1.1. Betekenis
Semantiek = betekenisleer
Semiotiek = tekenleer
Denotatie = verwijzing van teken naar zaak via begrip ervan
Connotatie = bijbetekenis
Eufemisme
Redenen:
- Fatsoen - euf
- Taboe - euf
- Sluier - euf
- Tactvol understatement
Dysfemisme
Register
1.2. Relatie teken-betekenis
- Homofoon
- Homoniem (geen verwantschap in betekenissen, wel volledig gelijk
uitgesproken en geschreven)
- Homograaf
- Polysemie (verwantschap tussen betekenissen)
door:
o Metafoor
o Metonymie (inclusief eponiem en geoniem)
o Betekenisverruiming (bv kerkhof)
o Betekenisverenging (bv wijf)
- Synonymie, volledig of partieel
1.3. Woorden in familieverband
, Hyperonymie
Hyponymie
Antonymie
o polair antoniem
o perspectivistisch antoniem
Woordveld
1.4. Betekenis op woord-, constituent- en zinsniveau
Lexicon
Grammatica
Syntagma vs paradigma
Deel 2: syntaxis
2.1. De zin
Zin = onderwerp + predicaat (minstens pv)
Zinsdelen via eenzinsdeelproef: zinsdeel identificeren door:
- wat voor pv staat
- wat door 1 woord vervangen kan worden
2.2. De persoonsvorm
Leerlingen zoeken EERST de pv in de zin!
Pv:
- geeft weer of persoon enk/mv is, 1,2,3 de persoon
- tijd (TT, VT)
- modaliteit