebruiker. Ze kunnen zowel medisch als recreatief gebruikt worden en werkend
hetzij verdovend, opwekkend of bewustzijnveranderend (of een combinatie).
Drugs = producten die men bewust inneemt omdat men – zonder medische
redenen – zijn/haar gevoelens en bewustzijn wenst te beïnvloeden
Psychofarmaca = geneesmiddelen voor behandeling van psychische afwijkingen
en stoornissen (bv. antidepressiva, morfine, valium,…)
Psychoactieve stoffen zijn chemische middelen die het centrale zenuwstelsel
beïnvloeden en de hersenwerking veranderen. Ze veranderen het bewustzijn, de
waarneming, stemming, het denken en gedrag van de gebruiker. Ze kunnen een
verdovend, opwekkend of bewustzijnsveranderend (hallucinogeen) effect hebben.
o Bv. cannabis recreatief, maar ook medisch
o Bv. cocaïne bewustzijnsverhogend en opwekkend
o Bv. paddo’s effect op waarneming
Onder invloed zijn = alle tijdelijke psychologische en fysiologische
veranderingen die gevolg zijn van inname psychoactieve stoffen
Intoxicatie = ernstige vorm van ‘onder invloed zijn’ (detoxificatie nodig)
Misbruik = herhaald gebruik met schadelijke gevolgen
Afhankelijkheid/verslaving = er is sprake van tolerantie, psychische
afhankelijkheid, controleverlies en lichamelijk en/of sociale gevolgen
Psychologisch bv. zelfzeker voelen
Fysiologisch bv. verhoogd hartritme
Tolerantie
= meer nodig van het middel om zelfde effect te hebben
o Lichaam/hersenen passen zich aan de stof aan
o dosis heeft minder effect => dosis opdrijven voor zelfde
effect
,Ontwennings-verschijnselen
Fysieke/lichamelijke afhankelijkheid
o Er treden lichamelijke ontwenningsverschijnselen op wanneer de stof
niet meer ingenomen wordt (bv. beven, zweten, misselijkheid, pijn,
hartkloppingen, slecht slapen,…)
o Controleverlies, gewenning, onthoudingsverschijnselen
Psychische/geestelijke afhankelijkheid
o Psychische verschijnselen treden op wanneer de stof
niet meer ingenomen wordt (bv. angstig, depressief,
geïrriteerd, leeg,…)
o Craving
Afhankelijkheid (verslaving) =
o Tolerantie
o Psychische afhankelijkheid
o Controleverlies
o Lichamelijk en/of sociale gevolgen
Meer dan 3 van volgende symptomen binnen het jaar:
o meer gebruiken dan je je voorneemt
o Niet kunnen stoppen, ook al wil je dat
o Veel tijd en energie steken in gebruik
o Negatieve consequenties van gebruik
o Blijven gebruiken ondanks de gevolgen
Psychologisch bv. zelfzeker voelen
Fysiologisch bv. verhoogd hartritme
,MMM-Model:
Milieu = sociaal netwerk als ruimere maatschappelijke
omgeving
Mens = persoonlijkheid, leeftijd, normen en waarden
Middel = effect van het middel, aanwezigheid van het
middel, …
Anta- versus agonistisch
Tegen vs versterkend
Hoe werken drugs
Alle drugs werken in op het beloningscentrum in de hersenen
Verslavend effect van drugs
, Dopamine en het beloningssysteem
Psycho-actieve stoffen
Gezondheidsrisico’s
MIDDELENGEBRUIK KAN PSYCHISCHE STOORNISSEN UITLOKKEN!
MIDDELENGEBRUIK OP ZICH IS EEN VORM VAN PSYCHOPATHOLOGIE!
Indeling psycho-actieve stoffen
Indeling op basis van effect
Psycho-actieve stoffen
Een nieuw model voor productinformatie
Buitenste ring = illegale middelen
Binnenste ring = legale middelen
Psycho-actieve stoffen
Psycho-actieve stoffen
Enkele belangrijke termen
Psycho-actieve stoffen = alle (chemische) middelen die het centrale
zenuwstelsel beïnvloeden en de hersenwerking veranderen. Ze kunnen een effect
hebben op bewustzijn, waarneming, stemming, denken en gedrag van de
gebruiker. Ze kunnen zowel medisch als recreatief gebruikt worden en werkend
hetzij verdovend, opwekkend of bewustzijnveranderend (of een combinatie).
Drugs = producten die men bewust inneemt omdat men – zonder medische
redenen – zijn/haar gevoelens en bewustzijn wenst te beïnvloeden
Psychofarmaca = geneesmiddelen voor behandeling van psychische afwijkingen
en stoornissen (bv. antidepressiva, morfine, valium,…)
Psychoactieve stoffen zijn chemische middelen die het centrale zenuwstelsel
beïnvloeden en de hersenwerking veranderen. Ze veranderen het bewustzijn, de
waarneming, stemming, het denken en gedrag van de gebruiker. Ze kunnen een
verdovend, opwekkend of bewustzijnsveranderend (hallucinogeen) effect hebben.
o Bv. cannabis recreatief, maar ook medisch
o Bv. cocaïne bewustzijnsverhogend en opwekkend
o Bv. paddo’s effect op waarneming
Onder invloed zijn = alle tijdelijke psychologische en fysiologische
veranderingen die gevolg zijn van inname psychoactieve stoffen
Intoxicatie = ernstige vorm van ‘onder invloed zijn’ (detoxificatie nodig)
Misbruik = herhaald gebruik met schadelijke gevolgen
Afhankelijkheid/verslaving = er is sprake van tolerantie, psychische
afhankelijkheid, controleverlies en lichamelijk en/of sociale gevolgen
Psychologisch bv. zelfzeker voelen
Fysiologisch bv. verhoogd hartritme
Tolerantie
= meer nodig van het middel om zelfde effect te hebben
o Lichaam/hersenen passen zich aan de stof aan
o dosis heeft minder effect => dosis opdrijven voor zelfde
effect
,Ontwennings-verschijnselen
Fysieke/lichamelijke afhankelijkheid
o Er treden lichamelijke ontwenningsverschijnselen op wanneer de stof
niet meer ingenomen wordt (bv. beven, zweten, misselijkheid, pijn,
hartkloppingen, slecht slapen,…)
o Controleverlies, gewenning, onthoudingsverschijnselen
Psychische/geestelijke afhankelijkheid
o Psychische verschijnselen treden op wanneer de stof
niet meer ingenomen wordt (bv. angstig, depressief,
geïrriteerd, leeg,…)
o Craving
Afhankelijkheid (verslaving) =
o Tolerantie
o Psychische afhankelijkheid
o Controleverlies
o Lichamelijk en/of sociale gevolgen
Meer dan 3 van volgende symptomen binnen het jaar:
o meer gebruiken dan je je voorneemt
o Niet kunnen stoppen, ook al wil je dat
o Veel tijd en energie steken in gebruik
o Negatieve consequenties van gebruik
o Blijven gebruiken ondanks de gevolgen
Psychologisch bv. zelfzeker voelen
Fysiologisch bv. verhoogd hartritme
,MMM-Model:
Milieu = sociaal netwerk als ruimere maatschappelijke
omgeving
Mens = persoonlijkheid, leeftijd, normen en waarden
Middel = effect van het middel, aanwezigheid van het
middel, …
Anta- versus agonistisch
Tegen vs versterkend
Hoe werken drugs
Alle drugs werken in op het beloningscentrum in de hersenen
Verslavend effect van drugs
, Dopamine en het beloningssysteem
Psycho-actieve stoffen
Gezondheidsrisico’s
MIDDELENGEBRUIK KAN PSYCHISCHE STOORNISSEN UITLOKKEN!
MIDDELENGEBRUIK OP ZICH IS EEN VORM VAN PSYCHOPATHOLOGIE!
Indeling psycho-actieve stoffen
Indeling op basis van effect
Psycho-actieve stoffen
Een nieuw model voor productinformatie
Buitenste ring = illegale middelen
Binnenste ring = legale middelen