Oefening 1:
a) beroep wegens niet-nakoming art 258-260 VWEU
1. België kan uitstel vragen bij het hof van justitie maar deze moeilijkheden
zijn van interne aard om te rechtvaardigen dat ze een verplichting niet
nakwamen, dit argument kan dus ook niet worden aangenomen. (randnr.
Omzettingstermijn in handboek). (Een richtlijn wordt aangenomen volgens
de gewone wetgevingsprocedure (art 294 VWEU). De Raad is
samengesteld uit ministers van de lidstaten (art 16 VEU), en het is de raad
die het in eerste lezing moet goedkeuren. België had dergelijk argument
dus moeten aanvoeren in deze fase van het wetgevingsproces, voordat de
richtlijn werd aangenomen. (art 294, lid 6 VWEU))
2. Enkel een lidstaat kan verweerder zijn in een beroep wegens niet-
nakoming, ongeacht het bestuursniveau binnen een lidstaat (federaal,
gewestelijk, gemeenschappelijk, provinciaal of lokaal). Dat het Vlaams
gewest de richtlijn (nog) niet heeft omgezet is dus het probleem van de
federale staat, de lidstaat moet dit zelf intern oplossen.
3. Hier geldt het opportuniteitsoordeel= totale beleidsvrijheid de
commissie kan zelf kiezen wanneer ze een procedure opstart of afbreekt.
Dat er in Hongarije geen beroep lopende is, is dus volledig de vrije keuze
van de commissie. België kan wel Hongarije ook zelf dagvaarden door
artikel 259 VWEU.
4. Art 260 (3), lid 3 VWEU: er zijn wel al financiële sancties mogelijk in eerste
arrest bij het niet-omzetten van een richtlijn. Het Vlaams gewest heeft de
richtlijn niet omgezet en er kan dus voor België, als lidstaat, een
dwangsom worden opgelegd.
b) Klein, in de contentieuze fase (I) zal het hof van justitie de argumenten van
België waarschijnlijk verwerpen en de nodige maatregelen treffen opdat België
de richtlijn toch zal omzetten.
c) Het doel van de unie is o.a. samenwerking, als de lidstaten de richtlijnen niet
verplicht moet omzetten, verdwijnt de effectiviteit van het unierecht.
Oefening 2:
a) Het Gerecht is rechtbank van eerste aanleg bij een beroep tot nietigverklaring
(art. 256 VWEU)
(Beroep tot nietigverklaring, art 263 VWEU)
b) Ja
1. Het is een handeling van de Europese commissie en het is een besluit
(geen advies/Aanbeveling)