H1: Epidemiologie en fysiologie van het verouderen 8
1.1 Epidemiologie van veroudering 8
1.1.1 Vergrijzing & verzilvering 8
1.1.1.1 Globale veroudering: nu vs verwachte groei in 2050 8
1.1.1.2 Europese veroudering 8
1.1.1.3 Demografie België 8
1.1.2 Levensverwachting 11
1.1.2.1 Evolutie van overlevingscurve in België 11
1.1.2.2 Levensverwachting met invloed van aandoeningen 11
1.1.2.3 Morbiditeit in België 13
1.1.3 Exceptional ageing 15
1.1.4 Longevity & healthy ageing 15
1.2 Verouderingstheorieën 16
1.2.1 Wat is veroudering? 16
1.2.2 Hoe? 18
1.2.3 Waarom? 19
1.2.3.1 Evolutionaire verouderingstheorieën 19
1.2.3.2 Veroudering veroorzaakt door ziekten 19
1.2.4 Wat er aan te doen? 19
1.2.4.1 Caloriebeperking (CR) 19
1.2.4.2 Optimale voedingspatronen voor gezond ouder worden 20
1.2.4.3 Nieuwe concepten: nutritionele senotherapie 20
1.2.4.4 Blue zones 20
H2: Rol van de VS en LAW’s in het interprofessionele team 22
2.1 Inleiding 22
2.1.1 Vergrijzing 22
2.1.2 Gerontologie en geriatrie 22
2.1.3 Gevolgen en cijfers van veroudering 22
2.1.3.1 Kwetsbaarheid en valincidenten bij oudere personen 22
2.1.3.2 Thuisondersteuning 23
2.1.3.3 Chirurgie en hospitalisatie 24
2.1.3.4 Multimorbiditeit en polyfarmacie 25
2.1.4 Kenmerken van veroudering en het verouderingsfenotype 25
2.2 Comprehensief geriatrisch assessment (CGA) 26
2.2.1 Inleiding 26
2.2.2 Screening 27
2.2.3 Assessment 29
2.2.3.1 Medische evaluatie 29
2.2.3.2 Logopedie en audiologie 29
2.2.3.3 Functioneel assessment 29
2.2.3.4 Cognitief assessment 29
1
, 2.2.3.5 Sociaal assessment 30
2.2.3.6 Algemene screening vs screening op basis van geriatrisch syndroom 30
2.2.4 Individueel zorgplan en follow-up 30
2.2.5 Kenmerken van sterke interprofessionele teams 30
2.2.6 Rollen voor elke discipline 30
2.2.6.1 Minimale rol van de VS geriatrie 30
2.2.6.2 Rol van de logopedist 31
2.3 Casus 31
H3: Geriatrische zorgmodellen 32
3.1 Geriatrische zorgmodellen voor gehospitaliseerde patiënten 32
3.1.1 Overzicht van zorgprogramma 32
3.1.1.1 Zorgmodellen 32
3.1.1.2 Coördinatie van het zorgprogramma 33
3.1.2 Acute geriatrische diensten 33
3.1.3 Geriatrisch dagziekenhuis 35
3.1.4 Geriatrische ambulante consultatie 36
3.1.5 Interne geriatrische liason 36
3.1.6 Externe geriatrische liasion 40
3.1.6.1 Transmurale zorg: WZC - ziekenhuis 40
3.1.6.2 Ontwikkeling SHIFT- zorgmodel 41
3.2 Zorgmodellen in de eerstelijnszorg 43
3.2.1 Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn (VIVEL) 43
3.2.2 Regionale zorgzone 43
3.2.3 Eerstelijnszones 43
3.2.4 Wijkgezondheidscentra 44
3.2.5 Problemen 44
3.2.6 Geïntegreerde zorg 45
3.2.6.1 Overzicht geïntegreerde zorgmodellen 45
3.2.6.2 INTEGRO 45
3.2.6.3 Zorgzaam Leuven 45
H4: Pijn, palliatieve zorgen en advance care planning 46
4.1 Pijn 46
4.1.1 Incidentie en oorzaken van pijn 46
4.1.2 Pijnperceptie: anders bij ouderen? 46
4.1.2.1 Wat is pijn? 46
4.1.2.2 Classificatie pijn 46
4.1.2.3 Pathofysiologie van pijn 47
4.1.2.4 Pijndrempel vs. pijntolerantie 47
4.1.2.5 Pijn en dementie 47
4.1.2.6 Pijn is meer dan alleen nociceptie 48
4.1.3 Pijnevaluatie 48
4.1.3.1 Via zelfrapportage 48
2
, 4.1.3.2 Observatieschalen 49
4.1.4 Behandeling van pijn bij ouderen 49
4.1.4.1 Onderbehandeling van pijn 49
4.1.4.2 Sleutel tot optimale pijnbehandeling 50
4.1.4.3 WHO pijnladder 50
4.1.5 Take home messages 51
4.2 Vroegtijdige zorgplanning 52
4.2.1 Wat is vroegtijdige zorgplanning 52
4.2.2 Voordelen van vroegtijdige zorgplanning 53
4.2.3 Met welke patiënt? 53
4.2.4 DNR code 54
4.2.5 Waarden, wensen en doelen 54
4.2.6 VZP-gesprek 54
4.3 Palliatieve zorg 55
4.3.1 Palliatief zorgmodel 55
4.3.2 Palliative indicator tool (PICT) 56
4.3.3 Wetgeving en ethiek 56
4.3.4 Inschatten wilsbekwaamheid 57
4.3.5 Wilsverklaringen 57
4.3.5.1 Wat is een wilsverklaring? 57
4.3.5.2 Soorten wilsverklaringen 57
4.3.6 Palliatieve sedatie 59
4.3.7 Hulp bij zelfdoding 59
4.3.8 Take home messages 59
H5: Voeding & ondervoeding bij de geriatrische patiënt 60
5.1 Lichaamssamenstelling & sarcopenie 60
5.2 Nutritionele behoeften bij de oudere patiënt 60
5.2.1 Energie en algemene begrippen 61
5.2.2 Eiwit 62
5.2.3 Vet 63
5.2.4 Koolhydraten 63
5.2.5 Vocht 63
5.2.6 Vitaminen 64
5.3 Ondervoeding bij ouderen 64
5.3.1 Ontstaan van ondervoeding/ongewild gewichtsverlies 64
5.3.2 Prevalentie en de gevolgen van ondervoeding 65
5.3.3 Opsporen van ondervoeding 65
5.3.4 Diagnostiek van ondervoeding/ongewild gewichtsverlies 65
5.3.5 Behandeling van ondervoeding 66
5.3.5.1 Normale voeding langs orale weg (+/- indikken of aanpassen textuur) 67
5.3.5.2 Sondevoeding (enterale voeding, EN) 67
5.3.5.3 Parenterale voeding (PN) (+/- vitamines/mineralen) 69
3
, 5.3.5.4 Besluit behandeling 69
H6: Frailty, sarcopenie en osteoporose 70
6.1 Inleiding 70
6.1.1 De evolutie van levensverwachting vanaf de geboorte 70
6.1.2 Leeftijdsgerelateerde achteruitgang van organen 70
6.2 Frailty 70
6.2.1 Concept frailty of ouderdomsgebonden kwetsbaarheid 70
6.2.2 Operationele definitie van frailty 71
6.2.3 Behandeling van frailty 72
6.2.4 Besluit 73
6.3 Sarcopenie 73
6.3.1 Concept van sarcopenie 73
6.3.1.1 Verlies van spiermassa 73
6.3.1.2 Verlies van spierkracht 73
6.3.1.3 Definitie van sarcopenie 74
6.3.1.4 Gevolgen 74
6.3.1.5 Etiologie 74
6.3.2 Diagnostische criteria 75
6.3.2.1 Screening 75
6.3.2.2 Spierkracht meten 75
6.3.2.3 Spier hoeveelheid of kwaliteit -> DXA, BIA, CT, MRI 76
6.3.2.4 Fysieke performantie 76
6.3.3 Behandeling 77
6.3.3.1 Anabole resistentie bij oudere personen 77
6.3.3.2 Fysieke beweging 77
6.3.3.3 Proteine en aminozuren 78
6.3.3.4 Vitamine D 80
6.3.4 Conclusie 80
6.4 Osteoporose 81
6.4.1 Introductie 81
6.4.1.1 Definitie 81
6.4.1.2 Epidemiologie 81
6.4.1.3 Gevolgen 82
6.4.2 Pathophysiologie vane osteoporose 83
6.4.3 Diagnose van osteoporose 83
6.4.3.1 DXA 83
6.4.3.2 Osteoportische fracturen 84
6.4.4 Indicaties voor behandeling 84
6.4.5 Behandeling van osteoporose 85
6.4.5.1 Calcium en Vitamine D 85
6.4.5.2 Medicatie: AR en anabolen 85
6.4.6 Besluit 85
4
1.1 Epidemiologie van veroudering 8
1.1.1 Vergrijzing & verzilvering 8
1.1.1.1 Globale veroudering: nu vs verwachte groei in 2050 8
1.1.1.2 Europese veroudering 8
1.1.1.3 Demografie België 8
1.1.2 Levensverwachting 11
1.1.2.1 Evolutie van overlevingscurve in België 11
1.1.2.2 Levensverwachting met invloed van aandoeningen 11
1.1.2.3 Morbiditeit in België 13
1.1.3 Exceptional ageing 15
1.1.4 Longevity & healthy ageing 15
1.2 Verouderingstheorieën 16
1.2.1 Wat is veroudering? 16
1.2.2 Hoe? 18
1.2.3 Waarom? 19
1.2.3.1 Evolutionaire verouderingstheorieën 19
1.2.3.2 Veroudering veroorzaakt door ziekten 19
1.2.4 Wat er aan te doen? 19
1.2.4.1 Caloriebeperking (CR) 19
1.2.4.2 Optimale voedingspatronen voor gezond ouder worden 20
1.2.4.3 Nieuwe concepten: nutritionele senotherapie 20
1.2.4.4 Blue zones 20
H2: Rol van de VS en LAW’s in het interprofessionele team 22
2.1 Inleiding 22
2.1.1 Vergrijzing 22
2.1.2 Gerontologie en geriatrie 22
2.1.3 Gevolgen en cijfers van veroudering 22
2.1.3.1 Kwetsbaarheid en valincidenten bij oudere personen 22
2.1.3.2 Thuisondersteuning 23
2.1.3.3 Chirurgie en hospitalisatie 24
2.1.3.4 Multimorbiditeit en polyfarmacie 25
2.1.4 Kenmerken van veroudering en het verouderingsfenotype 25
2.2 Comprehensief geriatrisch assessment (CGA) 26
2.2.1 Inleiding 26
2.2.2 Screening 27
2.2.3 Assessment 29
2.2.3.1 Medische evaluatie 29
2.2.3.2 Logopedie en audiologie 29
2.2.3.3 Functioneel assessment 29
2.2.3.4 Cognitief assessment 29
1
, 2.2.3.5 Sociaal assessment 30
2.2.3.6 Algemene screening vs screening op basis van geriatrisch syndroom 30
2.2.4 Individueel zorgplan en follow-up 30
2.2.5 Kenmerken van sterke interprofessionele teams 30
2.2.6 Rollen voor elke discipline 30
2.2.6.1 Minimale rol van de VS geriatrie 30
2.2.6.2 Rol van de logopedist 31
2.3 Casus 31
H3: Geriatrische zorgmodellen 32
3.1 Geriatrische zorgmodellen voor gehospitaliseerde patiënten 32
3.1.1 Overzicht van zorgprogramma 32
3.1.1.1 Zorgmodellen 32
3.1.1.2 Coördinatie van het zorgprogramma 33
3.1.2 Acute geriatrische diensten 33
3.1.3 Geriatrisch dagziekenhuis 35
3.1.4 Geriatrische ambulante consultatie 36
3.1.5 Interne geriatrische liason 36
3.1.6 Externe geriatrische liasion 40
3.1.6.1 Transmurale zorg: WZC - ziekenhuis 40
3.1.6.2 Ontwikkeling SHIFT- zorgmodel 41
3.2 Zorgmodellen in de eerstelijnszorg 43
3.2.1 Vlaams Instituut Voor de Eerste Lijn (VIVEL) 43
3.2.2 Regionale zorgzone 43
3.2.3 Eerstelijnszones 43
3.2.4 Wijkgezondheidscentra 44
3.2.5 Problemen 44
3.2.6 Geïntegreerde zorg 45
3.2.6.1 Overzicht geïntegreerde zorgmodellen 45
3.2.6.2 INTEGRO 45
3.2.6.3 Zorgzaam Leuven 45
H4: Pijn, palliatieve zorgen en advance care planning 46
4.1 Pijn 46
4.1.1 Incidentie en oorzaken van pijn 46
4.1.2 Pijnperceptie: anders bij ouderen? 46
4.1.2.1 Wat is pijn? 46
4.1.2.2 Classificatie pijn 46
4.1.2.3 Pathofysiologie van pijn 47
4.1.2.4 Pijndrempel vs. pijntolerantie 47
4.1.2.5 Pijn en dementie 47
4.1.2.6 Pijn is meer dan alleen nociceptie 48
4.1.3 Pijnevaluatie 48
4.1.3.1 Via zelfrapportage 48
2
, 4.1.3.2 Observatieschalen 49
4.1.4 Behandeling van pijn bij ouderen 49
4.1.4.1 Onderbehandeling van pijn 49
4.1.4.2 Sleutel tot optimale pijnbehandeling 50
4.1.4.3 WHO pijnladder 50
4.1.5 Take home messages 51
4.2 Vroegtijdige zorgplanning 52
4.2.1 Wat is vroegtijdige zorgplanning 52
4.2.2 Voordelen van vroegtijdige zorgplanning 53
4.2.3 Met welke patiënt? 53
4.2.4 DNR code 54
4.2.5 Waarden, wensen en doelen 54
4.2.6 VZP-gesprek 54
4.3 Palliatieve zorg 55
4.3.1 Palliatief zorgmodel 55
4.3.2 Palliative indicator tool (PICT) 56
4.3.3 Wetgeving en ethiek 56
4.3.4 Inschatten wilsbekwaamheid 57
4.3.5 Wilsverklaringen 57
4.3.5.1 Wat is een wilsverklaring? 57
4.3.5.2 Soorten wilsverklaringen 57
4.3.6 Palliatieve sedatie 59
4.3.7 Hulp bij zelfdoding 59
4.3.8 Take home messages 59
H5: Voeding & ondervoeding bij de geriatrische patiënt 60
5.1 Lichaamssamenstelling & sarcopenie 60
5.2 Nutritionele behoeften bij de oudere patiënt 60
5.2.1 Energie en algemene begrippen 61
5.2.2 Eiwit 62
5.2.3 Vet 63
5.2.4 Koolhydraten 63
5.2.5 Vocht 63
5.2.6 Vitaminen 64
5.3 Ondervoeding bij ouderen 64
5.3.1 Ontstaan van ondervoeding/ongewild gewichtsverlies 64
5.3.2 Prevalentie en de gevolgen van ondervoeding 65
5.3.3 Opsporen van ondervoeding 65
5.3.4 Diagnostiek van ondervoeding/ongewild gewichtsverlies 65
5.3.5 Behandeling van ondervoeding 66
5.3.5.1 Normale voeding langs orale weg (+/- indikken of aanpassen textuur) 67
5.3.5.2 Sondevoeding (enterale voeding, EN) 67
5.3.5.3 Parenterale voeding (PN) (+/- vitamines/mineralen) 69
3
, 5.3.5.4 Besluit behandeling 69
H6: Frailty, sarcopenie en osteoporose 70
6.1 Inleiding 70
6.1.1 De evolutie van levensverwachting vanaf de geboorte 70
6.1.2 Leeftijdsgerelateerde achteruitgang van organen 70
6.2 Frailty 70
6.2.1 Concept frailty of ouderdomsgebonden kwetsbaarheid 70
6.2.2 Operationele definitie van frailty 71
6.2.3 Behandeling van frailty 72
6.2.4 Besluit 73
6.3 Sarcopenie 73
6.3.1 Concept van sarcopenie 73
6.3.1.1 Verlies van spiermassa 73
6.3.1.2 Verlies van spierkracht 73
6.3.1.3 Definitie van sarcopenie 74
6.3.1.4 Gevolgen 74
6.3.1.5 Etiologie 74
6.3.2 Diagnostische criteria 75
6.3.2.1 Screening 75
6.3.2.2 Spierkracht meten 75
6.3.2.3 Spier hoeveelheid of kwaliteit -> DXA, BIA, CT, MRI 76
6.3.2.4 Fysieke performantie 76
6.3.3 Behandeling 77
6.3.3.1 Anabole resistentie bij oudere personen 77
6.3.3.2 Fysieke beweging 77
6.3.3.3 Proteine en aminozuren 78
6.3.3.4 Vitamine D 80
6.3.4 Conclusie 80
6.4 Osteoporose 81
6.4.1 Introductie 81
6.4.1.1 Definitie 81
6.4.1.2 Epidemiologie 81
6.4.1.3 Gevolgen 82
6.4.2 Pathophysiologie vane osteoporose 83
6.4.3 Diagnose van osteoporose 83
6.4.3.1 DXA 83
6.4.3.2 Osteoportische fracturen 84
6.4.4 Indicaties voor behandeling 84
6.4.5 Behandeling van osteoporose 85
6.4.5.1 Calcium en Vitamine D 85
6.4.5.2 Medicatie: AR en anabolen 85
6.4.6 Besluit 85
4