Gemaakt door Tess Prins
Mens en Milieu
Ecosysteemdiensten: de diensten en producten die ecosystemen aan mensen leveren.
Drie categorieën
- Productiediensten: het vertrekken van een product door een ecosysteem,
bijvoorbeeld drinkwater of voedsel
- Culturele diensten: bijvoorbeeld gelegenheid geven tot recreatie
- Regulerende diensten: dienst die andere diensten ondersteunt, bijvoorbeeld de
kringloop van nutriënten in een ecosysteem.
Menselijk ingrijpen verstoort het milieu, waardoor allerlei milieuproblemen ontstaan. Ook
ontstaat uitputting – te veel grondstoffen onttrekken -. En als we het milieu ernstig
veranderen, spreek je van aantasting. Maar het kan ook positieve invloed hebben, zo kan er
variatie in de bodem, waterhuishouding of reliëf ontstaan. Die variatie kan ook ontstaan
door de natuur, bijvoorbeeld brand of een storm.
Duurzame ontwikkeling: als onze vooruitgang niet ten koste gaat van de huidige generatie
mensen en de generaties erna of de natuur.
Kringloopeconomie: een economisch en industrieel systeem waarin grondstofvoorraden
nier worden uitgeput en waarin reststoffen opnieuw worden ingezet in het proces.
Lineaire economie: tegenovergestelde, dus grondstofvoorraden worden uitgeput en niet
hergebruikt.
Oorzaken milieuproblemen:
Bevolkingstoename: hoge bevolkingsdruk (de verhouding tussen het aantal mensen in een
gebied en de beschikbare hulpbronnen)
Andere levenswijze: toename gemotoriseerd vervoer en machines en uitstoot
verbrandingsgassen. Ook worden er giftige stoffen geloodst die schadelijk zijn voor de
natuur.
Ook is er meer landbouw dat weer het landschap beïnvloed, ook neemt de biodiversiteit af.
Koolstofkringloop:
, Gemaakt door Tess Prins
Kortlopende koolstofkringloop: Door biomassa te verbranden, ontstaat er een korte CO2-
cyclus. Dat komt doordat biomassa in korte tijd weer is aangegroeid en weer CO2 opneemt.
Lange koolstofkringloop: Verbranden van fossiele grondstoffen betekent een lange CO2-
cyclus: het duurt immers miljoenen jaren voordat deze grondstoffen zijn aangevuld.
Stikstofkringloop:
Stikstofassimilatie: planten halen nitraat uit de bodem. Vanuit dat nitraat produceren ze
nieuwe organische stikstofverbindingen zoals aminozuren.
Ammonificatie: organische stikstofverbindingen worden door rottingsbacteriën omgezet tot
de anorganische stikstofverbinding ammoniak.
Nitrificatie: ammonium en zuurstof worden omgezet in nitriet, dat vervolgens met zuurstof
wordt omgezet in nitraat.
Denitrificatie: bacteriën zetten nitraat om in stikstofgas waardoor het niet meer gebruikt
kan worden door planten.
Stikstofbinding/stikstoffixatie: stikstofmolecuul verdeelt zich in twee stikstofatomen en
bind aan waterstofatomen waardoor ammoniak ontstaat.
Stikstof -> ammoniak (in water opgelost ammonium) -> door andere bacteriën omgezet in
nitraat -nitrificatie- ->
Mineralen voor planten:
- Nitraat, fosfaat, sulfaat, natrium, kalium en calcium
Uitspoeling: de mineralen zakken naar diepere lagen met het regenwater. Bemesting zorgt
ervoor dat er mineralen aan de bovenste bodemlagen wordt toegevoegd. Reducenten
breken de mest af waardoor de mineralen vrijkomen.
Monocultuur: op een groot landbouwareaal wordt een soort gewas geteeld. Dit werkt
efficiënter maar vergroot ook de kans op plagen, doordat er een groot voedselaanbod is. Dit
Mens en Milieu
Ecosysteemdiensten: de diensten en producten die ecosystemen aan mensen leveren.
Drie categorieën
- Productiediensten: het vertrekken van een product door een ecosysteem,
bijvoorbeeld drinkwater of voedsel
- Culturele diensten: bijvoorbeeld gelegenheid geven tot recreatie
- Regulerende diensten: dienst die andere diensten ondersteunt, bijvoorbeeld de
kringloop van nutriënten in een ecosysteem.
Menselijk ingrijpen verstoort het milieu, waardoor allerlei milieuproblemen ontstaan. Ook
ontstaat uitputting – te veel grondstoffen onttrekken -. En als we het milieu ernstig
veranderen, spreek je van aantasting. Maar het kan ook positieve invloed hebben, zo kan er
variatie in de bodem, waterhuishouding of reliëf ontstaan. Die variatie kan ook ontstaan
door de natuur, bijvoorbeeld brand of een storm.
Duurzame ontwikkeling: als onze vooruitgang niet ten koste gaat van de huidige generatie
mensen en de generaties erna of de natuur.
Kringloopeconomie: een economisch en industrieel systeem waarin grondstofvoorraden
nier worden uitgeput en waarin reststoffen opnieuw worden ingezet in het proces.
Lineaire economie: tegenovergestelde, dus grondstofvoorraden worden uitgeput en niet
hergebruikt.
Oorzaken milieuproblemen:
Bevolkingstoename: hoge bevolkingsdruk (de verhouding tussen het aantal mensen in een
gebied en de beschikbare hulpbronnen)
Andere levenswijze: toename gemotoriseerd vervoer en machines en uitstoot
verbrandingsgassen. Ook worden er giftige stoffen geloodst die schadelijk zijn voor de
natuur.
Ook is er meer landbouw dat weer het landschap beïnvloed, ook neemt de biodiversiteit af.
Koolstofkringloop:
, Gemaakt door Tess Prins
Kortlopende koolstofkringloop: Door biomassa te verbranden, ontstaat er een korte CO2-
cyclus. Dat komt doordat biomassa in korte tijd weer is aangegroeid en weer CO2 opneemt.
Lange koolstofkringloop: Verbranden van fossiele grondstoffen betekent een lange CO2-
cyclus: het duurt immers miljoenen jaren voordat deze grondstoffen zijn aangevuld.
Stikstofkringloop:
Stikstofassimilatie: planten halen nitraat uit de bodem. Vanuit dat nitraat produceren ze
nieuwe organische stikstofverbindingen zoals aminozuren.
Ammonificatie: organische stikstofverbindingen worden door rottingsbacteriën omgezet tot
de anorganische stikstofverbinding ammoniak.
Nitrificatie: ammonium en zuurstof worden omgezet in nitriet, dat vervolgens met zuurstof
wordt omgezet in nitraat.
Denitrificatie: bacteriën zetten nitraat om in stikstofgas waardoor het niet meer gebruikt
kan worden door planten.
Stikstofbinding/stikstoffixatie: stikstofmolecuul verdeelt zich in twee stikstofatomen en
bind aan waterstofatomen waardoor ammoniak ontstaat.
Stikstof -> ammoniak (in water opgelost ammonium) -> door andere bacteriën omgezet in
nitraat -nitrificatie- ->
Mineralen voor planten:
- Nitraat, fosfaat, sulfaat, natrium, kalium en calcium
Uitspoeling: de mineralen zakken naar diepere lagen met het regenwater. Bemesting zorgt
ervoor dat er mineralen aan de bovenste bodemlagen wordt toegevoegd. Reducenten
breken de mest af waardoor de mineralen vrijkomen.
Monocultuur: op een groot landbouwareaal wordt een soort gewas geteeld. Dit werkt
efficiënter maar vergroot ook de kans op plagen, doordat er een groot voedselaanbod is. Dit