ELINE HOLLEBOSCH
THEMA 2: ERFELIJKHEIDSLEER
HOOFDSTUK 2: DE CHROMOSOMALE BASIS VAN OVERERVING
1. HET WERK VAN MORGAN
1.1 CHROMOSOMEN ALS DRAGERS VAN GENEN
1.2 GEKOPPELDE GENEN
, Morgan en experimenten met fruitvliegjes
• Voordelen:
• Gemakkelijk te kweken
• Korte generatieduur
• Talrijke nakomelingen
• 2n = 8
• Gemakkelijk muteerbaar
Chromosomen van Drosophila melanogaster / dwergvliegjes / fruitvliegjes
Varianten door mutaties
,Kruisingsexperiment – algemeen:
• Dihybride kruising => 2 knm:
• Lichaamskleur:
• Grijs (WT) – dominant: G.
• Zwart (mutatie) – recessief: gg
• Lengte v vleugels:
• Lange vleugels (WT) – dominant: L.
• Vleugelstompjes (mutatie) – recessief: ll
1ste kruisingsexperiment:
Uniformiteitswet = alle kinderen zien er hetzelfde uit als je twee “zuivere” ouders kruisen
Kruisingsexperiment:
, 2de kruisingsexperiment – verklaring
Gekoppelde genen
• Onafhankelijkheidswet v Mendel enkel geldig vo genen die op verschillende chromosomen
liggen ! => onafhankelijke genen
• Gekoppelde genen: genen die op hetzelfde chromosoom liggen
• Koppelingsgroep: alle genen die op één chromosoom liggen
Opmerking!
• Aantal koppelingsgroepen die bij een organisme kunnen voorkomen is gelijk aan het aantal
chromosomen die in een gameet van dit organisme kunnen voorkomen