1 KMO management 2025-2026 : examenperiode 1
INLEIDING
Als je communiceert in een professionele context: professioneel communiceren
Formeel vs informeel
Standaardnederlands vs. Tussentaal vs. Dialecten
Na beste moet je altijd de naam schrijven, geen komma erachter en mvg voluit !
E-mailetiquette
1) Aanspreking: volledig en gepast
- Beste Jan (informeel)/klant
- Beste mevrouw, heer (+ familienaam)
- Geachte mevrouw, heer (+ familienaam)
- Geachte heer/decaan (formeel)
Nooit: “beste” of “geachte” zonder iets!
2) Kernbericht: beknopt en gestructureerd
- Aanleiding: waarom mail je?
- Kern: wat wil je melden/ vragen?
- Positief slot: bv dankwoordje
3) Slotgroet: gepast
- Groeten/ groetjes (informeel)
- Met vriendelijke groet(en) -> altijd gepast
- Hoogachtend (formeel)
4) Handtekening: volledig
- Naam: voornaam + familienaam
- Functie/jaar + richting + lesgroep
HOOFDSTUK 1: DOELGROEPGERICHT SCHRIJVEN:
BEPAAL JE DOELGROEP:
HB: hoofdstuk 2: ‘Lezer’ p31 - …
Je moet altijd eerst nadenken tot wie je je richt -> belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de lezer
o Ijkpersoon creëren= fictieve persoon die model staat voor de hele groep -> schrijf dan tekst voor die persoon
o Belangrijk hierbij te kijken naar de privésituatie (geslacht, leeftijd, beroep, kennisniveau,
politieke/sociale/religieuze achtergrond, …)
Wie is de doelgroep, waaraan merk je dat?
o Kijk naar de bron en het taalgebruik (vaktaal bv)
o De doelgroep bepaalt de inhoud, taal en vorm
o Leesmotief bepalen: welk belang heeft je doelgroep bij jouw onderwerp? Dit is de kern van je bericht.
Voorbeeld :
Een journalist bij een automagazine schrijft een stukje over een nieuwe gezinswagen en focust daarbij vooral op
technische details. Waarom is dat een slecht idee?
1
,Ijkpersoon : Gertjan; man, 39 jaar, hoogopgeleid, getrouwd, 3 kinderen, sportief, houdt van reizen met auto…
Gertjan is niet geïnteresseerd in de technische details, maar eerder praktische kant (ruimte…)
Op examen 3 zaken kunnen zeggen:
1) Onderwerp: waar gaat mijn tekst over?
2) Doelgroep: wie zijn mijn lezers?
3) Doel: wat wil ik met mijn tekst bereiken?
PAS JE INHOUD AAN:
Pas tekst aan aan de ijkpersoon die je voorop hebt gesteld; afgestemd op interesses/doelen v. doelpubliek
o Eenzelfde boodschap kan dus op verschillende manieren worden uitgeschreven
Structuur: ontrafelen / uit elkaar halen van iets heel compact
o Kijken wat de kern is en welke onderdelen aanwezig zijn
HANTEER DE JUISTE TAAL:
Spreek de lezer aan zoals deze aangesproken wil worden
Juiste taal -> draait vooral rond woordkeuze
o Bv: wanneer gebruik je vaktaal / jargon -> jargon gebruiken we om binnen een bepaald vakgebied snel
met elkaar te kunnen communiceren en vaktermen enkel voor insiders
Naast woordkeuze is ook lengte van tekst van belang -> afhankelijk van doelgroep zal je tekst lang of kort zijn
Ook de tone of voice is belangrijk = de stijl waarin een bedrijf / merk communiceert met de doelgroep (humor
of serieus, afstandelijk of vertrouwd communiceren, jij of u…)
o Formeel: hierbij kies je voor de u-vorm als aanspreekvorm
o Informeel: hierbij kies je voor de je-vorm als aanspreekvorm
VORM; AANTREKKELIJKE LAY-OUT:
Kies een goed lettertype
Zorg voor voldoende witruimte
Wees zuinig met opmaakmogelijkheden
Gebruik functionele afbeeldingen, grafieken, tabellen en schema’s
Zorgen dat je tekst meteen aantrekt
o Vooral via structuur:
Titel: geeft thema aan -> hierin zit de boodschap
Rubrieken: werken met tussentitels
Gebruik van alinea’s -> alinea bevat telkens 1 hoofdgedachte
Voor je begint met schrijven -> beantwoord 3 vragen:
Wat moet publiek onthouden => centrale boodschap
Wie zijn mijn lezers, voor wie wordt dit geschreven? => doelgroep
Wat wil ik met mijn tekst bereiken? => doel
o Zenderperspectief : eerst argumenteren dan beslissing
o Lezerperspectief : eerst boodschap
o Je moet denken aan je lezer, wat wil die doen met je boodschap?
2
, Examenvraag
Communicatiecontext :
Lien Van Bever, HR-medewerkster van Computerlux, tevens oud-studente van deze hogeschool, heeft van de
stagecoördinator verzoek gekregen om de 120 laatstejaarsstudenten van de opleiding Toegepaste Informatica tijdens
een presentatie informatie te verstrekken over de criteria die personeelsdiensten hanteren bij de selectie van
sollicitanten. Terloops zal deze medewerkster van Computerlux ook de gunstige beroepsmogelijkheden met tal van
extralegale voordelen bij Computerlux schetsen.
De studenten moeten verplicht aanwezig zijn tijdens de presentatie.
Deze boodschap, in de vorm van een PP-presentatie van maximaal een uur, is gepland op 21 oktober om 10 uur.
Na de presentatie zal de spreekster een samenvatting van haar presentatie en een geschenkje van ongeveer 3 euro
uitdelen.
Vragen
Wat wil de spreker bereiken met deze lezing?
Informatie geven over de criteria die personeelsdiensten hanteren bij de selectie van sollicitanten, ook meer info
geven over haar bedrijf (voordelen): nieuwe werknemers overtuigen om te solliciteren in dat bedrijf
Wie is de doelgroep van deze lezing? Creëer twee ijkpersonen die de doelgroep weerspiegelen.
120 laatste jaar studenten van de opleiding toegepaste informatica
Ijkpersoon 1: laatste jaar student, man, 21 jaar, gamer,…
Omschrijf hoe je de taal/inhoud/vorm hierop zal afstemmen?
Taal : jongerentaal, taalregister aanpassen, IT jargon
Inhoud : voordelen die je hebt als je daar komt werken, loon, werkomgeving, toegankelijkheid, sfeer
Vorm : geen lange pp, eerder persoonlijker
HOOFDSTUK 2: DOELGERICHT SCHRIJVEN
HB: hoofdstuk 2: ‘Doel’ p30 - …
Gaat over communicatiedoelen -> we kunnen 4 tekstdoelen onderscheiden:
- Informeren
- Overtuigen
- Activeren
- Onderhouden
Meeste teksten zijn mengvormen
Doelgroep- en doelgericht communiceren: Je communiceert altijd in een bepaalde context
=> Effectieve communicatie = communicatie waarvan inhoud, taal en vorm afgestemd zijn op doel en doelpubliek
=> toepassen in concrete communicatiesituatie en keuzes motiveren
INFORMEREND SCHRIJVEN:
Wanneer je kennis wil overbrengen op je lezer -> je vertelt iets wat hij wil weten
o Geef enkel feiten weer = objectief
o Bv: artikels, nieuwsberichten, instructies en handleidingen
Met de deur in huis vallen -> kernboodschap in de eerste zin
3