Sociale psychologie: deel 1
Introductietje (lezen)
Negativity bias (negativiteitsbias)
= Wij besteden sneller aandacht aan negatieve gebeurtenissen dan aan
positieve. De media laten bijvoorbeeld vaak zien wat fout gaat, terwijl de
werkelijkheid meestal minder dramatisch is.
Voorbeeld:
Als 500 mensen sterven bij een vliegtuigongeluk, lezen we daar veel over.
Maar miljoenen veilige vluchten krijgen bijna geen aandacht. Hierdoor
krijgen we een vertekend beeld: we denken dat vliegen gevaarlijker is dan
het echt is.
Je kijkt een gezellige kerstfilm. Plotseling grijpt papa naar het stuur bij een
donker weggetje. 75% van de mensen denkt meteen dat er een ongeluk
kan gebeuren, terwijl het meestal helemaal goed gaat.
Tip:
Probeer van het negatieve naar het positieve te kijken. Gebruik deze manier van
denken om vooroordelen of misvattingen te corrigeren en leerstof op een
positieve manier te brengen.
Voorbeeld
We koppelen verschillende zintuiglijke ervaringen
aan elkaar.
Voorbeeld: “Wie van de figuren is Bubba en wie Kiki?”
Het woord “Bubba” klinkt gezellig en afgerond →
we stellen ons iets ronds en vriendelijks voor.
Het woord “Kiki” klinkt scherp → we krijgen een scherp en prikkelend beeld
erbij.
Zo maken we automatisch associaties tussen dingen die we zien, horen of
voelen.
Hoe dit werkt bij mensen:
Als we één kenmerk van iemand zien of horen, schrijven we vaak meteen
meerdere kenmerken toe.
Voorbeeld: Namen als Shania of Kenji kunnen bepaalde associaties
oproepen die niet altijd kloppen.
1
, Paraverbale communicatie:
Dit gaat over hoe iemand iets zegt, zoals toon, intonatie en tempo.
De manier van spreken kan een heel andere indruk geven, zelfs als de
woorden hetzelfde zijn.
Metafoor olifant
Aangeleerde hulpeloosheid
In sommige oosterse landen gebruiken mensen olifanten om op te rijden
als toerist.
Het lichaam van een olifant is daar niet voor gemaakt.
Baby-olifantjes worden van hun moeder weggehaald en vastgebonden aan
een paaltje met een touw om hen tam te maken.
Ze proberen zich los te maken, bijten, trekken,
huilen – maar niets werkt.
Jaren later hangt een volwassen olifant nog steeds
aan datzelfde touw, ook al kan hij makkelijk weg.
Wij zouden denken: “Trek één keer hard en je bent
vrij!”.
Maar de olifant denkt dat hij vastzit → dit heet
aangeleerde hulpeloosheid.
Ze hebben vroeger alles geprobeerd en niets werkte, dus
geven ze op. Ze worden passief en weten niet meer wat te
doen om hun situatie te verbeteren.
Toepassing op mensen:
Bij depressie of angst kan hetzelfde gebeuren.
Als ouders erg angstig zijn tegenover hun kinderen, durven kinderen
minder en ontwikkelen ze mogelijk ook aangeleerde hulpeloosheid.
Iedereen heeft “paaltjes”: gedachten of overtuigingen die ons
tegenhouden, zoals:
o “Ik kan me niet uitspreken”
o “Ik kan dit niet”
o Vooroordelen over onszelf
Tip: probeer aan die paaltjes te trekken en los te komen.
Extra begrippen:
2
Introductietje (lezen)
Negativity bias (negativiteitsbias)
= Wij besteden sneller aandacht aan negatieve gebeurtenissen dan aan
positieve. De media laten bijvoorbeeld vaak zien wat fout gaat, terwijl de
werkelijkheid meestal minder dramatisch is.
Voorbeeld:
Als 500 mensen sterven bij een vliegtuigongeluk, lezen we daar veel over.
Maar miljoenen veilige vluchten krijgen bijna geen aandacht. Hierdoor
krijgen we een vertekend beeld: we denken dat vliegen gevaarlijker is dan
het echt is.
Je kijkt een gezellige kerstfilm. Plotseling grijpt papa naar het stuur bij een
donker weggetje. 75% van de mensen denkt meteen dat er een ongeluk
kan gebeuren, terwijl het meestal helemaal goed gaat.
Tip:
Probeer van het negatieve naar het positieve te kijken. Gebruik deze manier van
denken om vooroordelen of misvattingen te corrigeren en leerstof op een
positieve manier te brengen.
Voorbeeld
We koppelen verschillende zintuiglijke ervaringen
aan elkaar.
Voorbeeld: “Wie van de figuren is Bubba en wie Kiki?”
Het woord “Bubba” klinkt gezellig en afgerond →
we stellen ons iets ronds en vriendelijks voor.
Het woord “Kiki” klinkt scherp → we krijgen een scherp en prikkelend beeld
erbij.
Zo maken we automatisch associaties tussen dingen die we zien, horen of
voelen.
Hoe dit werkt bij mensen:
Als we één kenmerk van iemand zien of horen, schrijven we vaak meteen
meerdere kenmerken toe.
Voorbeeld: Namen als Shania of Kenji kunnen bepaalde associaties
oproepen die niet altijd kloppen.
1
, Paraverbale communicatie:
Dit gaat over hoe iemand iets zegt, zoals toon, intonatie en tempo.
De manier van spreken kan een heel andere indruk geven, zelfs als de
woorden hetzelfde zijn.
Metafoor olifant
Aangeleerde hulpeloosheid
In sommige oosterse landen gebruiken mensen olifanten om op te rijden
als toerist.
Het lichaam van een olifant is daar niet voor gemaakt.
Baby-olifantjes worden van hun moeder weggehaald en vastgebonden aan
een paaltje met een touw om hen tam te maken.
Ze proberen zich los te maken, bijten, trekken,
huilen – maar niets werkt.
Jaren later hangt een volwassen olifant nog steeds
aan datzelfde touw, ook al kan hij makkelijk weg.
Wij zouden denken: “Trek één keer hard en je bent
vrij!”.
Maar de olifant denkt dat hij vastzit → dit heet
aangeleerde hulpeloosheid.
Ze hebben vroeger alles geprobeerd en niets werkte, dus
geven ze op. Ze worden passief en weten niet meer wat te
doen om hun situatie te verbeteren.
Toepassing op mensen:
Bij depressie of angst kan hetzelfde gebeuren.
Als ouders erg angstig zijn tegenover hun kinderen, durven kinderen
minder en ontwikkelen ze mogelijk ook aangeleerde hulpeloosheid.
Iedereen heeft “paaltjes”: gedachten of overtuigingen die ons
tegenhouden, zoals:
o “Ik kan me niet uitspreken”
o “Ik kan dit niet”
o Vooroordelen over onszelf
Tip: probeer aan die paaltjes te trekken en los te komen.
Extra begrippen:
2