Gramnegatieve bacteriën
Taxonomie (indeling van organismen):
Wetenschappelijke naam
o Familie (eindigt op alis), zoals enterobacteralis
o Geslacht of genus (hoofdletter), zoals Salmonella
o Species of soort (kleine letter), zoals typhi
o Subspecies of ondersoort, zoals D
o Serotype, zoals (somatisch antigeen 9,12)
o Kleinste eenheid binnen een soort: STAM
Soms triviale naam, bijvoorbeeld pneumokok
Het optreden van kruisingen tussen stammen wordt bestudeerd door het
fenotype en genotype van verschillende stammen te vergelijken:
Het guanine-cytosinegehalte
De volgorde van nucleotiden
Daarnaast kan onderscheid gemaakt worden op basis van celwandopbouw
en celmembraanlipiden, bijvoorbeeld door de samenstelling en volgorde
van het 16S-rRNA te analyseren.
Er bestaan 3 soorten antigenen:
Celwand antigen of somatisch antigenen gelegen op specifieke
lipopolysachariden (O-antigen)
Flagellaire antigenen (H-antigen)
Kapselantigenen, meestal specifieke polysachariden (K-antigen)
o Kapselantigenen bedekken soms de somatische antigenen
1 Gramnegatieve staven
Enterobacteriaceae/ enteribacterales
Oxidase positief, glucose fermenterenden
Niet-vergistende strikt aeroben
Speciale groeivoorwaarden
Fastidious organismen
Gramnegatieve anaeroben
1.1 Familie van de enterobacterales
,Hoofdeigenschappen:
Gram negatieve staven
Facultatief aëroob
Glucose fermenterend
Oxidase negatief (chytochroomoxidase -)
Snelgroeiers
(on)beweeglijk (twee uitzonderingen)
Katalase positief
Nitraatreductase
De meest frequent geïsoleerde gramnegatieve staven behoren tot
ongeveer 30 verschillende geslachten, waarvan een tiental als klinisch
belangrijk wordt beschouwd.
Bij patiënten met ernstige immuundeficiëntie kunnen zeldzamere
Enterobacteriaceae geslachten worden geïsoleerd, zoals Cedecea,
Ewingella, Kluyvera, Moellerella en Tatumella.
1.1.1 isolatie
Enterobacteriaceae groeien goed op algemene voedingsbodems en op
matig selectieve bodems voor gramnegatieve staven.
MacConkey-agar is de meest gebruikte selectieve voedingsbodem voor
hun isolatie.
Galzouten en kristalviolet om selectief gramnegatieve bacteriën te
laten groeien
Lactose met neutraalrood voor differentiatie
Enterobacteriaceae zijn facultatief aëroob, wat betekent dat ze zowel met
als zonder zuurstof kunnen groeien.
1.1.2 Identificatie
Voor de identificatie van Enterobacteriaceae wordt een reeks
gecombineerde testmedia gebruikt (Kligler, MIU), eventueel aangevuld
met enkelvoudige testmedia (citraat, FAD).
Deze tests zijn afleesbaar na 18–24 uur incubatie
Daarnaast bestaan er snelle identificatietests, zoals ONPG, waarbij een
dikke suspensie bacteriën in een klein volume testreagens wordt gebracht.
Deze zijn afleesbaar binnen 1–4 uur
Enterobacteriaceae zijn oxidase-negatief. Bij de Kligler-test verschijnt een
gele stomp als teken van glucosefermentatie; soms kan er ook een zwarte
kleur ontstaan.
,Verloop van een korte reeks:
Kligler
Citraat
FAD/TDA
Mobiliteit
Indol
Ureum
Lysine (ornithine, arginine)
Eventueel bijkomende specifieke testen
1.2 Geslacht Escherichia
Er bestaan een vijftal soorten, waarvan de belangrijkste Escherichia coli is.
Colibacillen behoren tot de commensale darmflora van mens en dier
1.2.1 Escherichia coli
Escherichia coli is de meest frequent geïsoleerde pathogene bacterie in
een klinisch microbiologisch laboratorium.
Frequente oorzaak door:
Urineweginfectie (cystitis)
Septicemie
Wondinfectie
Meningitis
Galblaasontsteking
Indien ze zeer talrijk aanwezig zijn op slijmvliezen of in secreties waar ze
normaal niet voorkomen, kunnen ze een pathogene rol spelen.
Sommige serotypen veroorzaken diarree:
EHEC
EPEC
ETEC
EIEC
1.2.1.1 EHEC
Enterohemorrhagische Escherichia coli zijn Shiga-toxine producerende
E. coli (STEC). Er bestaan meer dan 150 serotypen.
Opsporing kan gebeuren via zzn SHC bodem (sorbitol)
EHEC veroorzaakt bloederige diarree (hemorrhagische colitis) en infecties
treden vooral op na het eten van onvoldoende verhit rundvlees, zoals
hamburgers.
, Ongeveer 8% van de patiënten ontwikkelen het hemolytische uremisch
syndroom (HUS, dodelijk):
Hemolytische anemie
Trombocytopenie
Acuut nierfalen
Het hemolytisch-uremisch syndroom ontstaat door schade aan het
vasculair endotheel na absorptie van Shiga-toxine.
HUS treedt meestal ongeveer een week na het begin van de diarree op, op
een moment dat het EHEC-serotype vaak al verdwenen is uit de feces.
Gebruik van antibiotica kan HUS bevorderen doordat ze de bacteriën
laten lyseren en zo toxinen vrijgeven
darm-motiliteitsremmers verhogen het risico op absorptie van het
toxine
1.2.1.2 EPEC
Enteropathogene Escherichia coli veroorzaken epidemische diarree bij
kinderen jonger dan 2 jaar.
1.2.1.3 ETEC
Enterotoxigene Escherichia coli is een belangrijke oorzaak van
reizigersdiarree (turista).
1.2.1.4 EIEC
Enteroinvasieve Escherichia coli veroorzaakt een invasieve, dysenterische
vorm van diarree.
1.2.1.5 Labo diagnose E. coli
1.2.1.5.1 Isolatie
Bij isolatie door cultuur groeit Escherichia coli goed op alle algemene
voedingsbodems.
Op MacConkey-agar vormt de bacterie roze tot rode kolonies door
lactosefermentatie, vaak met een neerslag van galzouten
E. coli is facultatief aëroob
1.2.1.5.2 Identificatie
Hoofdeigenschappen van enterobacteriaceae:
Gram negatieve staven
Glucose fermenterend
Oxidase negatief
Facultatief aëroob
Taxonomie (indeling van organismen):
Wetenschappelijke naam
o Familie (eindigt op alis), zoals enterobacteralis
o Geslacht of genus (hoofdletter), zoals Salmonella
o Species of soort (kleine letter), zoals typhi
o Subspecies of ondersoort, zoals D
o Serotype, zoals (somatisch antigeen 9,12)
o Kleinste eenheid binnen een soort: STAM
Soms triviale naam, bijvoorbeeld pneumokok
Het optreden van kruisingen tussen stammen wordt bestudeerd door het
fenotype en genotype van verschillende stammen te vergelijken:
Het guanine-cytosinegehalte
De volgorde van nucleotiden
Daarnaast kan onderscheid gemaakt worden op basis van celwandopbouw
en celmembraanlipiden, bijvoorbeeld door de samenstelling en volgorde
van het 16S-rRNA te analyseren.
Er bestaan 3 soorten antigenen:
Celwand antigen of somatisch antigenen gelegen op specifieke
lipopolysachariden (O-antigen)
Flagellaire antigenen (H-antigen)
Kapselantigenen, meestal specifieke polysachariden (K-antigen)
o Kapselantigenen bedekken soms de somatische antigenen
1 Gramnegatieve staven
Enterobacteriaceae/ enteribacterales
Oxidase positief, glucose fermenterenden
Niet-vergistende strikt aeroben
Speciale groeivoorwaarden
Fastidious organismen
Gramnegatieve anaeroben
1.1 Familie van de enterobacterales
,Hoofdeigenschappen:
Gram negatieve staven
Facultatief aëroob
Glucose fermenterend
Oxidase negatief (chytochroomoxidase -)
Snelgroeiers
(on)beweeglijk (twee uitzonderingen)
Katalase positief
Nitraatreductase
De meest frequent geïsoleerde gramnegatieve staven behoren tot
ongeveer 30 verschillende geslachten, waarvan een tiental als klinisch
belangrijk wordt beschouwd.
Bij patiënten met ernstige immuundeficiëntie kunnen zeldzamere
Enterobacteriaceae geslachten worden geïsoleerd, zoals Cedecea,
Ewingella, Kluyvera, Moellerella en Tatumella.
1.1.1 isolatie
Enterobacteriaceae groeien goed op algemene voedingsbodems en op
matig selectieve bodems voor gramnegatieve staven.
MacConkey-agar is de meest gebruikte selectieve voedingsbodem voor
hun isolatie.
Galzouten en kristalviolet om selectief gramnegatieve bacteriën te
laten groeien
Lactose met neutraalrood voor differentiatie
Enterobacteriaceae zijn facultatief aëroob, wat betekent dat ze zowel met
als zonder zuurstof kunnen groeien.
1.1.2 Identificatie
Voor de identificatie van Enterobacteriaceae wordt een reeks
gecombineerde testmedia gebruikt (Kligler, MIU), eventueel aangevuld
met enkelvoudige testmedia (citraat, FAD).
Deze tests zijn afleesbaar na 18–24 uur incubatie
Daarnaast bestaan er snelle identificatietests, zoals ONPG, waarbij een
dikke suspensie bacteriën in een klein volume testreagens wordt gebracht.
Deze zijn afleesbaar binnen 1–4 uur
Enterobacteriaceae zijn oxidase-negatief. Bij de Kligler-test verschijnt een
gele stomp als teken van glucosefermentatie; soms kan er ook een zwarte
kleur ontstaan.
,Verloop van een korte reeks:
Kligler
Citraat
FAD/TDA
Mobiliteit
Indol
Ureum
Lysine (ornithine, arginine)
Eventueel bijkomende specifieke testen
1.2 Geslacht Escherichia
Er bestaan een vijftal soorten, waarvan de belangrijkste Escherichia coli is.
Colibacillen behoren tot de commensale darmflora van mens en dier
1.2.1 Escherichia coli
Escherichia coli is de meest frequent geïsoleerde pathogene bacterie in
een klinisch microbiologisch laboratorium.
Frequente oorzaak door:
Urineweginfectie (cystitis)
Septicemie
Wondinfectie
Meningitis
Galblaasontsteking
Indien ze zeer talrijk aanwezig zijn op slijmvliezen of in secreties waar ze
normaal niet voorkomen, kunnen ze een pathogene rol spelen.
Sommige serotypen veroorzaken diarree:
EHEC
EPEC
ETEC
EIEC
1.2.1.1 EHEC
Enterohemorrhagische Escherichia coli zijn Shiga-toxine producerende
E. coli (STEC). Er bestaan meer dan 150 serotypen.
Opsporing kan gebeuren via zzn SHC bodem (sorbitol)
EHEC veroorzaakt bloederige diarree (hemorrhagische colitis) en infecties
treden vooral op na het eten van onvoldoende verhit rundvlees, zoals
hamburgers.
, Ongeveer 8% van de patiënten ontwikkelen het hemolytische uremisch
syndroom (HUS, dodelijk):
Hemolytische anemie
Trombocytopenie
Acuut nierfalen
Het hemolytisch-uremisch syndroom ontstaat door schade aan het
vasculair endotheel na absorptie van Shiga-toxine.
HUS treedt meestal ongeveer een week na het begin van de diarree op, op
een moment dat het EHEC-serotype vaak al verdwenen is uit de feces.
Gebruik van antibiotica kan HUS bevorderen doordat ze de bacteriën
laten lyseren en zo toxinen vrijgeven
darm-motiliteitsremmers verhogen het risico op absorptie van het
toxine
1.2.1.2 EPEC
Enteropathogene Escherichia coli veroorzaken epidemische diarree bij
kinderen jonger dan 2 jaar.
1.2.1.3 ETEC
Enterotoxigene Escherichia coli is een belangrijke oorzaak van
reizigersdiarree (turista).
1.2.1.4 EIEC
Enteroinvasieve Escherichia coli veroorzaakt een invasieve, dysenterische
vorm van diarree.
1.2.1.5 Labo diagnose E. coli
1.2.1.5.1 Isolatie
Bij isolatie door cultuur groeit Escherichia coli goed op alle algemene
voedingsbodems.
Op MacConkey-agar vormt de bacterie roze tot rode kolonies door
lactosefermentatie, vaak met een neerslag van galzouten
E. coli is facultatief aëroob
1.2.1.5.2 Identificatie
Hoofdeigenschappen van enterobacteriaceae:
Gram negatieve staven
Glucose fermenterend
Oxidase negatief
Facultatief aëroob